Nieuw conflict Shell en Greenpeace; Vervuiling drinkwaterreservoir in Oost-Turkije

ROTTERDAM / ANKARA, 27 MAART. De Koninklijke Shell Groep verzet zich tegen de beschuldiging van Greenpeace dat het concern betrokken is bij drinkwatervervuiling in Oost-Turkije. De milieu-organisatie Greenpeace zei gisteren op een persconferentie in Istanbul dat de NV Turkse Shell (NVTS) door lozing van oliehoudend water in een ondergronds drinkwaterreservoir bij de stad Diarbakyr de watervoorziening van deze stad vervuild heeft. De Turkse exploratie- en winningsdochter werd begin dit jaar door Shell verkocht aan het Frans-Duitse bedrijf Perenco.

Met het oppompen van olie in het gebied, waar Shell dertig jaar actief was, komt veel water mee, dat volgens Shell geringe concentraties aan zouten en olie bevat. Shell zegt destijds gekozen te kunnen hebben voor de toegestane lozing van dat water op de rivier de Tigris, maar in plaats daarvan het water te hebben geïnjecteerd in het Midyat-bekken, een poreuze ondergrondse rotsformatie die zoet water bevat.

Volgens Greenpeace, dat zich baseert op interne stukken van Shell, heeft de oliemaatschappij 487,5 miljoen vaten produktiewater in het vierhonderd meter diepe Midyat-bekken gepompt. In 1977 besloot de stad Diyarbakir, op dertig kilometer afstand van de injectieputten, om water te gaan betrekken uit het gebied. Greenpeace vreest dat het vervuilde water zich langzaam naar Diyarbakir verplaatst en dat hierdoor op termijn de watervoorziening voor de stad in gevaar komt. Dit kan tussen de 100 jaar en 800 jaar duren.

Shell riposteerde gisteren met de opmerking dat de volksgezondheid niet in gevaar is. Volgens H. Roels, directeur exploratie en produktie van Shell International, gedraagt het poreuze gesteente zich als een natuurlijk filter, en zal het drinkwater in de toekomst voldoen aan de Westeuropese normen op dit gebied.

In de loop van de jaren tachtig is Shell deels overgegaan op injectie van het water in het nog diepere Mardin-bekken, waar het probleem niet meer speelt. Begin dit jaar ging een kwart van het water daar naar toe. Roels onderstreepte gisteren dat de Turkse autoriteiten op de hoogte waren van de activiteiten van Shell en dat het concern zich aan de toenmalige regels heeft gehouden. Een woordvoerder van Greenpeace stelde vanmorgen dat die regelgeving niet eenduidig is, en dat Shell de verplichting mag worden toegedicht zelf hogere milieustandaards aan te houden.

Roels zei gisteren dat veranderde milieu-inzichten de oliemaatschappij er toe hebben gebracht op diepere injectie van het water over te gaan, en dat dat achteraf gezien sneller had moeten gebeuren. De oliemaatschappij financiert de afbouw van de waterinjectie in het hogere Midyat-reservoir door de nieuwe maatschappij Perenco.

Met nieuwe onderzoeks-waterputten, die tussen het Midyat-bekken en de stad Diyarkabir worden geslagen moet door een onafhankelijk instituut worden nagegaan of er een vervuilingsprobleem is, en hoe zich dat ontwikkelt. Mocht het drinkwater voor Diyarkabir in de toekomst toch vervuild blijken te zijn, zo zegde Roels gisteren toe, dan zal Shell “zich niet aan haar verantwoordelijkheid onttrekken”. Voor Greenpeace is, volgens een woordvoerder, “de toxiciteit van het water niet het issue. We concentreren ons op dubbele standaards die bedrijven hanteren bij hun activiteiten in landen met een strakke regelgeving zoals West-Europa, en landen daarbuiten.”