Nederland moet vooral kalm blijven

De verontwaardiging in Nederland over de Europese kritiek op het drugsbeleid is begrijpelijk. Het Nederlands drugsbeleid is doordacht en leidt tot positieve resultaten waar het gaat om de scheiding tussen hard- en softdrugs. Serieuze vergelijkingen over de doelmatigheid van dat beleid (onder andere gepubliceerd in Europese kwaliteitskranten zoals de Financial Times) met andere landen zoals Maleisië (waar de doodstraf als repressie-methode wordt gehanteerd) leiden ook tot gematigde waardering van het Nederlandse resultaat op dat terrein.

De recente Europese kritiek op 'Neder-drugs-land' heeft dan ook maar ten dele te maken met een rationele analyse. Tegen welke achtergronden moet die kritiek, uit bijvoorbeeld, Frankrijk dan worden begrepen?

In de presidentsverkiezingen hebben de presidentskandidaten van rechts (RPR, inclusief kandidaat Chirac) een zeer ambivalente Europese politiek gepresenteerd na de resultaten van een Maastricht-referendum waarin de Fransen de Europese Unie met een zeer kleine meerderheid goedkeurden. De critici van het verdrag van Maastricht bevonden en bevinden zich met name onder de aanhang van de politieke partij van Chirac en Juppé (RPR), onder extreem-rechts en de communistische partij (PCF). Een positieve benadering van Europa zou Chirac waarschijnlijk het presidentschap hebben gekost.

Toch heeft de Franse president de laatste weken een formidabele koerswijziging op dit terrein ondernomen waarin een zeer positieve en actieve benadering van de Europese Unie wordt gepresenteerd. Men kan over de merites van de diverse Franse posities op dit terrein van mening verschillen, niettemin heeft Chirac de Economische en Monetaire Unie (EMU) en de vernieuwing van de instituties van de Unie tot een centraal stuk van zijn beleid gemaakt. Daarmee treedt hij in het voetspoor van eerdere Franse regeringen die een rationele analyse hadden gemaakt van het enorme Franse belang in Europa.

Maar het is in potentie een kostbare politiek. Chirac en zijn premier Juppé lijden onder historisch lage waarderingscijfers in de Franse publieke opinie. Een te positieve benadering van Europa zou de eigen politieke basis verder kunnen eroderen. Wat ligt er dus meer voor de hand dan de Europese politiek hand in hand te laten gaan met een spierballenpolitiek op een aantal mediagevoelige onderwerpen die niet noodzakelijk met de strategische belangen van Frankrijk te maken hebben?

Een voorbeeld is de Franse reactie op het rundvlees uit Groot-Brittannië. Dat staat krachtig en is een positief gebaar naar de (door Europa) veelgeplaagde Franse boeren die een grote markt voor hun eigen rundvlees in het verschiet zien liggen.

Een ander voorbeeld is het hardvochtige beleid tegen de immigranten. Ook dat staat goed en neemt de wind uit de zeilen van het Front National. (Nederland kent het recept van Bolkestein: je roept iets over asielzoekers in de media dat niet noodzakelijk strookt met de feiten; je krijgt een hoop stemmen van mensen die dat een taboe-doorbrekend gedrag vinden; intern - maar buiten de aandacht van de media - nuanceer je het geroepene vervolgens een beetje; en vervolgens kom je op straat met een nieuw lekker standpunt; en zo verder). En ten slotte is daar de verdediging van de Franse grenzen tegen de buitenlandse besmetting: terroristen, rundvleesvirussen, immigranten, kinderporno en drugs uit Nederland. Dat past uitstekend in het totale plaatje.

Wat kan Nederland doen in zo'n politieke dynamiek?

Een Nederlandse reactie zou niet uit moeten gaan van morele verontwaardiging, we zijn onze positie als gidsland allang kwijt. Nederland zou kunnen erkennen dat zijn centrale positie als transportnatie (op andere terreinen zo succesvol gepromoot) ook negatieve kanten kent. Er wordt ook door drugscriminelen gebruik van gemaakt.

De Nederlandse overheid had schade kunnen voorkomen door de eerdere kritische signalen uit het buitenland serieuzer te nemen en een beter Europees public-relations-beleid te voeren. Ook Nederlandse bewindsvoerders kennen het verschil tussen gelijk hebben en gelijk krijgen toch wel? Onze diplomatieke vertegenwoordigers in Frankrijk hebben grote kwaliteiten en goede toegang tot de Franse autoriteiten en de Franse media. Daar moet dus meer en professioneler gebruik van worden gemaakt worden.

Vorige week zond de Franse televisiezender France 2 tijdens het acht-uur-journaal een heel positief bericht uit over krachtig optreden van de Rotterdamse politie tegen de illegale drugshandel en het plan van het Nederlandse kabinet om de norm voor het in bezit hebben van softdrugs te verlagen naar vijf gram per persoon. Franse kennissen reageerden verbaasd: “Doet jullie politie daar dan iets tegen? We dachten dat de politie de invoer zelfs beschermde?”

Nederland moet niet overreageren. Het rapport van de Franse RPR-senator Masson met de betiteling 'narco-staat' is dat wat het is, een rapport van een bekend Eerste-Kamerlid. De Franse regering heeft afgelopen maandag al verklaard dat die kwalificatie niet door de Franse regering is gebezigd. Wanhopig uitgesproken twijfel van Nederlandse kant over relaties met het Franse staatshoofd die nooit meer goed zullen komen helpen weinig. Dat staatshoofd is democratisch gekozen en zal nog wel meer dan zes jaar Nederlands voornaamste gesprekspartner zijn.

En Nederland moet ook echt iets doen aan de werkelijke overlast. Want die bestaat. Er zijn waarschijnlijk weinig Nederlanders die de snelweg A1 Parijs-Amsterdam via Lille-Gent-Antwerpen-Breda regelmatig gebruiken in een auto met een Franse nummerplaat. Wij doen dat regelmatig - de afgelopen zeven jaar zo'n zes keer per jaar. We vertrekken 's avonds uit Parijs, de kinderen slapen bij Lille en worden wakker bij aankomst bij oma en opa. We zijn regelmatig, al ver voor Breda, soms zelfs voor Antwerpen al, lastig gevallen door aggressieve drugskoeriers, in Nederlandse auto's, die buitengewoon gevaarlijk - want onverwacht - weggedrag vertonen en ons soms letterlijk bijna tot stoppen dwingen. Er zijn buitenlanden waarin zo'n aggressief gedrag een directe inleiding is op roof en erger, dus u kunt zich misschien voorstellen welk een indruk dit maakt op bezoekers van Nederland die niet komen voor de drugs (maar wel voor bijvoorbeeld Vermeer) en toch deze onverdiende behandeling krijgen. (Als ze dan in de Randstad op de foute plek parkeren wordt hun autoradio er ook vaak nog uitgehaald.)

Kortom: niet verontwaardigd zuchten, maar professioneel meedoen in een internationaal media-debat en het Nederlandse standpunt blijven promoten. Europa bestaat, daar wil Nederland toch zo graag deel van uitmaken? Nederland heeft terecht gekozen voor een liberale politiek op het terrein van de softdrugs en heeft die keuze naar ik aanneem gemaakt in het volle bewustzijn van de kosten en baten daarvan in de politieke realiteit in Europa, die op dit moment op dit terrein recht tegenover dat van Nederland staat. Bij zo'n keuze hoort dus ook een evenredige inspanning die flexibel inspeelt op terechte en niet terechte kritiek. En een inspanning die ook een reële inschatting van de echte problemen omvat. Want die zijn er.