Lesbische engel der wrake in roadmovie

Butterfly Kiss. Regie: Michael Winterbottom. Met: Amanda Plummer, Saskia Reeves. In: Amsterdam, Cinecenter; Den Haag, Haags Filmhuis; Groningen, Liga'68

De onverwachte populariteit van Thelma and Louise (1991) lijkt de weg te hebben geplaveid voor een nieuw subgenre van de film: de feministisch-lesbische road movie. Soms met desastreus resultaat (wie herinnert zich nog Gus Van Sants mislukte cultfilm Even Cowgirls Get the Blues?), en soms met redelijk succes, zoals in het geval van Butterfly Kiss, dat vorig jaar opzien baarde op het filmfestival van Berlijn en nu eindelijk in de Nederlandse bioscopen gaat draaien.

De twee rondreizende vrouwen in Butterfly Kiss, het speelfilmdebuut van de Engelse televisieregisseur Michael Winterbottom, zijn aanzienlijk minder doorsnee dan Thelma en Louise. Eunice, gespeeld door Amanda Plummer (de restaurantberoofster in Pulp Fiction), is een met tatoeages en piercings versierd punkmeisje dat als een losgeslagen engel der wrake langs de snelwegen zwerft. Miriam (Saskia Reeves) is een brave, gehoor- en geestesgestoorde pompbediende die een angstaanjagende naïviteit paart aan een allesoverheersende behoefte aan liefde.

Als 'Eu' en 'Mi' elkaar ontmoeten in een benzinestation in Noord-Engeland is het liefde op het eerste gezicht. Miriam zegt haar invalide moeder en haar burgerbestaan vaarwel en gaat mee met de vrouw die in haar ogen de dingen doet “die andere mensen niet durven.” Dat Eunice af en toe een serveerster of een vrachtwagenchauffeur doodslaat, neemt ze daarbij voor lief. Want, zo legt ze uit in een van de quasi-documentaire flash forwards die het verhaal van tijd tot tijd onderbreken, “iedereen heeft zo zijn goede en slechte kanten.”

Hoe langer Eunice gevolgd wordt op haar odyssee door Noord-Engeland, hoe (godsdienst)waanzinniger ze wordt. Ze is geobsedeerd door het Kwaad, in haarzelf en in anderen, en straft nu eens zichzelf, als een moderne flagellante, en dan weer een willekeurige ander, in de hoop dat vervolgens de goddelijke vergelding op haar neer zal dalen. Vergeefs. “Ik dood mensen en er gebeurt niets,” roept ze vertwijfeld uit als ze in een restaurant boven de snelweg staat; “God heeft me vergeten.” Uiteindelijk vraagt ze Miriam om haar te doden, zodat ze als offer-slachtoffer naar de hemel kan.

Het verhaal van Butterfly Kiss is vergezocht en soms zelfs ongeloofwaardig; het geweld is karikaturaal en de religieuze symboliek ligt er wel erg dik bovenop. Het doet nogal overbodig aan om de auto van de twee moordenaressen te voorzien van een nummerbord met het getal 666; zoals het ook een onderschatting van de kijker is om Eunice haar dood tegemoet te laten lopen door een wei waarin schapen en lammeren grazen.

Dat Winterbottoms debuut toch indruk maakt, komt in de eerste plaats door de hoofdrolspeelsters: Plummer is beangstigend echt als de in plat Noordengels tierende Eunice, en de onbekende maar hoogst expressieve Reeves schittert als Miriam. Daarnaast slaagde Winterbottom erin om een eigen toon te laten doorklinken. Het idioom van Butterfly Kiss is dat van de Amerikaanse road movies, maar de variaties zijn verrassend. De verplichte weidse landschappen door de autoruit tonen een Noord-Engeland dat geen toerist kent; de reizigers die Eu en Mi tegenkomen verkopen stofzuigers of zetten glas; de humor is tongue-in-cheek; en de nadrukkelijk aanwezige score bestaat niet uit zuidelijk-Amerikaanse roots-muziek, maar uit typisch Britse pop- en folkliedjes van onder meer The Cranberries. Een regisseur die zo ongedwongen omspringt met de clichés van het genre maakt zijn publiek benieuwd naar zijn volgende film.