La nuit américaine

Een bezoek aan een filmset is voor een buitenstaander meestal een teleurstellende ervaring. Zijn aanwezigheid wordt halfhartig geduld, maar hij begrijpt niets van het complot van regisseur, crew en acteurs en neemt slechts gefrustreerd wachten waar. Bovendien gaat een echte gourmet toch ook niet in de keuken kijken, hoe daar op terecht ondoorgrondelijke wijze uit gescharrel met pannen en ingrediënten een schitterende maaltijd ontstaat?

Over het ambacht van het filmmaken en de bijbehorende magische interactie tussen een tijdlang tot elkaar veroordeelde individuen heb ik het meest geleerd door een speelfilm over het maken van een film. La nuit américaine (1973) van François Truffaut (1932-1984) kun je niet vaak genoeg zien. Toevallig kwam ik de afgelopen weken twee keer op televisie dezelfde scène weer tegen, waarin een uitzoomende camera, onder begeleiding van glorieuze muziek van Georges Delerue, de benen van Jean-Pierre Léaud onthult. Als een ooievaar trekt hij steeds een been omhoog, stappend over de dwarsbalken van de rails van de cameradolly, maar het kader van de film in de film suggereert een soepeler tred. Het totaalshot toont een wirwar van activiteiten, die contrasteren met de geconcentreerde essentie van het gefilmde beeld. Het moment is een hymne aan het onzichtbare en gecompliceerde draagvlak van schijnbare eenvoud. Telkens weer word ik er door ontroerd, misschien wel door de gedachte dat zo veel mensen zich ingespannen hebben om mij met een simpel beeld te verwennen.

La nuit américaine - de titel verwijst naar de techniek om met een bepaalde lens overdag nacht te suggereren - is een film over liefde voor een vak, maar ook over de macht van een kunstmatige familie. Truffaut, de pleegzoon van filmtheoreticus André Bazin, heeft het in al zijn films over het verlangen naar een gezin; hij creëerde zijn eigen filmfamilie, eerst in de redactie van de 'Cahiers du cinéma' en daarna door constant samen te werken met dezelfde medeplichtigen. In La nuit américaine speelt hij zelf de regisseur, een eenzame vaderfiguur met een gehoorapparaat, die doof is voor alle complicaties in de verhoudingen tussen acteurs en crewleden, omdat hij zich niet af kan laten leiden bij het scheppen van zijn realiteit.

Maar Truffaut gelooft in het vermogen van al die mensen om samen te werken, in hun onbegrensde mogelijkheden. Zijn L'enfant sauvage, over het wolfskind van de Aveyron, kwam ongeveer gelijk uit met Werner Herzogs film over Kaspar Hauser Jeder für sich und Gott gegen alle. De romanticus Herzog geloofde dat socialisatie een ongerept kind vernietigde; Truffaut speelde zelf Dr. Itard, de geleerde die met engelengeduld het wilde kind beschaving bijbracht en zo gelukkiger maakte. Jules et Jim (1961) is de volmaakte, klassieke Truffaut-film, maar door het zelfportret in La nuit américaine begrijp ik beter waarom hij een van mijn favoriete filmers is.