IFOR: er zijn in Bosnië nog steeds Iraniërs

SARAJEVO, 27 MAART. De NAVO-vredesmacht in Bosnië, IFOR, is er ondanks ontkenningen van Bosnische zijde van overtuigd dat er nog Iraanse mujahedeen in Bosnië zijn, die op geheime locaties Bosnische militairen opleiden. Dat wordt gezien als een ernstige schending van het vredesakkoord van Dayton.

Een woordvoerder van IFOR, kapitein Mark van Dyke, zei gisteren in Sarajevo: “Er blijft een dreiging uitgaan van buitenlandse strijdkrachten in Bosnië, de dreiging van terroristische activiteit.”

Op grond van het vredesakkoord moesten uiterlijk 19 januari alle mujahedeen - islamitisch-fundamentalistische vrijwilligers uit landen als Iran, Afghanistan, Algerije en Egypte die in de oorlog aan de kant van de moslims hebben gevochten - en alle andere buitenlandse militairen uit Bosnië zijn vertrokken. Ondanks verzekeringen van de Bosnische regering dat dit op tijd was gebeurd ontdekten Franse IFOR-soldaten midden februari nog een militair trainingskamp in Centraal Bosnië, waar drie Iraniërs werden gearresteerd en waar wapens en explosieven werden aangetroffen.

Volgens Van Dyke zijn er aanwijzingen dat er nog steeds zulke opleidingscentra bestaan. “We zullen die vinden en soortgelijke actie [als in februari] ondernemen”, beloofde hij. Volgens bronnen rond IFOR bestaan er mogelijk tien kleine, geheime opleidingskampen in Centraal- en Noord-Bosnië. De nog in Bosnië aanwezige Iraniërs zouden opereren onder de bescherming van het Bureau voor Onderzoek en Documentatie, een inlichtingendienst die in januari werd opgericht en die alleen verantwoording schuldig is aan president Izetbegovic. De eerste directeur van de dienst werd eerder deze maand onder druk van de VS en andere Westerse landen van zijn functie ontheven.

Eerder deze week gaf president Izetbegovic in een brief aan twee Amerikaanse senatoren toe dat er nog vijftig tot zestig mujahedeen in Bosnië zijn. Maar de militaire eenheid waarin ze dienst deden zou zijn ontbonden en de mujahedeen zouden nu burgers zijn die Sarajevo niet wil wegsturen omdat ze niet meer naar hun eigen land terug kunnen.

De Bosnische minister van Buitenlandse Zaken, Jadranko Prlic, zei gisteren in Washington dat de kwestie van de mujahedeen “een groot probleem” is in de relaties met de Verenigde Staten. “Veel zaken die met Bosnië te maken hebben hangen af van de vraag hoe dit probleem moet worden opgelost”, aldus Prlic. Hij stelde voor dat vertegenwoordigers van de regeringen van de VS en Bosnië gezamenlijk op zoek gaan naar “deze mujahedeen”.

De VS hebben hun hulp bij de opbouw, opleiding en bewapening van het Bosnische regeringsleger afhankelijk gesteld van het vertrek van de mujahedeen uit Bosnië.

De Bosnische Serviërs zijn hun belofte de laatste krijgsgevangenen uiterlijk gisteren vrij te laten, niet nagekomen. Een woordvoerder van de Hoge Vertegenwoordiger in Bosnië zei daar “diep teleurgesteld” over te zijn, temeer omdat de Bosnische regering en de Bosnische Kroaten de afgelopen dagen 119 Serviërs hebben vrijgelaten.

Wel werd het gisteren in Pale een principe-akkoord bereikt over een gevangenenruil tussen Bosnische Serviërs en Bosnische Kroaten. Die ruil zou binnen 48 uur moeten plaatshebben. Het akkoord voorziet ook in de vrijlating van Serviërs die in Kroatië gevangen zitten en van een aantal Kroaten dat in Joegoslavië (Servië) wordt vastgehouden. Aantallen zijn in het principe-akkoord niet genoemd, maar voor zover bekend houden de Bosnische Serviërs nog 28 krijgsgevangenen vast, negentien Kroaten en negen moslims. De Bosnische Serviërs beweren bovendien dat in Kroatië negentig van hun mensen vastzitten. De Bosnische Kroaten houden nog veertig Servische gevangenen vast, de Bosnische regering 26. (Reuter, AP, AFP)