Grapperhaus bepleit Nederlandse flat tax!

Een kwart eeuw geleden was F.H.M. Grapperhaus verantwoordelijk voor de invoering van de BTW. De voormalige KVP -politicus, een kenner van de historie van de belastingen, lanceerde onlangs een opmerkelijk idee. Schaf de inkomsten- en vennootschapsbelasting af en vervang deze door een nieuwe heffing, de loonsom- en bedrijfsvermogensbelasting. De belasting voor de volgende eeuw?

De internationale fiscale wereld is in beroering. Prof. dr. F.H.M. Grapperhaus pakt een knipsel uit de stapel die voor hem ligt. 'Interests in Forbes tax idea grows', leest hij voor uit de Britse zakenkrant The Financial Times. “In de Verenigde Staten en Duitsland worden verhitte debatten gevoerd over de toekomst van het belastingsysteem. In Nederland discussiëren we over een belastingvoordeel zo groot als een muizenkeutel voor fietsende werknemers. Vriend Vermeend moet eens ophouden met het onbeperkt uitoefenen van zijn hobby's.”

Volgens Grapperhaus is PvdA-staatssecretaris Willem Vermeend (Financiën) geobsedeerd door de korte termijn. Nederland heeft een relatief hoog tarief in de inkomstenbelasting met een smalle grondslag, het bedrag waarover belasting wordt geheven. Het beleid moet volgens Grapperhaus gericht zijn op een laag tarief met een brede grondslag, maar de activiteiten van Vermeend hebben tot gevolg dat de grondslag steeds smaller wordt. “Je moet je ogen sluiten voor de sirenezang van alle lobbygroepen, want allemaal willen ze wel iets 'leuks' op fiscaal terrein. Zolang we mierenneukers blijven, kunnen we geen substantiële vereenvoudiging van de belasting doorvoeren.”

In zijn ruime zolder/studeerkamer in Amerongen met aan de wanden de trofeeën van bijna een halve eeuw jacht windt Ferdinand Grapperhaus (“Ik ben een beetje een rechts mannetje”) zich op over het fiscale beleid. De 68-jarige Grapperhaus is een gedreven fiscalist. Van 1967-1971 was hij staatssecretaris van Financiën in het kabinet-De Jong. “Ministers zijn per definitie zakkenrollers die altijd Financiën proberen te rollen. Een staatssecretaris van Financiën moet daar tegen vechten. Ik deed dat met passie, zodat Piet (premier De Jong, red.) me regelmatig tot de orde riep met de woorden 'hou je je mond effetjes'.”

Na zijn politieke carrière trad Grapperhaus in dienst van Bank Mees & Hope en verwierf hij een aantal commissariaten. Zijn grootste hobby bleef de fiscale geschiedenis. Hij is thans hoogleraar geschiedenis van het belastingrecht in Leiden. Als adviseur bij Meijburg & Co. kreeg hij in 1989 de gelegenheid een kloek boekwerk te schrijven: 'Belasting, vrijheid en eigendom'. Het beschrijft hoe de belastingheffing in West-Europa en de Verenigde Staten tussen 500 en 1800 de democratie heeft bevorderd. Grapperhaus: “De bede staat aan de wieg van de democratie. De macht van de belastingbetaler was aanvankelijk beperkt. Als de overheid geld nodig had, dan sprak zij haar burgers aan. Dat ging vaak met belastingoproeren gepaard. In de loop der tijd werd deze strijd niet meer met wapens maar met woorden gestreden: de democratie was geboren.”

Grapperhaus signaleert dat het volwassen worden van de democratie gepaard ging met een toenemende complexiteit van het fiscale stelsel. Een hervorming van het belastingstelsel wordt een moeizaam proces, meent hij, maar zijn kruistocht voor een eenvoudiger en zuiver fiscaal stelsel gaat door. In die strijd heeft Grapperhaus in het Weekblad voor fiscaal recht zijn idee gelanceerd voor de belastingheffing in de 21ste eeuw. Schaf de loon- en inkomstenbelasting af en hef alle belastingen via de bedrijven. De hoogte van deze loonsom- en bedrijfsbelasting, afgekort LBB , is afhankelijk van het beslag dat de onderneming legt op arbeid en kapitaal.

Deze belasting zou volgens hem tot een 'wezenlijke vereenvoudiging' van het belastingstelsel leiden omdat miljoenen particulieren niet meer in de directe belastingheffing zouden worden betrokken. De grondslag voor de belasting wordt verbreed omdat alle aftrekposten en vrijstellingen worden geschrapt. “Het gesjoemel met internationale bv's waardoor echt rijke mensen geen belastingen betalen is dan voorbij.” Een opmerkelijke uitspraak voor iemand die jarenlang belastingadviseur is geweest en dus zijn geld heeft verdiend bij de gratie van aftrekposten en fiscale constructies.

In Europees verband moet er tezijnertijd een nieuwe belasting komen en de LBB is volgens Grapperhaus een goed instrument om de economie te sturen. De belastingdruk zou bijvoorbeeld kunnen worden verschoven van arbeid naar kapitaal, wat een gunstig effect op de werkgelegenheid heeft. Politici zouden ook kunnen beslissen om produktie minder zwaar te belasten en consumptie meer. De LBB zou ook kunnen worden ingezet voor de bevordering van het leefmilieu. “Het profijtbeginsel en draagkrachtbeginsel zijn oerbeginselen voor het heffen van belasting. Ik wil daar het schadebeginsel aan toevoegen. Het schade toebrengen aan de gemeenschap moet worden vergoed aan de gemeenschap. Zo kun je milieu-vervuiling belasten.”

Verklaart het verleden de nieuwe belasting?

Grapperhaus: “Absoluut. De inkomstenbelasting is kort voor de overgang van de negentiende naar de twintigste eeuw in een primitieve vorm ontstaan als reactie op een onrechtvaardig belastingstelsel. Winst en vermogen werden ontzien en de lagere volksklassen betaalden het gelag in de vorm van accijnzen op eerste levensbehoeften. In 1914 kreeg de inkomstenbelasting een rechtvaardiger gezicht doordat de inkomsten uit de diverse bronnen van inkomen bij elkaar werden geteld en daarop werd een progressief, nog zeer laag tarief losgelaten. Met sommige persoonlijke omstandigheden, zoals de gezinsgrootte, werd al rekening gehouden.

“In de loop van de twintigste eeuw steeg het tarief uitbundig, vooral na de Tweede Wereldoorlog. Die progressie kwam vooral tot uiting doordat het tarief voor de middengroepen snel steeg. Hand in hand daarmee werd de inkomstenbelasting steeds ingewikkelder. Vooral na de 'ontdekking' dat je met sterk progressieve tarieven inkomenspolitiek kon bedrijven en met aftrekposten en vrijstellingen in het maatschappelijk en economisch leven van alledag kon ingrijpen.

“De groei van de staatsuitgaven ging snel, maar kon het tempo van de stijging van de belastingdruk slechts met moeite bijbenen. De bevolking groeide van 1900 tot heden van zes miljoen tot vijftien miljoen. Het nationaal inkomen per hoofd van de bevolking steeg in guldens van nu van ruim 5.500 tot circa 34.000.”

En een relatief hoog loon trekt de aandacht van de fiscus.

“Loon was een eeuw geleden in vergelijking met winst en inkomens uit vermogen onbeduidend. De lonen waren laag, de boeren en kleine zelfstandigen nog talrijk, sociale voorzieningen bestonden nog niet. Thans is de post 'loon' voor de inkomenstenbelasting veruit de belangrijkste post. Wie dus de belastingheffing wil vereenvoudigen en effectiever wil maken, ontkomt niet aan de kaalslag bij de inkomstenbelasting.”

Bij de introductie van de LBB wordt het mes gezet in de belastingvrije sommen en aftrekposten in ruil voor een lager tarief, te beginnen met de fiscale aftrek van hypotheekrente?

“In fiscaal Nederland lopen twee heilige koeien rond, de auto en het eigen huis. Vooral de laatste lijkt fiscaal onaantastbaar. Ik verwacht dat de fiscale bevoorrechting van de huiseigenaar tegenover de huurder zoal niet zal verdwijnen dan toch zal worden afgezwakt. Ik word in die mening gesterkt als ik lees dat de PvdA onlangs de politieke moed heeft gehad dit impopulaire onderwerp aan te snijden in de discussie.

“De fiscale bevoorrechting van de bezitter van een eigen huis ten opzichte van de huurder is op geen enkele manier te rechtvaardigen. Een van de problemen om in te grijpen is dat mensen bij het aankopen van een eigen huis een financiële beslissing nemen voor de lange termijn. Het lijkt daarom redelijk een eventuele wijziging over een flink aantal jaren uit te smeren.

“Ik pleit voor een langzame opvoering van het huurwaardeforfait, gecombineerd met een langzame afbouw van de aftrekbaarheid van de hypotheekrente. Na een ongeveer tien jaar is dan het punt bereikt dat de verhouding tussen eigenhuisbezitter en huurder fiscaal in evenwicht is. Op dat moment kan het eigen huis geheel uit de belastingheffing van het rijk worden gehaald en worden overgelaten aan de gemeente.”

Als de hypotheekrente-aftrek wordt geschrapt, zijn met name de middeninkomens tot 80.000 gulden daarvan de dupe.

“Tegenover het schrappen van de aftrek staat een verlaging van het tarief. Per saldo hoeven de middeninkomens en niet op achteruit te gaan, maar dat is een kwestie van fine-tuning.”

Hoe verloopt de implementatie van uw voorstel?

“Dat loopt via twee stadia. Eerst komt er een analytische inkomstenbelasting. Nu hebben we de zogenoemde synthetische belastingheffing waarbij je alle bronnen van inkomsten bij elkaar optelt. In combinatie met een progressieve heffing is dit vaak arbitrair en het maakt de belastingheffing complex. Wanneer het analytische systeem is ingevoerd, wordt de grondslag verbreed, vrijstellingen en aftrekposten worden geschrapt, en er komt één tarief.”

De Nederlandse equivalent van de flat-tax - één belastingtarief.

“Presidentskandidaat Steve Forbes heeft in de Verenigde Staten campagne gevoerd met zijn voorstel voor een flat rate van 17 procent voor de inkomstenbelasting. Hij wordt niet de uitdager van president Clinton, maar zijn voorstel is volgens mij niet een eenmalige verkiezingsstunt. Amerikaanse topeconomen hebben het vraagstuk tien jaar bestudeerd en zijn tot de conclusie gekomen dat het idee wenselijk en uitvoerbaar is.”

De progressie in de tarieven zou daarmee verdwijnen.

“Het draagkrachtbeginsel werkt nooit optimaal. Rijke Hollandse kooplui zijn er bijna altijd in geslaagd om weinig belasting te betalen. We slagen er niet in de rijken goed aan te slaan. Niet alleen in Nederland, maar elders ook. Puissant rijke mensen betalen vaak geen of weinig belasting omdat ze internationale ontsnappingsmogelijkheden hebben.

“En we moeten een onderscheid maken tussen het formele tarief, zoals het in de belastingwet vastligt, en het materiële tarief, wat weergeeft hoe de belastingdruk in feite uitpakt. Nadat belastingvrije bedragen zijn afgetrokken,van de gezinssituatie afhankelijk variërend tussen 7000 en 14.000 gulden, is er het tarief van 37,5 procent over een bedrag van 45.300 gulden. Over de volgende 47.500 gulden moet 50 procent belasting worden betaald. En voor inkomens boven de 92.800 gulden geldt het tarief van 60 procent.

“Maar kijken we naar het materiële tarief dan is de progressie over een groot traject van het inkomen, van een halve ton tot anderhalve ton verdwenen en kan men beter spreken van een proportioneel tarief van 40 procent. Dat zegt meneer De Kam, PvdA, fiscaal hoogleraar. Dat zegt meneer Vermeend, PvdA, staatssecretaris. Dat zijn geen mensen van mijn politieke kleur, maar als ze gelijk hebben, dan hebben ze gelijk.

“Progressieve tarieven geven een illusie van rechtvaardigheid, maar ze worden afgewenteld. Als mensen weten dat ze meer belasting moeten betalen, zorgen ze gewoon ervoor dat ze bruto meer verdienen. De inkomstenbelasting is van een belasting voor de rijken een volksbelasting geworden. En dan is de belasting eigenlijk uitgewerkt, dan heeft de belasting zijn doel bereikt en moet je op zoek gaan naar alternatieven.”

Invoering van de LBB voor de produktiefactor arbeid lijkt vrij simpel, maar hoe werkt het uit bij de produktiefactor kapitaal?

“Daar is het minder eenvoudig omdat obligaties, leningen, aandelen met verschillende beloningen en risico's tot één noemer, te weten bedrijfsvermogen, moeten worden herleid. De vervanging van de belastingen op de winst door de LBB is complexer en zou in Europees verband moeten worden aangepakt. Voor Nederland zou als tussenstap kunnen worden gedacht aan een ondernemingsbelasting.

“Invoering van de LBB kan ook dienen om de Europese Unie aan meer eigen middelen te helpen. Het is een geschikt instrument, niet alleen omdat de LBB vrij aardig de draagkracht van de lidstaten weerspiegelt, maar ook omdat zij een nieuwe belasting is en daardoor collisie met bestaande belastingen in de lidstaten kan worden vermeden.”

De huidige belastingen op inkomen, vermogen en winst, zijn het resultaat van produktie. De LBB streeft naar een meer directe vorm van heffen. Wat zijn de voordelen?

“Het eerste voordeel is dat vele miljoenen burgers zullen worden verlost van een grote hoeveelheid administratieve rompslomp. De belastingdruk zal hen nog slechts indirekt treffen.

“Een belasting op de produktiefactoren kapitaal en arbeid brengt voor een ondernemer mee, dat hij zuiniger zal omspringen met het gebruik van die schaarse middelen dan bij het huidige stelsel dat via aftrekbaarheid bij de winstbelasting minder aansporing daartoe biedt.

“Een situatie waarbij indirecte belastingen op produktie en consumptie, te weten LBB en BTW , het leeuwendeel van de staatsinkomsten uitmaken, opent de mogelijkheid voor de fiscale wetgever tot een sturing van de economie. Ik denk daarbij zowel aan de verplaatsing van de belastingdruk van produktie naar consumptie als aan beïnvloeding van de produktie om redenen van milieu.

“Eeuwenlang is het vraagstuk of de nadruk van de belastingheffing op de consumptie dan wel op de produktie moet liggen, onderwerp van veel strijd geweest. Als reactie op de negentiende eeuw met zijn onrechtvaardige accijnzen op eerste levensbehoeften is de twintigste eeuw gekenmerkt door afkeer van - zeg meer een ongemotiveerd en emotioneel verzet - tegen belastingheffing op bestedingen.

“In een situatie waarin de belastingopbrengst ongeveer de helft van het nationaal inkomen uitmaakt en de feitelijke belastingdruk grotendeels proportioneel verloopt, is er voor dergelijke sentimenten geen plaats meer. Economische, rationale overwegingen dienen de doorslag te geven bij de vraag hoe de belastingdruk moet worden verdeeld over produktie en consumptie.

“Wanneer de LBB is ingevoerd, kunnen de tarieven voor bepaalde vormen van produktie die als schadelijk voor het milieu worden beschouwd, worden verhoogd. Al mogen geen overdreven verwachtingen worden gekoesterd van het inzetten van het fiscale instrumentarium, dat neemt niet weg dat een dergelijk gebruik van de LBB een impuls geeft om te zoeken naar andere, minder schadelijke produktiemethoden.”

Dat is een opmerkelijk stellingname voor een fiscalist die tot de puriteinse school kon worden gerekend - belasting heffen dient om de staatsuitgaven te financieren en niet het gedrag van burgers en bedrijven te beïnvloeden.

“Laat ik vooropstellen dat van een belastingsysteem geen wonderen mogen worden verwacht als het erom gaat de samenleving in de een of andere richting te sturen. De ervaring leert dat zeker op microniveau de burgers zich niet of nauwelijks laten manipuleren door cadeautjes in de vorm van vrijstellingen en aftrekposten die de fiscale wetgever uitdeelt om hen tot een bepaald gedrag te bewegen. Een globale sturing, die het vooral van de lange termijn moet hebben, heeft meer kans van slagen.

“Indien door de democratische besluitvormingsorganen consensus is bereikt dat het goed van de fiscale neutraliteit moet worden opgeofferd aan bepaalde economische of andere doelstellingen, bij voorbeeld op het gebied van de volksgezondheid, dan moet het belastingstelsel dienstbaar worden gemaakt aan het totale beleid.”

Hoe schat u de haalbaarheid van uw voorstel?

“Het is volgens sommigen een Umwertung aller Werte, die vinden het waanzin. Daar lig ik niet van wakker, want ik denk op veel langere termijn. Als je mij vijftien jaar geleden had gevraagd 'Gaan de tarieven van de inkomstenbelasting naar beneden?' dan had ik naar mijn voorhoofd gewezen: politiek ondenkbaar.

“Toch heeft staatssecretaris Henk Koning het toptarief verlaagd van 72 naar 60 procent. Dat vind ik de grootste fiscale revolutie die er na de Tweede Wereldoorlog is geweest. Alle wereldhervormers lijden aan het Ungeduld des Herzen. Ik zie mijzelf niet als een wereldhervormer. Het is een klein stapje op weg naar een beter fiscaal systeem.”