Een besluit dat niemand lezen zal

De gedetailleerde uitwerking van het Betuwelijntracé ligt ter visie in gemeentehuizen en bibliotheken. Afgelopen weken beantwoordden ambtenaren en spoormensen voor de laatste keer vragen van de bevolking.

ELST, 27 MAART. De hele middag is het rustig geweest in het vergader- en partycentrum van hotel café restaurant De Vereniging in Elst, maar om een uur of zeven loopt het vol. Tientallen inwoners komen zich alsnog op de hoogte stellen van de details van het Betuwelijntracé zoals dat door hun gemeente gaat. Op de leestafel liggen stapels rapporten en kaarten, langs de kant hangen posters met computertekeningen van hoe het wordt en er loopt een man of vijftien rond van NS en Verkeer en Waterstaat om vragen te beantwoorden.

Het Ontwerp-Tracébesluit (OTB) zoals dat ter visie ligt telt met bijlagen en enkele andere documenten die dezer weken voor het eerst beschikbaar zijn duizenden pagina's. Geen mens zal het ooit allemaal lezen. De bezoekers zijn vooral geïnteresseerd in wat er in hun omgeving gebeurt, waar mogelijk huizen worden gesloopt, wegen worden omgelegd en geluidsschermen verschijnen.

Nadat in de zomer van 1994 het zogeheten Voorontwerp-Tracébesluit (VTB) was gepubliceerd, kregen alle betrokkenen al de gelegenheid om hun opvattingen daarover kenbaar te maken. Zo'n 5.300 personen en instanties namen die moeite. Al hun opvattingen en vragen zijn, met de reacties daarop van NS en departement, gedrukt en gebundeld. Ook die liggen op de leestafel. Die inspraakreacties hebben geleid tot talloze aanpassingen in het tracé. Juist omdat iedereen al de kans heeft gehad zijn zegje te doen, is de verwachting dat het OTB nauwelijks nog aanpassing behoeft. In september kunnen de ministers Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) en De Boer (VROM) het definitieve tracébesluit nemen. Dan duurt het overigens nog wel één à anderhalf jaar eer met de bouw kan worden begonnen.

De afgelopen twee weken zijn in de gemeenten langs het tracé net zulke bijeenkomsten gehouden als gisteren in Elst. Doorgaans kwamen er zo'n twee- tot vierhonderd mensen per avond. Ook lokale bestuurders kwamen veelal een kijkje nemen. Zij moeten in mei beslissen of ze bereid zijn het bestemmingsplan aan te passen voor de Betuwelijn. Overigens, gaat het niet goedschiks, dan maar kwaadschiks. Gemeenten die medewerking weigeren, zullen daartoe door de minister van VROM worden gedwongen met een zogeheten aanwijzing op grond van artikel 19 van de Wet op de ruimtelijke ordening.

In Giessenlanden zou dat paardenmiddel in elk geval niet nodig zijn, dacht iedereen. Het was immers een van de best bedeelde gemeenten, toen het paarse kabinet een jaar geleden besloot ruim achthonderd miljoen gulden extra voor aanpassingen in de uitvoering uit te trekken. Van dat geld ging bijna eenvijfde deel naar Giessenlanden, landelijk bekend van de camping waar de goederenspoorlijn dwars doorheen was gedacht. Het meeste geld was bestemd voor een tunnel onder het riviertje waar de camping aan ligt, maar ook werd toegezegd dat er meer woningen dan oorspronkelijk voorzien zouden worden opgekocht voor de sloop.

Toch is het niet meer zeker of Giessenlanden wel wil meewerken aan de verdere planologische inpassing van de Betuwelijn. In Dorpshuis De Til in Giessenburg had het gemeentebestuur een eigen stand ingericht, met tekeningen van de nieuwbouwwoningen die de vijftig te slopen huizen moeten vervangen. Maar juist over de locatie van deze nieuwe huizen is nu een conflict gerezen. Het begon er al mee dat van drie opties er één onmiddellijk door de provincie Zuid-Holland werd afgewezen: te ver het Groene Hart in. De twee andere mochten wel, ook al vielen ze net buiten de contour waarbinnen volgens het provinciale streekplan gebouwd mag worden. Zuid-Holland redeneerde dat de Betuwelijn een noodgeval was - en nood breekt wetten.

“Maar toen kwamen de Groene-Hartgesprekken”, zegt ruimtelijke-ordeningswethouder J. de Kreij die de gemeentestand bemant. De Groene-Hartgesprekken, een initiatief van de minister, werden eind vorig jaar gehouden en gingen over behoud van het groen ten koste van verdere expansie van dorpen en steden. De opgeschrokken provincie vroeg meteen of de nieuwe woningen niet toch wat dichter tegen de dorpen aan konden. “Maar dat wilden wij niet: de mensen moeten iets goeds terugkrijgen.” De zaak werd geschikt, maar is opnieuw hoog opgelopen nu Zuid-Holland met De Boer onderhandelt over het aantrekken van de contouren.

Dat laatste is een direct gevolg van een toezegging van de minister, dat gemeenten in de toekomst niet langer aan precieze contingenten woningbouw gebonden worden. In ruil daarvoor moeten ze zich wel strak aan hun contouren houden. “Dus moeten we nu afwachten wat daaruit komt”, zegt De Kreij. “Onze gedeputeerde zegt dat we geduld moeten hebben. Maar de mensen hébben geen geduld. Die willen weten wat het hun kost als ze een nieuw huis kopen. En geen wonder. Want zo kunnen ze niet onderhandelen over de verkoop.”

Intussen proberen getroffen omwonenden er het beste van te maken. De prijzen die worden geboden door de NS en die gebaseerd zijn op de wettelijke spelregels hierover, worden over het algemeen redelijk gevonden. Maar er zijn nog genoeg problematische gevallen, zoals wanneer wél het huis weg moet maar het bedrijf volgens de geluidsnormen mag blijven staan. Aan de Parallelweg in Schelluinen worden twee families uitgekocht maar hun boerenbedrijf niet.