EDMUND MUSKIE (1914 - 1996); Pionier voor het milieu

De Amerikaanse politicus Edmund S. Muskie, die gisteren op 81-jarige leeftijd in een ziekenhuis in Washington overleed aan de gevolgen van een hartaanval, is dikwijls vergeleken met Abraham Lincoln. Net als Lincoln was hij langer dan de meeste van zijn collega's, stond hij bekend om zijn droge gevoel voor humor en zijn directe en integere stijl van politiek bedrijven. Maar of Muskie, die gouverneur van de staat Maine, senator en minister van buitenlandse zaken is geweest, ook uit presidentieel hout was gesneden heeft Amerika nooit kunnen vaststellen.

Edmund Sixtus Muskie was de zoon van een Poolse timmerman die naar de Verenigde Staten was geëmigreerd. Hij studeerde rechten en diende tijdens de Tweede Wereldoorlog in de marine. Hij was twintig jaar lid van de Senaat. Na zijn korte periode als minister trad hij toe tot een advocatenkantoor in Washington, de stad waar hij tot zijn dood bleef wonen.

In de Senaat was Muskie een pionier van de milieuwetgeving, nog voor dat het aan banden leggen van vervuilende industrie als politiek thema was ontdekt. Als running mate van Hubert Humphrey ging het vice-presidentschap in 1968 op het nippertje aan zijn neus voorbij; ze verloren van Richard Nixon en Spiro Agnew. Muskie speelde een belangrijke rol bij de modernisering van de Democratische partij in de jaren zeventig. Hij was voorzitter van de machtige begrotingscommissie in de Senaat. Hij was korte tijd minister van buitenlandse zaken (1980-1981) onder president Carter, ten tijde van de Iraanse gijzelaarscrisis.

Maar ondanks die indrukwekkende staat van dienst werd Muskie gisteren in talloze necrologieën toch vooral herinnerd als de man die zijn kansen op het presidentschap in 1972 door zijn vingers liet glippen tijdens de campagne voor de Democratische voorverkiezingen in New Hampshire. Bijna 25 jaar later bogen politieke commentatoren zich opnieuw over de kwestie die Muskie indertijd zoveel schade had berokkend: huilde hij nu tijdens zijn persconferentie in een sneeuwstorm in New Hampshire, of druppelde er alleen maar gesmolten sneeuw over zijn wangen?

Het incident speelde zich af voor het gebouw van de aartsconservatieve krant The Manchester Union Leader, die Muskie er op de voorpagina van had beschuldigd dat hij met de neerbuigende term 'Canucks' had gesproken over Frans-Canadezen, een belangrijke groep kiezers in New Hampshire. De bron van de beschuldiging was een onbekende briefschrijver uit Florida die zich tot de krant had gericht. Een paar dagen later nam de krant een stuk uit Newsweek over waarin Muskies vrouw Jane werd voorgesteld als een alcoholiste met een voorliefde voor schuine grappen. Vermoeid en verbolgen begaf Muskie zich naar het gebouw van de Union Leader, om het buiten ten overstaan van de pers voor zijn vrouw op te nemen. Tijdens zijn toespraak in de gure sneeuwstorm kreeg hij het herhaaldelijk te kwaad.

De pers, die al bekend was met Muskies soms onberekenbare gemoed, zag er een teken van zwakte en on-presidentieel gedrag in, en werd daarin aangemoedigd door Republikeinen als de toenmalige partijvoorzitter Bob Dole, die de retorische vraag opwierp of het wel verstandig was iemand die zo emotioneel was met zijn vinger aan 'de atoomknop' te laten zitten. Hoewel Muskie in New Hampshire nog won, had de neergang van zijn kandidatuur al ingezet. George McGovern werd de Democratische presidentskandidaat.

Pas veel later werd bekend dat de bewuste 'Canuck-brief' geschreven was door een medewerker van Nixons Witte Huis, als onderdeel van een grootscheepse campagne van 'vuile trucjes' tegen Muskie en zijn kandidatuur. Terugblikkend in vraaggesprekken heeft Muskie zijn optreden in de sneeuw van New Hamsphire een grote blunder genoemd. Maar had hij toen de waarheid over de sabotage-campagne gekend en naar voren gebracht, dan zou hij waarschijnlijk niet alleen zijn afgeschilderd als emotioneel, maar ook nog als achterdochtig.