De omgeving waarin wij leven

Het was een haast beangstigend bouwen dat zich deze winter ineens aan het Museumplein in Amsterdam voltrok. Aan weerszijden van 'de kortste snelweg van Nederland' verrezen ijzeren paalconstructies die iets te maken schenen te hebben met vier op de grasvelden opgerichte masten. Aan de Museumzijde werd de korte snelweg overspannen door een loopbrug, die door twee, enkele meters boven de straatstenen zwevende trucks-zonder-oplegger in evenwicht leek te worden gehouden. Was de 'reconstructie' van het plein al begonnen?

In de loop der barre februaridagen tekende zich boven de weg een viertal rechthoekige overspanningen af, als vervaardigd uit een reusachtige meccano-doos. Een paar dagen later was het ijzer door gele beplating aan het oog onttrokken. Wat nu was ontstaan liet zich het best omschrijven als een galerij van gele reuzendoelen. Wie er met de rug naar het Concertgebouw doorheen keek, zag de oprijlaan naar de passage van het Rijksmuseum met daarboven het reclamedoek voor de tentoonstelling De Lelijke Tijd. Misschien wilde het museum op deze - lelijke - wijze het belang ervan onderstrepen.

Naarmate je het museum dichter naderde, werden de contouren scherper van een enorm draaiend rad, waarvan de schoepen in elementaire kleuren waren uitgevoerd. Fietsers en voetgangers haastten zich er onderdoor, een enkeling keek angstig omhoog en zag een muur van tv-toestellen. Daarop was De Nachtwacht te zien, alsmede details uit en tekenstudies voor dit schilderij. Steeds voordat de cyclus op het beeldscherm opnieuw werd getoond, verschenen de woorden 'Rembrandt-Mondriaan Project' - dezelfde titel die later een foto van de mysterieuze objecten op de voorpagina van deze krant (16 maart) en een advertentie in Het Parool (23 maart) begeleidde.

Uit het archief kwam een stukje tevoorschijn (18 december '95) waaruit bleek dat de Vlaamse kunstenaar Bert de Keyser (58) met dit project, waaraan hij al tien jaar zei te werken, wilde verwijzen “naar de vulgarisatie van de kunst”. Hij hoopte ermee te stimuleren dat niet alleen wordt gekeken naar reprodukties, maar “ook eens naar de echte werken in het museum”. Ik wandelde naar het bruggevaarte en klom naar boven. Het voortdenderende snelverkeer deed het plankier wiebelen; een kermisachtige sensatie. Teksten op borden langs de brugreling gaven toelichting: “In dit project zullen de twee Hollandse meesters Rembrandt en Mondriaan met elkaar verenigd worden”, stond er. “Vanaf het midden van deze loopbrug is de confrontatie van beide kunstenaars aan de poort van het Rijksmuseum goed te zien.” Turend in de aangewezen richting ontwaarde ik niets dan het gestaag draaiende rad en de videowall.

Dan volgde een cruciale passage: “De kunstenaar laat ons bewust worden van de omgeving waarin we leven via het kijken door kaders.” Hier was dus niet sprake van een esthetische alswel van een educatieve onderneming. “Dit project sluit een tijdperk af en luidt een nieuw tijdperk in, omdat het Museumplein dit jaar historische en stedebouwkundige vernieuwingen zal ondergaan.” Een ode dus óók aan de ingrijpende - maar in de buurt zeer omstreden - verbouwing van het plein, waarvan het begin, verderop bij het Amerikaanse consulaat, vanaf de brug goed was te zien. De tekst sloot met de bezwering: “Hoe iets was, werd en worden zal.” Ondertekend: Bert de Keyser.

Op een ander bord klaagt de kunstenaar dat hij zijn begroting van een slordige miljoen gulden, ondanks bijdragen van een groot aantal bedrijven, de Vlaamse overheid en de EU, niet rond kreeg: goede gevers werden opgeroepen hun bijdrage op een gironummer te storten.

Nu het project van de 'vondstenaar' (want in deze, aldus door H.J.A. Hofland bestempelde categorie valt De Keyser) alweer vrijwel is afgebroken, dringt zich de vraag op wat het de stad uiteindelijk heeft opgeleverd. Hoofdzakelijk irritatie, zo bleek uit reacties van omwonenden. Vrijwel niemand wist wat het 'project' behelsde, en dat viel uitsluitend de Vlaming te verwijten: die leunde op te veel gedachten en werkte geen daarvan overtuigend uit. Waarom stond de gemeente Amsterdam dit toe - en werd vier jaar geleden het voorstel voor een beeldentuin op het plein van toenmalig museum Overholland-directeur Christiaan Braun afgewezen? Iets nieuws heeft De Keyser evenmin bijgedragen. In 1987 plaatste André van Lier onder de titel 'Frameshare 2' precies zo'n gele lijst, zij het iets scheef, in de Haagse binnenstad. Een overbodig project, ook voor wie zich van de omgeving bewust wil worden via het kijken door kaders.