De gedaanteverwisseling van het Lingotto

Onder leiding van Renzo Piano wordt het Lingotto, de beroemde voormalige Fiat-fabriek in Turijn, verbouwd. Het gebouw met betonnen testbaan op het dak, is nu zo ver klaar dat het komend weekeinde onderdak biedt aan de Europese topconferentie.

TURIJN, 27 MAART. Toen Le Corbusier voor het eerst een bezoek bracht aan de Fiat-fabriek in Turijn, het Lingotto, was hij zo onder de indruk van het strakke, functionele gebouw dat hij uitriep: “Dit is een industriële kathedraal die nooit mag worden afgebroken.”

Die uitspraak is vaak herhaald toen de laatste machines in 1982, na 60 jaar, verdwenen en Fiat besloot elders moderne produktielijnen op te zetten. Wat bleef was een 500 meter lange kolos van gewapend beton, vijf etages hoog, een puur industrieel gebouw waarvan de schoonheid steeds verder schuil ging achter kapotte ramen en vervuilde muren.

Er zijn allerlei suggesties gedaan voor een tweede leven. De een droomde van een drive-in-museum waarin je door kon rijden naar de beroemde testbaan boven op het dak. Een ander zag er een complex in voor 1365 appartementen, weer een ander een universiteit. Geen van de oplossingen leek echter levensvatbaar. Het was een probleem vergelijkbaar met dat van de Van Nelle-fabriek in Rotterdam: een prachtig gebouw, maar zo kolossaal dat het moeilijk wordt er een goede bestemming voor te vinden.

Onder de artistieke leiding van de architect Renzo Piano en de zakelijke leiding van de Nederlander Bruno Bunnik is het Lingotto zich aan het ontwikkelen tot een uitzonderlijk multi-functioneel centrum. Sinds vier jaar worden er beurzen, congressen en tentoonstellingen gehouden. Twee jaar geleden is er een ondergrondse concertzaal geopend met volgens Claudio Abbado, dirigent van de Berliner Philharmoniker, de beste akoestiek van heel Europa. Achter de lange voorgevel schuilen verder een groot hotel en een groep kantoren. Langs de binnenplaats op de eerste verdieping, in de open ruimte tussen de twee lange zijvleugels ligt nu een (nu nog vrijwel lege) winkelstraat die even lang is als de Via Roma, de belangrijkste winkelstraat van Turijn.

Het Lingotto moet een stad in een stad worden waar dagelijks zeker tienduizend mensen komen. Dat is duidelijk een meerjarenplan. Waar achter het gebouw een groot park moet komen, liggen nu nog spoorrails. Aan de zuidkant zijn metalen schermen gezet voor de ramen van het gedeelte dat nog niet af is. In de toekomst kan daar een technische faculteit komen. Maar het gebouw is wel zo ver klaar dat Turijn zich hiermee komend weekeinde vol trots presenteert, als het Lingotto onderdak biedt aan de Europese topconferentie.

Piano heeft veel lof gekregen voor de manier waarop hij een paar jaar geleden het 400 meter lange katoenpakhuis in de oude haven van zijn geboortestad Genua heeft opgeknapt. En net als in Genua heeft hij hier de essentie van het gebouw onderstreept in plaats van het te veranderen. Het ritme van de gevel met zijn honderden kleine ramen is hetzelfde gebleven. De constructie van grote betonnen pilaren in de hal waar vroeger de plaatwerkerij was, dient nu als geleiders voor stroom, water en telecommunicatiekabels naar de stands op vakbeurzen. De enorme hal daarnaast is open gehouden. En een plan om de langgerekte voorkant te verstoppen achter een kunstmatige heuvel vol bomen, is de prullenbak ingegaan.

“Ik heb geprobeerd de aard van het monument niet te veranderen”, heeft Piano gezegd. “Ik behoor niet tot die vernieuwers die vernietigen om creatief te zijn. De absolute vrijheid boezemt mij angst in. Toen ik jong was, schaamde ik mij voor dat gevoel tegenover een leegte die gevuld moest worden. Daarna heb ik begrepen dat je creatiever bent wanneer er regels en limieten zijn. Bijvoorbeeld de regels en limieten die een ingreep in een historisch gebouw met zich meebrengt.” Overal in het spel van groen, rood en geel in het gebouw vindt je de sobere esthetiek van de meester terug. Piano haalt graag een uitspraak van Mies van der Rohe aan: “God is in het detail.” Het Lingotto zit dan ook vol verrassingen. Speciale lampen op het overdekte gedeelte van de winkelgalerij zijn zo aangeslagen dat ze in de handel zijn gebracht, onder de naam Lingotto. Maar de twee architectonische parels zitten onder de grond en bovenop het dak.

Piano heeft een concertzaal annex conferentiehal ontworpen die 17 meter de grond in gaat, met daaronder nog eens 10 meter voor de luchtverversing. Het plafond en de zijpanelen, van massief kersenhout, zijn instelbaar. Bij congressen komt het plafond naar beneden, bij concerten gaat het naar zijn maximale hoogte van 18 meter. Alles staat in dienst van de akoestiek. De zaal, die ongeveer 70 miljoen gulden heeft gekost, is te stemmen als een instrument. Dirigenten kunnen hun eigen voorkeurinstellingen vastleggen in de computer. Als ze dan terugkomen staat binnen een paar seconden alles zoals zij het willen hebben. Toen Abbado met zijn orkest als openingsconcert de Negende van Mahler kwam spelen, kon Piano van emotie even niet meer uit zijn woorden komen.

Aan de noord- en zuidkant van het gebouw voeren twee spiralen langs alle etages naar het dak van het gebouw. Vroeger gingen de auto's-in-wording langs de noordkant steeds een verdieping hoger. Op de testbaan op het dak werden ze beproefd om daarna via de zuidkant weer naar beneden te rijden. Die testbaan is intact gelaten, maar op één van de drie dwarsverbindingen die de voor- en achtervleugels met elkaar verbinden, is een grote bol van glas en staal gebouwd. Bij zijn vertrek als president van Fiat heeft Gianni Agnelli zich hier laten fotograferen, want dit is de VIP-room. Ruimte voor maximaal 30 mensen, uitzicht over 360 graden, en wie echt belangrijk is komt per helikopter invliegen op het platform 30 meter verder.

“Het uitzicht is fantastisch hier”, vertelt Bruno Bunnik. Hij is door het consortium dat Lingotto exploiteert (Fiat, een aantal banken, de spoorwegen en de gemeente) naar Turijn gehaald om Lingotto commercieel gezien levensvatbaar te maken. “Op een heldere dag kan je hier 100 kilometer ver kijken, aan de noordzijde op de fascinerende keten van Alpentoppen, aan de zuidkant naar de glooiende groene heuvels van Piemonte.”

Hij vertelt dat de testbaan wordt omgevormd in een wandelpromenade met restaurant, in de hoop dat dit een vaste bestemming wordt voor de zondagse lunch van de Torinezen. Over het parcours kan nog steeds worden gereden. “Ze hebben me gezegd dat de bochten zo zijn gemaakt dat je er met 120 kilometer in kan gaan zonder je stuur aan te raken. Ik ben tot 95 gegaan, maar dat was hard genoeg.”