Beleggers Co op rekenen af met ABN

AMSTERDAM, 27 MAART. Nederlandse beleggers in obligaties van de Duitse detailhandelsketen Co op willen definitief afrekenen met ABN Amro, de bank die in de jaren tachtig de uitgifte leidde van twee obligatieleningen van Co op, die later in grote financiële problemen kwam. Co op ging in 1989 bijna ten onder, de koersen van de obligaties kelderden en beleggers leden daardoor schade.

Dat betoogde mr. H. van der Horst, vanochtend bij de Amsterdamse rechtbank namens een vereniging van gedupeerde obligatiebeleggers van Co op, die al vijf jaar slag levert met ABN Amro om een schadevergoeding. De zaak is een testcase over de verantwoordelijkheid van een bank die effecten plaatst bij het beleggende publiek. De Hoge Raad heeft anderhalf jaar geleden vastgesteld dat een bank daarbij een eigen verantwoordelijkheid heeft om onderzoek te doen naar de financiële gegoedheid van het bedrijf.

Het juridisch conflict draait om twee obligatieleningen van Co op, die de toenmalige Amro Bank in 1987 en 1988 heeft uitgegeven op de Nederlandse markt. Amro was tevens een belangrijke financier van het Duitse bedrijf. Co op ging in 1989 bijna bankroet en werd overgenomen door de eveneens Duitse Asko.

Deze koper garandeerde de financiële verplichtingen van Co op. Op basis van deze garantie zijn de Nederlandse obligaties de afgelopen jaren volledig afgelost. Dat maakt de procedure direct een stuk minder belangrijk, vindt mr. C. Mout, de advocaat van ABN Amro.

De vereniging zegt dat Amro nagelaten heeft om gegevens uit een rapport van de externe accountant van Co op over de financiële situatie bij het bedrijf aan beleggers te melden. Daarmee heeft de bank gehandeld in strijd met regels van de Amsterdamse effectenbeurs, zo betoogde Van der Horst vanochtend.

Zij wil nu een uitspraak van de rechter omdat zij vreest dat de procedure anders nog langer gaat duren.

Advocaat Mout van ABN Amro legde uit dat experts van de bank wel degelijk zelf onderzoek hebben gedaan naar de financiële situatie bij Co op, maar dat later was gebleken dat er grootschalig financieel bedrog was gepleegd door de toenmalige top van het bedrijf. Volgens Mout was het rapport van de externa accountant van Co op geen aanleiding om af te zien van de uitgifte van de obligaties. Dat was van toepassing op een aandelentransactie van Co op.