Basisverdrag is 'meest fundamentele keerpunt sinds 1989'

Na een jaar van aarzeling en kwaad onderling krakeel, een jaar van uitstel en oproepen tot heronderhandelingen, heeft het Slowaakse parlement gisteren eindelijk het basisverdrag met Hongarije geratificeerd. Hiermee is formeel voldaan aan een voorwaarde van de Europese Unie, die Oosteuropese aspirant-leden alleen toelaat als ze eerst hun conflicten met hun buurlanden oplossen.

Maar het was een heel hete aardappel, die de Slowaakse parlementariërs gisteren met grote tegenzin naar binnen werkten. Het basisverdrag regelt de relaties met het buurland Hongarije, maar regelt ook de status van de 560.000 zielen tellende Hongaarse minderheid. En dat die minderheid eigen rechten krijgt, dat ging velen in de regeringscoalitie - de Beweging voor een Democratisch Slowakije (HZDS) van premier Vladimír Meciar en de Slowaakse Nationale partij SNS - te ver.

Op diverse manieren hebben de regeringspartijen zich ingedekt. Begin dit jaar werd al een taalwet van kracht, die officiële contacten van de Hongaren met de overheid in hun eigen taal verbiedt, en die voorziet in een soort 'taalpolitie' die toeziet op de naleving van die bepaling. Gisteren werd het basisverdrag bovendien gecompleteerd met twee resoluties waarmee de Slowaken zich indekken tegen interpretaties van het basisverdrag die de indruk zouden kunnen wekken dat het verdrag voorziet in collectieve rechten of autonome structuren voor de Hongaarse minderheid.

Met de eerste resolutie wordt 'aanbeveling 1201' van de Raad van Europa - die in het basisverdrag voorkomt - ondergraven. In artikel 11 van die aanbeveling staat dat nationale minderheden recht hebben op een passend plaatselijk of autonoom bestuur, of een speciale status, die overeenkomt met de wet van de betreffende staat.

In de tweede resolutie gaat de Slowaakse regering nog verder in haar poging eigen bestuursstructuren van de minderheid te voorkomen, aansluitend op de vrijdag aangenomen wet op de administratieve herindeling. Die deelt Slowakije op in acht provincies met grenzen die van Noord naar Zuid lopen. De Hongaarse minderheid, die in een strook van West naar Oost in het zuiden van Slowakije woont, raakt in elk district in de minderheid en moet vrezen straks bestuurlijk nergens meer vertegenwoordigd te zijn.

Premier Meciar heeft een jaar lang op de eigen achterban en op de radicale SNS ingepraat om hen ervan te overtuigen het bij deze niet geringe beperkingen - of pogingen tot ontduiking van het basisverdrag - te laten. Maar ze gingen de SNS zelfs nog niet ver genoeg. Deze partij, die werkt aan een sluipende rehabilitatie van het fascistische Slowakije van de jaren 1939-1945, wilde het basisverdrag slechts aanvaarden als Meciar een aanvullend zoenoffer zou brengen.

Dat zoenoffer werd gebracht, gisteren, in de vorm van de 'wet op de republiek', die volgens menigeen niet alleen de rechten en vrijheden van de Hongaarse minderheid, maar die van alle burgers van Slowakije bedreigt.

De wet bestaat in feite uit amendementen op de strafwet waardoor niet alleen het schaden van staatsbelangen, maar ook de intentie om staatsbelangen te schaden strafbaar wordt. Ook wordt elke “ongerechtvaardigde kritiek” op de regering strafbaar. Artikel 98 bepaalt dat elke Slowaakse burger die bewust onware informatie verspreidt die de staatsbelangen kan schaden kan worden veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf. Artikel 92 maakt vervolging mogelijk wegens “het organiseren van openbare bijeenkomsten in een poging het grondwettelijk systeem, de territoriale integriteit of het defensievermogen van het land te ondergraven”.

De wetstekst lijkt verdacht veel op de wet waarmee in 1948 de communisten voor decennia een eind maakten aan de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van drukpers en de vrijheid van vereniging en vergadering. De tekst is zelfs nog vager dan de wet uit 1948 - zo vaag dat de Internationale Helsinki Federatie onlangs oordeelde dat “willekeur bij de toepassing voor de hand ligt en de weg naar schendingen van de mensenrechten wordt geopend”. “De amendementen tonen aan dat de Slowaakse regering bang is voor afwijkende meningen en denkt dat het onderdrukken daarvan haar imago in het buitenland verbetert. Het gebruik van defensieve, xenofobe taal om critici tot zwijgen te brengen schaadt de Slowaakse geloofwaardigheid en illustreert een gebrekkige democratische houding”, aldus de IHF.

De christen-democratische oppositie ziet de wet als “het meest fundamentele keerpunt in Slowakije sinds 1989”. Zelfs de bisschoppen protesteerden. Acht van hen, onder wie kardinaal Korec en primaat Jan Sokol, vergeleken de wet met die uit 1948, op grond waarvan “honderden en duizenden mensen zijn veroordeeld, gekerkerd, gemarteld en soms doodgemarteld”. “Door deze wet aan te nemen neemt u voor God, de natie en de geschiedenis de verantwoordelijkheid op u voor de misdaden die op grond van deze wet zouden kunnen worden gepleegd”, aldus de bisschoppen.

Tijdens de behandeling van de wet - die de HZDS en de SNS even snel door het parlement jasten als in 1948 de communisten: in een uur - betoogden critici van de regering voor het parlementsgebouw met spandoeken met teksten als “De vrijheid is dood”.