Zwervervriend

Het is net lente en de temperatuur daalt niet meer tot vijf graden onder nul. De daklozen in Nederland komen niet meer in aanmerking voor speciale opvang want die houdt op als de ergste vrieskou verdwenen is. In Zwolle zijn de daklozen boos dat de deur voor hun neus dicht wordt gegooid. In Amsterdam vinden veel daklozen het wel terecht. Daklozen laten van zich horen, dat begon al met hun eerste krant in Utrecht, januari 1995.

Op straat geef ik geld aan iemand die wat kan. Dat wil zeggen aan iemand die om geld vraagt maar daar iets tegenover stelt. Aan de straatzanger dus wel, aan een vrouw met bedelend kind niet. Aan de mimespeler ook, zelfs aan het groepje rondtrekkende Ecuadoranen (de cd koop ik niet), maar aan de man die slechts op straat zit niet. Daarentegen heb ik bewondering voor een kennis die iedere week naar de Dam gaat om een 'zwervervriend' een gebakken karbonade te brengen. Dat breng ik niet op.

Aan collectes geef ik wel maar ik stort niet op ieder goed-doel-gironummer. Aan televisieuitzendingen waarbij om de vijf minuten wordt geteld en gebeld voor een dorp of een ramp doe ik niet mee omdat ik die massahysterie onecht vind. Lid worden van Natuurmonumenten of de Waddenvereniging wil ik nog steeds - maar het is er nooit van gekomen.

Er zijn zo veel mensen en instanties waaraan je kunt geven dat je van de weeromstuit bijna niemand meer geeft. Want wie wel en wie niet? Misschien is de oplossing van een bevriend echtpaar nog de beste: “We hebben er een paar uitgekozen die wij belangrijk vinden. Die krijgen samen automatisch duizend gulden per jaar overgeschreven. Dat is het en verder doen we aan niets mee.”

De daklozen maken zelf hun krant. Die kost twee gulden waarvan er een naar de verkoper gaat. Ik vind dat sympathiek en heb besloten bij iedere man of vrouw die roept dààààkloze-krant er een te kopen. Ik lees ze vaak niet maar ik heb thuis wel heel veel dubbele. De meest kinderachtige reactie die ik steeds weer hoor als ik in de buurt van een verkooppunt kom, is: 'Maar ik ben helemaal niet dakloos!' - ook de schrijver Midas Dekker waagde het voor de camera bij de ingang van de Stadsschouwburg op de dag van het Boekenbal zo te reageren op de vraag of hij de krant al had gekocht. Zouden zulke mannen wel De Groene Amsterdammer, de Playboy of de Kampioen van de ANWB lezen?