Vooral praktische bezwaren; Kabinet blijft gekant tegen homohuwelijk

DEN HAAG, 26 MAART. Het kabinet blijft bij zijn standpunt dat het burgerlijk huwelijk niet moet worden opengesteld voor homoseksuelen.

Dit bleek gisteren in het debat over de nota Leefvormen van staatssecretaris Schmitz (Justitie) in de Tweede Kamer.

Schmitz vindt het creëren van de mogelijkheid van een huwelijk tussen twee personen van hetzelfde geslacht “op dit moment een te grote stap”. Volgens haar wordt die “nog onvoldoende gedragen door brede lagen van de bevolking”. In de Kamer lijkt een krappe meerderheid te bestaan voor de openstelling van het huwelijk. PvdA, D66 en GroenLinks zijn voor. “Het is een principiële kwestie, het gaat om de opheffing van een ongelijke behandeling”, aldus Van der Burg (PvdA). De VVD zal verdeeld stemmen.

PvdA en D66 dienden een motie in die het wettelijk huwelijksverbod voor twee personen van hetzelfde geslacht opheft. De Kamer zal er later over stemmen. De twee regeringsfracties willen een commissie een wetsvoorstel laten voorbereiden dat de openstelling van het huwelijk mogelijk maakt. Die commissie moet zich ook buigen over de internationale aspecten van het huwelijk voor homoseksuelen. De internationale positie van Nederland is een van de struikelblokken voor staatssecretaris Schmitz, die niet principieel tegen het huwelijk voor homoseksuelen is. “We leven niet op een eiland. We willen niet te ver voor de troepen vooruit lopen. Dat is geen kwestie van bangheid maar van zorgvuldigheid en van wijsheid”, zei Schmitz. “Er zou in andere landen een tegenbeweging kunnen ontstaan.”

Zij verwees naar de Amerikaanse staat Hawaii, die het burgelijk huwelijk wil openstellen voor mensen van hetzelfde geslacht. Andere Amerikaanse staten proberen tegenmaatregelen te nemen om de erkenning van het Hawaiiaanse huwelijk te voorkomen. D66'er Dittrich noemde dat argument van Schmitz “een lege huls”. “Is de staatssecretaris niet met mij van mening dat homostellen die nu naar het buitenland gaan, geen rechten hebben? Denkt zij werkelijk dat hun situatie in het buitenland nog slechter zou worden als wij onze wetgeving aanpassen?”

De staatssecretaris hield het erop dat er in de wereld nu eenmaal “geen andere voorbeelden” zijn te vinden waaruit zou blijken dat het huwelijk voor homoseksuele positiever wordt ontvangen. Dittrich vindt dat het kabinet minder bang moet zijn voor wat men in het buitenland vindt. Hij vindt dat Nederland zelf moet “regelen wat we rechtvaardig vinden”.

Maar het kabinet heeft meer bezwaren, ook van praktische aard. Eén ervan is dat adoptie van kinderen voor getrouwde homo-stellen mogelijk zou worden gemaakt. PvdA en D66 willen dat opvangen door het automatische recht op adoptie voor gehuwden te laten vervallen. Een aantal adoptielanden waar homoseksualiteit strafbaar is, zoals China en Sri Lanka, zouden in dat geval geen kinderen meer aan Nederland afstaan, vreest het kabinet. Een deel van de tegenstanders binnen de VVD heeft vooral daar bezwaar tegen. Door beide zaken te scheiden zullen vermoedelijk meer fractieleden van de VVD de motie ondersteunen.

Het kabinet wil homoseksuelen en samenwonenden van verschillend geslacht de mogelijkheid geven zich bij de burgerlijke stand officieel als paar te laten registreren. Daarmee krijgen ze dezelfde rechten als gehuwden, behalve in relatie tot kinderen. In de Scandinavische landen bestaat dit 'geregistreerde partnerschap' al, maar ook daar is de adoptie buiten het partnerschap gehouden.

Het kabinet heeft verder voorgesteld een kind automatisch de achternaam van de moeder te geven als vader en moeder het er na drie maanden nog niet over eens zijn welke achternaam het kind moet dragen. Een meerderheid van CDA, VVD en de kleine christelijke fracties vinden dat de achternaam van de vader voorrang moet krijgen als de ouders er niet uitkomen.