Vonne van der Meer schrijft plechtstatige dames-kitsch

Voorstelling: Weiger nooit een dans. Van Vonne van der Meer door RO Theater. Regie: Peter de Baan. Spel: Lineke Le Roux, Kees Coolen. Gezien: 22/3, RO Theater, Rotterdam. Nog te zien: aldaar 26 t/m 30/3. Inl. 010-4047070.

Ze spreekt plechtige taal, de balladezangeres die schrijfster Vonne van der Meer in haar nieuwste toneelstuk Weiger nooit een dans een bijna-monoloog in de mond legt. Beloftes wil ze niet “inlossen”, en ze maakt zich kwaad om “het verbod om jezelf een diep kanaal in te denken”. En niet alleen haar taal is plechtig, ook haar gedachten zijn dat. Ze praat op een doorwaakte nacht zomaar wat tegen de nachtportier van haar hotel, maar haar woorden staan bol van betekenis. Over leven en dood, en over God.

Die staat voor haar, in de gedaante van de overwegend zwijgende nachtportier. Zegt hij wat dan vult hij haar zinnen op raadselachtig voorspellende wijze aan. Hij heeft de gebeurtenis waarover zij vertelt meegemaakt, het boek waaruit ze citeert gelezen.

Het is duidelijk wie daar staat, vanaf de eerste momenten, hoezeer Van der Meer ook haar best doet om de stilte van de onbekende achter de balie geheimzinnig tussen de woorden van de zangeres (Lineke Le Roux) te laten resoneren. Vanwege de doorzichtige opzet van het stuk irriteert haar suggestie van een geheim: ze maakt onhelder wat helder is in plaats van omgekeerd. Alle kaarten op tafel leggen en desondanks spanning creëren is veel interessanter. De vrouw dezelfde tekst laten zeggen, maar zonder God achter de balie, zou al beter geweest zijn.

Ondubbelzinnig is de tekst intussen wel en ook dat irriteert. Het stuk is een reli-filosofische zoektocht naar zingeving, ongeveer van het niveau van een lichtelijk beneveld gesprek bij de open haard. Ook dat lijkt op het moment zelf reuze diepzinnig. Vroeger vond de vrouw dat God, “door niet in te grijpen bewees (-) dat hij niet bestond.” Nu bidt ze: “Of bidden... het is meer een primitief geschreeuw, onhoorbaar, in mijn hoofd roep ik: help, help.” Jaja, God is dood sinds Auschwitz en geloven komt ook in Weiger nooit een dans weer neer op de hoop gevrijwaard te blijven van ellende.

De oppervlakkigheid krijgt een bekroning in het slot, dat regisseur Peter de Baan precies zo ensceneert als voorgeschreven. De vrouw is in slaap gevallen en God, zo blijkt 's ochtends, verdwenen. Een nachtportier, zegt de schoonmaakster, die hebben we hier niet. Waarop het boeket, dat de zangeres aan haar hersenspinsel cadeau had gedaan, in de vorm van bloemblaadjes op haar hoofd neerdwarrelt. Weiger nooit een dans is dames-kitsch.