Tijdloze tolerantie in een dodendans

Dans op 3: De groene tafel, Woensdag 27 maart, Ned.3, 20.55u.

De Duitse dansvernieuwer Kurt Jooss (1901-1971) heeft altijd gezegd dat zijn wereldvermaarde ballet De groene tafel uit 1932 niet opgevat moest worden als een politiek commentaar, omdat het werk geen oorlog met ook maar een minuut zou kunnen bekorten. Toch begonnen veel reacties op de uitvoering die Het Nationale Ballet ruim een half jaar geleden van het werk gaf, en waarvan de NPS morgen een registratie uitzendt, met de woorden juist nu of nog steeds. 'Juist nu', - de vredesonderhandelingen over ex-Joegoslavië waren nog in volle gang - zou het ballet de moeite van het bekijken waard zijn. En 'nog steeds' zou het niets aan politieke zeggingskracht hebben ingeboet.

De groene tafel, een 'Dodendans in acht scènes' zoals de ondertitel luidt, begint en eindigt dan ook met een aantal heren in het zwart aan een groene conferentietafel. Zij kunnen niet voorkomen dat er oorlog komt en dat De Dood in de zes tussenliggende scènes zijn slachtoffers maar hoeft op te rapen. Ze hebben het te druk met hun 'opgeblazen belangrijkheid' - zo noemt Jooss' dochter Anna Markard hun ijdele bewegingen tijdens de repetities met Het Nationale Ballet. Sinds haar vaders dood studeerde zij het ballet bij dertig gezelschappen in de hele wereld in. Met ijzeren preciesie, zo blijkt uit de korte introductie die aan de registratie van de voorstelling vooraf gaat.

Naast beelden van de repetities en een gesprekje met Markard, die vertelt hoe haar vader in zijn latere leven altijd met zijn eigen De groene tafel heeft moeten wedijveren omdat alles er sindsdien mee werd vergeleken, zijn er prachtige oude foto's van Kurt Jooss als eerste vertolker van De Dood in opgenomen. En we zien Markard als een schatbewaarster op de juiste passen hameren onder het motto: eerst de bewegingen exact, dan komt de inspiratie vanzelf. De kracht van De groene tafel zit inderdaad in, zoals Markard het zelf noemt, het 'distillaat' van bewegingen dat een maximum aan expressie bewerkstelligt. Iets toevoegen, zou dat alleen maar kunnen afzwakken.

De registratie van de voorstelling is daarom terecht sober gehouden: niet te veel close-ups, de camera zoomt soms in maar komt geen moment op het toneel. Vooral ook door de dramatisch begeleidende compositie voor twee piano's van Fritz A. Cohen - met wie Jooss zeer tot ongenoegen van de nazi's bleef samenwerken - en de zwartslagen tussen de verschillende scènes, doet De groene tafel op de televisie denken aan een huiveringwekkende stomme film.

In een stoet met archetypen als de soldaat, het jonge meisje, de oude moeder en de profiteur die in de verschillende scènes langstrekt, slaat De Dood toe: soms genadeloos, soms troostend maar altijd zonder aanzien des persoons. Zulke onpartijdigheid lijkt een zwart soort tolerantie: we zijn elkaars gelijken, maar helaas pas in de dood. De nazi's interpreteerden de voorstelling heel anders, zij zagen er aanvankelijk juist goedkeurend een aanklacht tegen hun buitenlandse tegenstrevers in. Maar als wij de zelfingenomen mannen in het zwart rond hun conferentietafel inmiddels in bijvoorbeeld ex-Joegoslavië plaatsen, vergissen we ons misschien net zo. Dat die opgeblazen drukdoeners met wie alle ellende begint wel eens onszelf zouden kunnen vertegenwoordigen in plaats van die eeuwige ander, zeggen we nog steeds liever niet. Jooss begreep al dat we van zijn ballet weinig zouden leren. Tijdloos is het in ieder geval gebleven.