Steens doeken 'mooier' na restauratie

AMSTERDAM, 26 MAART. Vier van de zes schilderijen van Jan Steen (1625/6-1679) die de afgelopen twee jaar in het Rijksmuseum in Amsterdam een opknapbeurt hebben gekregen, zijn van veel betere kwaliteit gebleken dan werd gedacht. De grootste verrassing leverde het Zelfportret (ca. 1668-'70) op, waar vanonder een laag bruinige verf die er in de achttiende eeuw op was geschilderd, een oranjerood gordijn tevoorschijn kwam. Het bruin bedekte ook een deel van Steens weelderige haardos. Bovendien bleek onder de rode avondlucht, waar het bruin in uitliep, een helder verlicht landschap te zitten.

De zes schoongemaakte schilderijen zijn tot en met 10 april te bezichtigen in een van de zalen van het Rijksmuseum. Daarna reist de helft ervan naar Washington waar op 21 april de tentoonstelling Jan Steen, schilder en verteller wordt geopend, die van 21 september tot en met 12 januari naar het Rijksmuseum komt. Op die expositie worden bijna vijftig meesterwerken van Steen uit particuliere en openbare collecties getoond. Het museum heeft besloten van de gerestaureerde schilderijen het Zelfportret, De Emmausgangers en De Leidse bakker Arent Oostwaert af te vaardigen. “We hebben eerst de restauratie afgewacht voor we besloten welke schilderijen we op de tentoonstelling zouden hangen”, zei gisteren W. Kloek, hoofd van de afdeling Schilderijen. Als vierde gaat Steens Sinterklaasavond mee, dat niet gerestaureerd hoefde. Het museum bezit in totaal 21 werken van Steen.

Mooier dan gedacht is ook het schilderij De zieke vrouw (ca. 1662-65). “Zelf vind ik dit een absoluut topstuk”, zegt Martin Bijl, hoofdrestaurateur schilderijen van het Rijksmuseum. “Net als de Emmausgangers. Je kunt eigenlijk spreken van aanwinsten uit eigen collectie. Van het Rijksmuseum werd altijd gezegd dat het geen Steen van topkwaliteit in huis had, maar nu blijkt toch dat we die wel hebben.”

De Emmausgangers (ca. 1667-'70) zal volgens Kloek vanwege zijn onverwacht hoge kwaliteit in de toekomst een vaste plaats in het museum krijgen. Het leek voorheen een matig werk, omdat grote delen waren overgeschilderd. Waarschijnlijk is het een eeuw geleden van een steundoek voorzien waardoor het oorspronkelijke linnen kromp en de verflaag scholletjes is gaan vormen die van het doek zijn afgesprongen. De beschadigingen waren met te veel vulmateriaal gestopt en daarover waren te grote retouches aangebracht. Het doek stelt een gezelschap voor om een tafel met links een vage schim van Christus, die na zijn opstanding het brood bij het gezelschap heeft gebroken, en verdwijnt.

In verband met de tentoonstelling en restauratie is een uitgebreid materiaal- en kunsthistorisch onderzoek uitgevoerd naar het werk van Jan Steen, over wie relatief weinig bekend is. Gebleken is onder andere dat Steen tijdens het schilderen steeds veranderingen aanbracht. In de catalogus die eind april in het Nederlands en Engels verschijnt, wordt verslag van de restauraties gedaan.