Panathinaikos

Staat u mij toe, dat ik even uit eigen werk citeer. Het betrof een halve finale tussen Panathinaikos en Rode Ster Belgrado uit het voorjaar van 1971. “Al voor de wedstrijd was Athene een heksenketel, een gekkenhuis waarin het onmogelijke mogelijk werd, zoals bijvoorbeeld de belofte van de Griekse filmster Zozo Sapountzakis. Deze uiterst fraai gevormde jongedame bood alle spelers bij uitschakeling van Rode Ster een verblijf van drie dagen en drie nachten aan in haar luxueuze villa Kinetta, waar zij en een aantal van haar vriendinnen liefdevol alle wensen van de vermoeide helden zouden inwilligen.” Welnu, Panathinaikos won met 3-0 en Zozo deed wat zij beloofd had. En het curieuze was, dat Panathinaikos met 3-0 moest winnen, omdat de eerste match met 4-1 verloren was gegaan!

Zo kwam, wat de Grieken betreft, de finale op Wembley tegen Ajax tot stand. Aanvankelijk leek het een ontmoeting tussen supporterslegers te worden. In Londen werden weliswaar groepen van respectievelijk 40.000 en 30.000 vreemdelingen gemakkelijk in het straatbeeld opgenomen en verzwolgen, maar wie de hotels wist waar de spelers vertoefden - en de Griekse spelers logeerden in het hartje van de stad - die kon voortdurend langs hun ijdele helden paraderen. Vooral de Griekse aanvoerder Domazos liet zich permanent bewonderen. Aan zijn arm bungelde zijn elegante echtgenote. En Puskas gedroeg zich eveneens als de voornaamste deelnemer aan een Easterparade in Manhattan. Hij zwelgde in de goedkope adoratie van zijn fans, die dag en nacht door ontzaglijke waarheden van zijn dorstige lippen trachtten te lezen. Hij was geen goed voorbeeld voor zijn spelers, van wie hij er twee naar huis moet sturen eer de wedstrijddag (2 juni) was aangebroken. Intussen zat Ajax in Croydon en staarde bezorgd naar de hiel van Piet Keizer, die door een bloeduitstorting dik en pijnlijk was. Het was een blessure, welke hij tegen Feyenoord had opgelopen, slechts zeven dagen tevoren. Ook Nico Rijnders had de slag Amsterdam-Rotterdam niet zonder verwonding overleefd. Hij was met pijn in de borst naar Wembley gekomen en moest in de rust gewisseld worden.

Michels had dus zorgen en hield de opstelling geheim tot vlak voor het beginsignaal. Uiteindelijk speelde Dick van Dijk en niet Horst Blankenburg. En Keizer. Achteraf was dat uitstekend. Want uit een prachtige passeerbeweging van Keizer, gevolgd door een schitterende voorzet, scoorde Dick van Dijk via een achterwaartse kopbal. Het bleek, dat het in die wedstrijd ging om een paar uitblinkende spelers. Hulshoff moest de ruim een meter negentig lange centrumspits Antoniadis lam leggen. Neeskens (voor de gelegenheid rechtervleugelverdediger) moest de razendsnelle sprinter Gramos in bedwang houden en Rijnders moest Domazos uit de wedstrijd spelen. Die drie dingen lukten uitstekend en daarmee hielden de Grieken geen angel over die Ajax kon steken. Er waren nog enkele vervelende zaken, zoals het uitvallen van Sjaak Swart die als kanthalf best aardig had gepeeld, maar werd gewisseld voor Arie Haan, die zich waarmaakte door de tweede treffer, geen spectaculair doelpunt maar wel beslissend, te scoren. Blankenburg was er in voor Keizer en Ajax won met 2-0, terwijl in het laatste kwartier de strijd als een nachtkaars uitging. De Grieken konden niet meer en Ajax was al bezig uit te rusten.

Maar was Cruijff er dan niet bij? Jazeker en hij speelde ook goed, maar aan scoren kwam hij niet toe. Puskas had een loopvaardige middenvelder aan hem opgeofferd, Elefterakis, maar uitschakelen kon hij 'Jopie' niet. Een grootse finale was het niet, maar aan de overwinning van Ajax kleefde geen enkele smet. Op Wembley, het heilige der heiligen, de Europa Cup 1 winnen werd destijds in ons land ervaren als iets uitzonderlijks. Tegenwoordig zou men er niet voor uit de bol gaan. Het was overigens de eerste van een trits Europese bekers die Ajax mee naar huis nam.

En wat doet Puskas? Worst verkopen in Spanje, of in alle rust mijmeren over vroeger?