Optimisme over Vietnamese olie blijkt overdreven

Een vreemd tafereel was de de afgelopen weken te zien op de rijstvlakten aan de Rode Rivier in het noorden van Vietnam. Ten zuid-oosten van Hanoi, aan de kust van de Golf van Tonkin, hangt een enorme boor in een toren dertig meter boven het zachte slib.

Generaties lang leverde de bodem hier weinig meer op dan rijst. Maar tijdens de Vietnamese oorlog ontdekten de Vietnamezen iets vreemds. “Een paar boeren maakten hun eten klaar en gebruikten hiervoor gas dat uit de grond kwam”, vertelt een inwoner van Hanoi die in het gebied bezocht. In de jaren zeventig en tachtig werkten Sovjet-Vietnamese teams, gebrand op het exploiteren van deze verborgen rijkdom, aan het aftappen en beteugelen van de energiebron, echter zonder succes.

Maar de buitenlanders zijn nu weer terug, en gebruiken de zegeningen der moderne techniek met nieuwe methoden voor seismologisch onderzoek. Het Australische bedrijf Anzoil startte begin maart in Noord-Vietnam met de eerste proefboringen van de laatste tien jaar. De resultaten worden binnen enkele weken of maanden verwacht.

Het succes van Anzoil is niet alleen van belang voor zijn aandeelhouders. De Vietnamese olie-industrie , die zich concentreert in offshore-velden meer dan duizend kilometer verderop, heeft een stimulans hard nodig na enkele maanden van pijnlijke herstructureringen.

De Franse olieproducent Total S.A. trok zich vorig jaar nog terug uit een omvangrijk project van 1,2 miljard dollar voor de bouw van Vietnams eerste olieraffinaderij. De regering besloot namelijk dat deze op een afgelegen plek aan de zuidkust zou komen, ver verwijderd van de afzetmarkt en de olieleveranciers.

Het aanvankelijke enthousiasme onder buitenlandse bedrijven die de plaats van de Franse gigant wilden innemen werd getemperd door hun ontevredenheid over de verdeling van de aandelen.

Ondertussen probeert het Australische Broken Hill Pty Ltd. over een produktie-contract voor het offshore olieveld van Dai Hung van 539 miljoen dollar te heronderhandelen. De schattingen van de reserves werden er bijgesteld van 800 miljoen naar 100 miljoen vaten. Elders waren onderzoeksresultaten eveneens teleurstellend en binnen de industrie doen geruchten de ronde over meer slecht nieuws in het vooruitzicht.

“Het is hier een waanzinnige gok. Dat is het altijd”, meent een arbeider op het terrein van Anzoil bij de start van de boringen. “Een paar jaar geleden zag men deze plek als de grote nieuwe hoop van Azië. Maar in het zuiden zijn er nu grote bedrijven die erover denken om zich helemaal terug te trekken.”

Ondanks de druk houdt de Vietnamese regering zijn poot stijf. Een belangrijke vergadering van de communistische partij wordt over een paar maanden belegd en Vietnam is niet van plan te wijken voor druk van buitenaf.

“We hebben ze niet nodig”, meent Ho Si Thoan, hoofd van de staatsoliemaatschappij PetroVietnam. Hij doelt op de buitenlandse bedrijven die geklaagd hebben. “We hebben bedrijven uitgenodigd om naar Vietnam te komen om samen te werken met de overheid. Als ze menen dat een project winstgevend en aantrekkelijk is kunnen ze erin deelnemen. Als ze anders oordelen moeten ze dat niet doen.”

Enkele buitenlandse bedrijven die betrokken zijn bij Vietnams olie- en gasindustrie hebben begrip voor dat standpunt. “Het probleem is dat hier mensen zijn gekomen die denken dat ze de Vietnamezen de wet kunnen voorschrijven”, zegt een Westerse manager. “Eerlijk gezegd is een van de redenen voor al die klachten dat sommigen naar Vietnam kwamen zonder eerst hun huiswerk te doen.”

Vietnam heeft inmiddels wijselijk geaccepteerd dat de vooruitzichten voor de olie-industrie niet zo rooskleurig zijn als aanvankelijk gedacht werd. Recente officiële verklaringen geven een bescheidener indruk dan voorheen. Hoewel de verwachtingen voor gebieden zoals het 15-1 olieveld voor de zuidoost-kusthooggespannen blijven, praten regeringswoordvoerders in toenemende mate over gaswinning.

Gas zorgt echter ook voor uitdagingen. Anders dan olie, die in tankers gepompt wordt om naar elders vervoerd te worden, moeten er kostbare pijpleidingen komen worden om het gas te vervoeren. Afnemers voor het gas zijn ook moeilijker te vinden.

Vietnam moet daarom electriciteitscentrales of petrochemische fabrieken bouwen en financieren voordat het gas kan stromen. Ook de ontwikkelingstijd, projectkosten, het risico en mogelijke vertraging in de terugbetaling kunnen dan nog voor problemen zorgen.

“De regering heeft plannen om verscheidene electriciteitscentrales te bouwen in de omgeving van Baria-Vung Tau (Zuid-Vietnam), met een capaciteit van 2000 tot 2400 Megawatt. De behoefte aan gas zal dus 8 tot 10 miljoen kubieke meter per dag zijn”, aldus Thoan. “Afhankelijk van de reserves die we in de nabije toekomst vinden valt ook te denken aan export van gas, en nieuwe energiecentrales.”

Maar daar houdt de verandering in het Vietnamese denken op. Ondanks het debâcle met Total praat Hanoi al over een tweede raffinaderij die in 2002 voltooid moet zijn en die nog verder in het noorden ligt, om de armere regio daar te steunen. Overheidsfunctionarissen als Thoan zijn optimistisch over de haalbaarheid van een produktie van 18-20 ton olie per jaar in het jaar 2000. Tezelfdertijd stelt hij zich een gasindustrie voor in het zuiden van Vietnam, die moet zorgen voor een spinn-off effect voor aanverwante bedrijvigheid.

“Ik denk dat de lokatie Zuid-Vietnam, Noord-Vietnam, of Midden-Vietnam niet zo belangrijk is”, zegt Thoan. “Het belangrijkste probleem voor de regering is hoe zij de economie goed kan ontwikkelen.” (AP)