Opslagbedrijf was al failliet; Verwoeste loods bevatte illegaal ingevoerd afval

AMSTERDAM, 26 MAART. Het bedrijf Branex BV in Amsterdam-Noord, waar zondagmiddag een loods met plastic afval uitbrandde, is eind februari failliet gegaan. Het bedrijf had op dat moment geen vergunning voor de invoer en opslag van het nu verbrande materiaal.

Het ministerie van VROM weigerde een vergunning voor de invoer af te geven. Over een opslagvergunning was nog overleg gaande met de gemeente Amsterdam. Door het faillissement is ook dat nu van de baan.

De brandweer was vanochtend nog steeds bezig met nablussen. De werkzaamheden worden bemoeilijkt doordat het pand op instorten staat waardoor het moeilijk is bij de brandhaarden te komen, aldus de brandweer. Vannacht zijn een kraan en een shovel ingezet om de werkzaamheden te bespoedigen. In de loodsen was onder andere pvc opgeslagen.

De brandweer onderzoekt de schadelijkheid van de vrijgekomen stoffen. Ook het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu heeft metingen verricht. Tot op heden zijn geen schadelijke concentraties giftige stoffen aangetroffen. De oproep in een aantal wijken om ramen en deuren te sluiten is inmiddels ingetrokken. Wel wordt astmapatiënten aangeraden zo min mogelijk naar buiten te gaan, omdat er nog sprake is van rookontwikkeling.

In de loodsen van Branex liggen vaten met 'technisch vet', harsen en wassen, plastic, rubber en licht kunststofafval opgeslagen. Het materiaal is afkomstig uit Duitsland. De invoer van de afvalstoffen is volgens een woordvoerder van het stadsdeel in strijd met de Europese regelgeving. Onderhandelingen met Duitse bedrijven die het zouden moeten terugnemen hebben er vooralsnog slechts toe geleid dat het technisch vet en het kunststofafval terug konden. Het stadsdeelbestuur stelde twee weken geleden wethouder Bakker (milieu) op de hoogte van de situatie rond het bedrijf. Volgens de wet milieubeheer zijn B en W het bevoegd gezag voor de opslag van afvalstoffen.

In november vorig jaar legde het openbaar ministerie het bedrijf een voorlopige maatregel op. Deze hield in dat het afval onaangeroerd moest blijven tot overeenstemming was bereikt met de afdeling toezicht afvalstoffen van het ministerie van VROM over de eindbestemming.

Het stadsdeelbestuur wilde van Bakker weten welke gevaren de opslag van de stoffen voor het milieu en de omwonenden inhield. Ook wilde het geïnformeerd worden over eventuele maatregelen van B en W in geval van brandgevaar. Eind vorige week stuurde de gemeente de brief door naar de Milieudienst voor advies. Bij deze dienst waren in augustus vorig jaar klachten over stank binnengekomen van omwonenden.