Melkert: niet meer bijverdienen in de bijstand dan nu

DEN HAAG, 26 MAART. Minister Melkert (Sociale Zaken) wijst voorstellen van de Tweede Kamer af om mensen met een bijstandsuitkering via een wijziging van de wet meer ruimte te geven om bij te verdienen.

Dit bleek gisteren in de Tweede Kamer, die een eerste debat wijdde aan de nota die de minister over de bestrijding van stille armoede en sociale uitsluiting heeft gemaakt.

De minister vindt dat de gemeenten moeten uitmaken in hoeverre mensen met een bijstandsuitkering mogen bijverdienen zonder dat dit op hun uitkering wordt gekort. Die mogelijkheid hebben ze sinds oktober 1994. De minister verzet zich tegen suggesties van zijn eigen partij, de PvdA, alsmede van D66 en CDA om de zogenoemde vrijlatingsregeling opnieuw centraal uit te voeren. In de praktijk laten veel gemeenten bijverdiensten toe tot de wettelijke grenzen die daarvoor gelden: 150 gulden per maand plus de helft van de overige bijverdiensten, tot een maximum van 275 gulden.

Melkert heeft in zijn voorstellen een uitzondering gemaakt voor bijstandsontvangers die geen sollicitatieplicht hebben: alleenstaande ouders met kinderen tot vijf jaar en degenen die ouder zijn dan 57,5 jaar. Zij krijgen van hem wel het recht bij te verdienen zonder dat de sociale dienst dit binnen de afgesproken financiële grenzen kan verbieden.

Ook wees Melkert het voorstel van PvdA en D66 af om de extra belastingaftrek die volgend jaar voor alleenstaande 65-plussers wordt ingevoerd, toe te spitsen op de minima. Hij vreest dat dit te veel rompslomp geeft. “Dan moeten we iedereen een formulier toesturen en bestaat het gevaar dat mensen die er wel recht op hebben achter het net vissen.” Hij kiest ervoor dat alle ouderen die onder het laagste belastingtarief vallen, automatisch voor de extra aftrek in aanmerking komen. PvdA en D66 hoopten juist dat de aftrek per 65-plusser hoger zou worden door deze fiscale wijziging alleen voor de minima door te voeren.

Melkert herhaalde gisteren zijn verwachting dat de uitkeringen ook volgend jaar aan de gemiddelde loonstijgingen zullen worden gekoppeld. In de Kamer tekent zich een meerderheid af voor een voorstel om deze koppeling in elk geval voor AOW'ers te garanderen. De minister reageerde daar gisteren tijdens het overleg met de Kamer niet op. Naar verluidt ziet hij echter weinig in zo'n onderscheid tussen AOW'ers en (andere) uitkeringsgerechtigden.

Volgens Melkert komt “gemeenten de sleutelrol” toe om mensen die in armoede verkeren te bereiken. Hij wees erop dat van het beschikbare bedrag voor bijzondere bijstand de gemeenten per jaar zo'n 150 miljoen gulden niet aan dit doel uitgeven. Een verhoging van de sociale uitkeringen, waarop GroenLinks en SP hadden aangedrongen, wees de minister af. “Hoe sympathiek ook”, zei Melkert, “ze zouden het werkgelegenheidsbeleid verstoren.”

De minister sloot “allerminst” uit dat het kabinet de komende jaren meer zal moeten doen aan armoedebestrijding dan hij nu heeft voorgesteld. Verder onderzoek naar de werkelijke situatie moet dit volgens hem uitwijzen. Hij wil gedurende vijf jaar sociale conferenties houden om te bereiken dat het onderwerp armoedebestrijding onder de aandacht blijft.