Koeiengekte

DE BRITSE REGERING gaf vorige week woensdag toe dat er mogelijk een verband bestaat tussen tien sterfgevallen van jonge Britten aan de ziekte van Creutzfeldt-Jakob en de gekke-koeienziekte (bovine spongiform encephalopathy, BSE). Vrijwel direct na bekendmaken van dit nieuws was de aandacht niet meer op de tien doden gevestigd, maar op elf miljoen koeien die al of niet moesten worden geslacht, op de bestemming van tienduizenden tonnen rundvlees die de Britten maandelijks produceren, op honderden McDonald-restaurants die zelfs in Groot Brittannië geen Britse koeien meer in hun hamburgers verwerken, en op Franse vleeshandelaren die op de Parijse vleesafslag genieten van de teloorgang van hun Britse concurrenten.

Rechtvaardigen de tien doden ingrijpende maatregelen? Er verloopt na een besmetting vier tot veertig jaar voor de ziekte bij de mens tot uiting komt. BSE werd in Groot-Brittannië in 1986 voor het eerst geconstateerd. De epidemie onder het rundvee bereikte in 1993 haar hoogtepunt en was vorig jaar terug op het niveau van 1988. In 1995 werden ongeveer 14.000 koeien ziek, meest ouder melkvee. Het is door de lange incubatietijd onbekend hoeveel jong slachtvee besmet maar niet ziek naar het slachthuis gaat. Er is geen test om de besmetting bij levende, nog niet zieke dieren aan te tonen. De theoretische mogelijkheid bestaat dus dat de komende jaren een toenemend aantal Britten de ziekte krijgt.

DE KANS DAT DE Britten een grote epidemie te wachten staat is klein. De ziekte wordt niet veroorzaakt door een bacterie, virus, parasiet of worm, maar door een prion, een infectieus eiwit. Iedereen heeft prion-eiwitten, maar de ziekte slaat pas toe als het eiwit van vorm verandert doordat het met een al veranderd prion-eiwit in contact is geweest. Dat is althans de theorie over het doorgeven van de besmetting, maar een moleculair mechanisme is onbekend. Tot nu toe is het met proefdierexperimenten alleen gelukt om de ziekte over te brengen op muizen die rauwe koeiehersenen en -ruggemerg kregen ingespoten. Ook zijde-aapjes, die evolutionair iets dichter bij de mens staan, werden alleen ziek van koeiehersenen. Niet van vlees en melk of andere bestanddelen en produkten van het rund. Maar ook als de kans op besmetting zeer klein is, dan nog zijn er zeer veel mensen blootgesteld, want zeker negentig procent van de bevolking eet rundvlees. Maatregelen om de epidemie onder runderen te stoppen zijn dus terecht. DE VRAAG IS OF DE Britse regering tot nu toe voldoende heeft gedaan. In 1988 is het verwerken van schapen- en koeienkadavers in krachtvoer voor herkauwers verboden. Later mochten hersenen en ruggemerg van koeien niet meer worden gebruikt. Vorige week werden nieuwe slachtprocedures voor oud vee afgekondigd. Het is helaas niet aan te tonen dat daardoor de besmettingskans van de veestapel en van de rundvleesconsument tot nul is gereduceerd.

Iedere dreigende epidemie heeft een onzeker begin. De aids-epidemie begon eind 1980 met de waarneming dat vijf jonge mannen in Los Angeles aan een zeldzame vorm van longontsteking waren overleden. De gezondheidsautoriteiten waren verbijsterd toen ze erachter kwamen dat de ziekte werd veroorzaakt door een virus met een latentietijd van vijf tot tien jaar. We kunnen nu weer aan het begin van zo'n gebeurtenis staan, en deze epidemie zou dan worden veroorzaakt door het eten van rundvlees, niet door seks.

Aan de andere kant: de blootstelling aan besmet rundvlees duurt al zo lang, en de kans op overdracht via toebereid vlees lijkt zo klein, dat het weinig zin heeft nu plots de consumptie te staken. En de gretigheid waarmee concurrerende vlees producerende landen tegemoetkomen aan de kopersstaking, doet vermoeden dat ook economische motieven een rol spelen. Een zeker cynisme is ook bij politici te bespeuren, als ze overwegen de Britten royale steun te geven zodat die mensen op dat eiland eindelijk trouw lid van de Europese Unie worden.