Kasparov wil computer als hulpmiddel

AMSTERDAM, 26 MAART. Wereldkampioen Garry Kasparov sluit een hereniging in de schaakwereld voorlopig uit. Zijn bond, de PCA, voert oorlog met de internationale schaakfederatie de Fide. Westerse democratieën hebben vorig jaar de Fide verkocht aan een miljardair uit Kalmukkië, moppert Kasparov. En die nieuwe voorzitter wil, tot woede van Kasparov, Karpov en Kamsky in Irak laten schaken.

De 32-jarige Rus Kasparov speelt deze week in Amsterdam het VSB-toernooi. Een vraaggesprek op de eerste rustdag.

Meneer Kasparov, de schaakwereld verkeert in een chaos. De Fide wijkt uit naar Irak. Uw eigen bond, de PCA, heeft geen geld en geen sponsor. Wat is de toekomst van het wereldkampioenschap? Speelt u een herenigingsmatch met de Fide-wereldkampioen?

“Ik wil niets meer met de Fide te maken hebben. De Fide is nu een bandietenclub. De nationale schaakbonden, met name westerse democratieën als de Verenigde Staten, Nederland, Duitsland en Frankrijk, wilden voozitter Campomanes kwijt. Ze hebben daarom vorig jaar op een congres in Parijs de Fide verkocht aan een zakenman uit een, laten we zeggen, raar deel van de wereld met in zijn zakken geld uit een duistere bron. Ik ken hem al vijf jaar, maar ik heb persoonlijk nog nooit geld aangeraakt dat van hem vandaan kwam.

“De Fide was blij met hun rijke redder. Maar de afgevaardigden vergaten één ding. Iljoemzjinov geeft niets voor niets. Hij vindt Fide-voorzitter een mooie titel die hem zal helpen nog meer geld te verdienen. Ethiek is voor hem een flexibel begrip.

“De Fide-match Karpov-Kamsky kon aan geen enkel westers land worden verkocht. De match heeft namelijk geen commerciële waarde. Dus werd het Bagdad. Een match in Bagdad is niet alleen slecht voor de Fide, het is een misdaad tegen het schaken. Het schrikt alle potentiële sponsors af.

“Er is geen samenwerking tussen de PCA en de Fide mogelijk zolang de Fide verrot is. We kunnen nu wel alle brokken bij elkaar vegen en eind 1997 alles weer bij elkaar voegen, maar we kunnen beter voor een radicalere oplossing kiezen.

“Het huidige systeem met kandidatenmatches heeft afgedaan, want het heeft nul-komma-nul commerciële waarde. Het duurt te lang, er doen te veel spelers meer. Het moet simpeler en korter. Ik beloof mijn titel eind 1997 of begin 1998 te verdedigen. Dat ben ik verplicht. Er zijn twee manieren om de uitdager aan te wijzen. Er zijn hooguit vijf of zes kandidaten. Laat die een toernooi spelen. Nog simpeler is dat de schaker die het prijzengeld van anderhalf miljoen dollar bijeen kan brengen me mag uitdagen. Wie kan dat? Alleen Karpov. Over een jaar of twee Kramnik. Misschien over een jaar Anand, als hij zich heeft hersteld.”

Of Bobby Fischer?

“Hij heeft zich buiten de schaakwereld geplaatst. En hij is niet goed genoeg.”

Kasparov is al aardig op streek geraakt als Anand en een vriend zich met het vraaggesprek gaan bemoeien. “Wat vind je van die match in Badgad”, plaagt Anand. “Bagdad én Jeruzalem is het laatste plan”, vult de vriend aan. “Weet je al hoe we de spelers vervoeren van Bagdad naar Jeruzalem? Per scud-raket.” Het duurt een minuut voordat Kasparov zijn lachbui weet te bedwingen.

Een nieuw tijdperk is begonnen. U heeft onlangs een partij verloren van een computer. Wordt de computer binnenkort wereldkampioen?

“In speedschaken (met 25 minuten per persoon per partij) is de computer al minstens even goed als de beste mensen. In het klassieke schaken kan de mens zich nog verzetten. De computer heeft fundamentele problemen. Maar ik sluit niet uit dat eens een computer zal heersen. De kritieke fase is over één tot drie jaar. Tot nu toe zijn de computers sterker geworden doordat hun rekenkracht is vergroot. Het is de vraag of de programmeurs nog een grote sprong voorwaarts kunnen maken.

“Ik schrok van mijn nederlaag. Deze machine begrijpt nog steeds niets van het schaakspel. Ze begrijpt positionele problemen niet. Maar het programma berekent zoveel zetten, dat het de korte-termijn-effecten van positionele zetten wel doorziet. Het maakt geen fouten meer op korte termijn, niet positioneel, niet tactisch. Dat is een forse beperking van het aantal manieren waarop ik kan winnen. Winnen kan enkel met lange-termijn plannen. Of met offers die de computer in verwarring brengen.

“Tussen mensen worden veel partijen beslist doordat een mens knakt als er langdurig druk wordt uitgeoefend op zijn stelling. Mensen breken onder de spanning. Maar de computer voelt die druk niet. Hoe langer een partij duurt, hoe meer de mens zichzelf vermoeid.”

Verloor u de eerste partij omdat u de computer op eigen terrein wilde verslaan? Bespeelde u de machine als een mens, zonder zijn zwakte op te zoeken?

“Nee. Ik was me van geen gevaar bewust. Ik dacht dat ik een verdedigbare stelling had. Maar ongelukkigerwijze belandde ik in een stelling waarin de machine onverslaanbaar is. Het kostte me een paar partijen om de juiste manier te vinden om de machine te bestrijden. Ik ontdekte een paar algemene regels en veel kleine trucjes. In de andere partijen vermeed ik bijvoorbeeld een directe confrontatie. Het was schaken tegen een speler met vastgelegde eigenschappen.”

Hoe ziet u het schaken na 2000?

“Het zal een ander spel zijn. Het klassieke schaak zal terrein verliezen. Speedschaken wordt belangrijker. En ik ben een groot voorstander van het spel van mens plus machine tegen mens plus machine. Schaken met een kleine computer als hulpmiddel. Dan blijft inzicht en creativiteit noodzakelijk en worden blunders vermeden. Ik denk dat deze versie van het spel bijzonder populair zal worden. We moeten hard nadenken over de toekomst van het schaken. Internet biedt veel nieuwe kansen.”

U verloor afgelopen vrijdag na een fout in de opening. Wordt het voor u steeds moeilijker alle schaakkennis te onthouden?

“Het schaken heeft zich de afgelopen tien jaar meer ontwikkeld dan in de tweeduizend jaar daarvoor. Het is nu een volledig wetenschappelijk spel. Je kunt je niet meer bewegen zonder een database met honderdduizenden partijen en analyses. Een gemiddelde speler weet nu meer dan Bobby Fischer twintig jaar geleden. In de jaren tachtig was ik met mijn analyses en mijn openingsvoorbereiding mijn tijd vooruit. Maar nu zitten er gaten in mijn repertoire. Soms vergeet ik een variant die ik jaren geleden heb bestudeerd.

Dat komt niet doordat u nu minder hard werkt?

“Ik studeer minder uren, maar werk efficiënter. Maar ik sta tegen een overmacht van jonge hongerige spelers. Vroeger was ik de enige die een variant diepgaand bestudeerde, nu doen honderden spelers dat. Vroeger kon ik een nieuw idee desnoods vijf jaar bewaren, nu hooguit vijf weken.

“En de geest van het spel is veranderd. Tegenwoordig speelt iedereen voluit op winst. Omdat ik Karpov heb afgelost als wereldkampioen en met mijn openingsvoorbereiding en agressieve spel het voorbeeld heb gegeven. En omdat er computers zijn. Alle informatie is te bereiken met één klik van de computer.

“Als ik al mijn energie aan schaken zou besteden, zou ik sterker zijn. Ik ben tegenwoordig minder gebrand op succes. Ik heb al zoveel gezien, al zoveel meegemaakt. In een match word ik nog niet bedreigd, want daar telt meer dan alleen vastberadenheid. Maar in toernooien krijg ik het steeds zwaarder.”

Wat gaat u doen na het schaken? Politiek of zaken?

“Politiek is leuk, maar zaken doen is belangrijker. Want zaken doen geeft je een basis voor de rest van je leven.”

Waar woont u?

“Ik woon ik Moskou. En ik hoop dat ik er na de verkiezingen van 16 juni kan blijven wonen. Ik hoop dat meneer Karpov en zijn vrienden (de nationaal-communistische oppositie, red.) niet terug zullen komen.”

Bent u bang dat Zjoeganov en de communisten de verkiezingen winnen?

“Ik zal mijn uiterste best doen de huidige president te steunen. Want iedereen kan begrijpen wat er zal gebeuren als de communisten de macht overnemen. Ik ben niet blij met Jeltsin. Maar ik kan nu in Rusland wonen, ik kan er regelmatig stemmen, mijn eigendommen worden beschermd. Als de communisten winnen kan me alles worden afgenomen. Het zou zelfs gevaarlijk voor me kunnen zijn om in Rusland te wonen.”

Houdt u van het nieuwe Moskou?

“Het is een gewone, snel groeiende stad. Het wilde kapitalisme heerst. Je moet kansen benutten. Je kan winnen, je kan verliezen. Een spel dat me bevalt.”

U bent inmiddels een rijk man? Heeft u wel tijd om het uit te geven? Spaart u postzegels, zoals Karpov?

“Ik verdoe geen tijd aan verzamelen. Maar geld uitgeven is makkelijk. Ik koop alles wat ik leuk vind. Kleren, videocamera's, juwelen voor degenen van wie ik houd. En vergeet niet dat ik een grote familie heb. Ik heb verplichtingen. Geld, zo heb ik ondervonden, kan alle kanten opstromen.”

Hoe wilt u dat uw dochter u herinnert? Als schaker of als vader?

“Ze is drie. Ik zie haar bijna nooit, want ze woont in New Jersey. Ik ga haar binnenkort opzoeken. Het is vooral belangrijk dat ze weet dat ze ergens een vader heeft.”