Journalistiek met verborgen camera onthult vaak niets

De verborgen camera rukt op in de televisie-journalistiek. Een abortuskliniek en een aantal restaurants werden ermee vastgelegd. Maar hoe zinvol is zo'n aanpak?

Piet Hagen vindt dat het vooral gaat om de kwaliteit van het eindproduct. Wat zegt één beeld van een geconstrueerde werkelijkheid?

De laatste twee weken iets gemerkt van een discussie over discriminatie van immigranten? Of over abortusklinieken? Vast niet. Vermoedelijk des te meer over Jaap Jongbloeds verborgen camera en over het onzichtbare oog van Gods eigen EO-Tijdsein. Want niet het onderwerp zelf of de kwaliteit van een journalistiek product telt, maar slechts de gedurfdheid van de methode.

Ooit was er een tijd dat een journalist zijn eigen naam niet in de krant durfde zetten. Het ging immers niet om hem (nog minder om haar), maar om de zaak. Het woordje 'ik' was sowieso verdacht. Over je eigen ontberingen sprak je al helemaal niet. Al had je nachten in de vrieskou staan posten, daar kon je lezers niet mee vervelen. Laat staan dat je je methode tot onderwerp van discussie zou maken. Slechts de onthulling zelf telde.

Nu is dat alles zoveel eenvoudiger. Stop een verborgen camera in je handtasje, film de slager terwijl hij uit zijn neus peutert en noem je 'journalistieke' reportage: Voedselvergiftiging in Nederland. Je krijgt weliswaar nog net geen journalistieke prijs, maar je bent zeker van veertien interviews met mediaredacties van kranten en concurrerende tv-programma's (die moeten ook leven). En je blijft nog weken in het nieuws, want met een beetje geluk dient de slager een klacht in bij de Raad voor de Journalistiek. Of misschien komt er wel een kort geding. Allemaal follow up voor die genadeloze serie 'Voedselvergiftiging in Nederland'.

Ik zou niet graag in de Raad voor de Journalistiek zitten en de vraag voorgelegd krijgen of de artiest Bart de Graaf de ruiten van een Esso-station aan diggelen mag gooien om te kijken hoe de politie reageert. Wat heeft dergelijk stuntwerk met journalistiek te maken?

Het zou zoveel interessanter zijn als het debat ging over de kwaliteit van de journalistiek. Heeft iemand het indringende programma van Zembla gezien over discriminatie in Nederland, gemaakt met conventionele methodes? Tien keer zo goed als Deadline's gemaskeerde inval in restaurant Le Garage. Het zou aardig zijn ons te verdiepen in de werkwijze van de KRO-journalisten van Reporter, die een 'ongeautoriseerd portret' maakten van Frits Bolkestein. Is zo'n programma - ondanks de kritiek van de liberale fractieleider - eigenlijk niet veel beter dan al die zogenaamde interviews die we al jaren zien? Hoe komt het dat journalisten zo vaak genoegen nemen met de weg van de minste weerstand?

We zouden ons kunnen afvragen of journalisten wel genoeg graaf- en spitwerk doen om dingen zelf uit te zoeken. Wie is op het ogenblik bezig met een analyse van bedrijven die enerzijds torenhoge winsten maken en anderzijds arbeidskrachten bij duizenden uitstoten? Hoeveel gewone journalistieke research zou op dat terrein niet te doen zijn?

Wanneer alle gewone middelen falen en het belang van het onderzoek dat rechtvaardigt, zal een journalist wel eens zijn toevlucht moeten nemen tot onconventionele methodes. Zowel de rechter als de Raad voor de Journalistiek heeft daar onder bepaalde omstandigheden begrip voor. Maar dat is iets anders dan uit gemakzucht en effectbejag bananenschillen rondstrooien en kijken of iemand uitglijdt.

Voordat we ons wagen aan onconventionele methodes in de journalistiek, moeten journalisten zichzelf wel een paar vragen stellen. De eerste vraag is dan: hoe zou de betrokken journalist het vinden als hijzelf werd bestookt met gelijke middelen?

Ik herinner me tal van zaken waarin journalisten elk commentaar weigerden, toen zij of hun medium in moeilijkheden kwamen. Het vakblad De Journalist kan een aardige lijst namen produceren van collega's die zich in stilzwijgen hulden, toen hun werd gevraagd verantwoording af te leggen van hun doen en laten. Of een ander voorbeeld: weinig redacties zullen het op prijs stellen drie maanden te worden bespied door een undercover stagiair die daarna de vuile was buiten hangt, zoals vroeger wel eens is gebeurd.

Journalisten protesteren ook heftig (terecht, zou ik zeggen) als zij het vermoeden hebben dat de politie of de BVD hen afluistert, als hun film- of fotomateriaal uit handen wordt genomen of als bij hen huiszoeking wordt gedaan. Zij houden - nogmaals: terecht - niet van schending van de privacy, noch in hun werkruimten, noch op hun privédomein.

Een andere vraag die de journalist zich moet stellen, is of hij inderdaad het 'algemeen belang' dient als hij normale spelregels opzij zet. Journalisten hebben een gezond wantrouwen jegens machthebbers die met een beroep op het 'algemeen belang' hun macht gebruiken of misbruiken. Politie die zonder toestemming het middel van inkijkoperaties of infiltratie hanteert kan op hun kritische aandacht rekenen. Zou dat alles henzelf niet wat voorzichtiger moeten maken bij het gebruik van onconventionele middelen met een beroep op het 'algemeen belang'?

Dit alles gezegd zijnde, dient zich de vraag aan of de Evangelische Omroep er goed aan heeft gedaan de verborgen camera in te schakelen in haar strijd tegen abortus. En de mogelijke antwoorden buitelen over elkaar heen. Nee, zegt de rechter, dat is verboden. Ja, zegt de EO, want dit is de enige manier om te laten zien wat er binnenskamers gebeurt. Flauwekul, schrijft media-journalist Ruud Verdonck in Trouw, want alles wat in die uitzending boven water kwam was al lang bekend. Mij interesseert in de eerste plaats de vraag of het journalistieke product goed was. Wat zegt dat ene beeld van een geconstrueerde werkelijkheid? Televisie heeft natuurlijk beeld nodig, maar bij voldoende research zal het aantal mogelijkheden voor verbeelding ook toenemen.

Als de discussie te veel over de gedurfde methodes en niet meer over de inhoud van de uitzending gaat, is het al een beetje verdacht. Mede daarom kun je als journalist het beste zolang mogelijk methodes gebruiken die in het gewone menselijk verkeer aanvaard zijn. Je naam noemen als je iemand opbelt, zeggen dat je journalist bent, vertellen wat je van plan bent, eventueel je verhaal laten corrigeren op feitelijke onjuistheden, checken en double-checken. Als je de feiten gedocumenteerd boven tafel hebt, hoef je de betrokkenen alleen nog maar met de waarheid te confronteren en om commentaar te vragen. Weigeren ze, dan publiceer je toch.

Dat is iets heel anders dan actrices de wachtkamer van een arts insturen of grappenmakers ruiten laten ingooien. Misschien moet er naast de Raad voor de Journalistiek zoiets als een Ethische Raad voor Banana Split komen om al die ongein te beoordelen.