Haagse bestrating

In de krant van 16 maart schetst verslaggever Arjen Schreuder een beeld van de deplorabele staat van de Haagse bestratingen. Wat mij zeer verbaast is de kritiekloze wijze waarop de verslaggever enkele Haagse gemeentefunctionarissen de gelegenheid biedt de slechte staat van wegen, fietspaden en trottoirs neer te zetten als een soort onafwendbaar natuurverschijnsel. De rijksoverheid moet maar snel over de brug komen, is hun boodschap.

Ik begrijp zoiets niet. Bij achterstallig onderhoud van deze omvang mag je toch gerust spreken van jarenlang gemeentelijk wanbeheer? En nog steeds blijft het meeste noodzakelijke onderhoud achterwege. Waarom? Omdat er jaarlijks maar vijftien miljoen gulden beschikbaar is, terwijl er dertig miljoen nodig is plus nog eens 35 miljoen voor achterstallig onderhoud. Alsof het schijntje dat nu voor wegonderhoud wordt uitgetrokken een gegeven is in plaats van een beleidskeuze van de gemeente zelf. Als je infrastructuur er zó desolaat bij ligt, zorg je er als gemeente toch voor dat er meer geld wordt vrijgemaakt om daar iets aan te doen?