Economen bepleiten onconventionele aanpak; 'Bestrijd werkloosheid met lagere uitkeringen'

DEN HAAG, 26 MAART. Nederland telt 1,2 miljoen werklozen. Dat is namelijk het aantal personen dat een baan van ten minste twaalf uur wil hebben, zo blijkt uit onderzoek. De voorzitter van de Commissie van Economische Deskundigen (CED), Ad Kolnaar, vindt zoveel mensen langs de kant “een gekunstelde oplossing”. Kolnaar: “We laten die mensen jarenlang niks doen, maar geven hen wel een inkomen. Dat is zonde”.

De economische deskundigen van de Sociaal-Economische Raad (SER) presenteerden vanmiddag hun jaarlijkse rapport. Daarin bepleiten ze een onconventionele oplossing voor de werkloosheid. Kolnaar: “Verlaag de uitkeringen zo ver dat mensen wel aan het werk moeten gaan voor een redelijk inkomen. Om te zorgen dat er voor hun genoeg banen beschikbaar zijn moet er een aparte deelmarkt komen voor mensen met een lage produktiviteit, waar ze hun lage uitkering kunnen aanvullen met inkomen uit werk. Dat werk moet georganiseerd worden, dat komt niet vanzelf tot stand.”

Het plan is oorspronkelijk ontwikkeld door de Rotterdamse econoom prof.dr. J.C. Siebrand, één van de zes leden van de CED. De SER-economen nemen het idee niet volledig over, maar vinden wel dat er onderzoek naar moet worden gedaan. “In beginsel mag geen uitkering worden verstrekt zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat”, luidt één van de aanbevelingen.

De commissie zet zich af tegen het zogeheten Amerikaanse model, waarbij de oplossing voor het werkloosheidsprobleem wordt gezocht in meer marktwerking (zoals lagere lonen en flexibele arbeidscontracten). Vrije marktwerking is volgens Kolnaar wel geschikt voor produktmarkten, maar niet voor de arbeidsmarkt. “Het Amerikaanse model werkt daar niet. Op de arbeidsmarkt heb je namelijk niet alleen met economische efficiency te maken, maar ook met redelijkheid en betrouwbaarheid. Je kunt het vergelijken met de discussie over vaste wisselkoersen. Voor een soepele werking van de kapitaalmarkt zou je die misschien moeten afschaffen. Maar daardoor krijg je veel onzekerheid. Als de koers van een munt in korte tijd vijftig procent in waarde kan dalen, kunnen ondernemers niet meer calculeren. Dat is slecht voor de handel en dus voor de economie. Zo is het ook met de lonen. Die moeten niet te veel slingeren. Ondernemers willen zekerheid. Eén keer per twee jaar onderhandelen over de lonen, die dan worden opgelegd aan alle werkgevers in de bedrijfstak.”

Het ministerie van Economische Zaken, secretaris-generaal Geelhoed en minister Wijers voorop, hebben volgens Kolnaar “wel erg veel vertrouwen in deregulering en het marktmechanisme”. Hij noemt dit vertrouwen “vermetel”, omdat het in zijn ogen geen oplossing voor de hoge werkloosheid biedt. De economische deskundigen van de SER pleiten in tegenstelling tot Wijers en Geelhoed voor het verder optuigen van het Rijnlandse model, waarbij meer nadruk ligt op sociale zekerheid. Tot nu toe was dat vooral zekerheid van inkomen, via een uitgebreid netwerk van uitkeringen. De economische deskundigen willen deze schijnzekerheid (ook uitkeringen kunnen worden verlaagd) nu wijzigen in de zekerheid van werk. Om die te bereiken moeten ongebruikelijke wegen worden bewandeld, vinden zij.

Van de personen met alleen basisonderwijs had in Nederland in 1994 slechts 30,4 procent een betaalde baan. De produktiviteit van deze laagopgeleide Nederlanders is gewoon te laag om in aanmerking te komen voor een betaalde baan. Hun prestaties maken het minimale inkomen dat werkgevers volgens de wet of de CAO moeten betalen niet waar. De economische deskundigen pleiten daarom voor ontkoppeling van produktiviteit (prestatie) en inkomen.

“Dat kan op een aantal manieren”, zegt voorzitter Kolnaar. “We kunnen lonen en uitkeringen ontkoppelen. Als werkenden een lager loon krijgen dan het sociaal minimum, dan kunnen we dat loon via een negatieve inkomstenbelasting aanvullen tot aan het sociaal minimum. Wat we niet willen is een situatie zoals in Amerika, waarbij in feite tegen mensen wordt gezegd: 'het spijt me, maar u bent te dom voor een menswaardig inkomen'.” Het aanvullen van inkomens door de fiscus heeft volgens Kolnaar als nadeel dat de collectieve lasten - belastingen en premies - daardoor hoger uitvallen. Het moet immers ergens van worden betaald.

“Siebrand gaat daarom een stap verder. En ik voel met hem mee. Een belangrijk deel van de werkloosheid is te wijten aan een gebrekkige organisatie van de samenleving. Het bewust thuis laten zitten van werklozen noemt Siebrand het subsidiëren van vrije tijd. Hij wil deze werklozen aan het werk zetten. Niet door werkgevers met loonkostensubsidies te prikkelen hen aan te nemen, want dat blijkt niet te werken. Maar door de uitkeringen erg laag te maken en een aparte arbeidsmarkt te creëren. Je kunt dan denken aan banen in de collectieve sector, in de gezondheidszorg, het onderwijs.”

Melkert-banen en eenvoudig werk waarvoor minder betaald mag worden dan het minimumloon vormen volgens deskundigen geen echte oplossing. Veel uitkeringsgerechtigden vinden die banen niet interessant genoeg om er hun uitkering voor op te geven. “Door hun uitkeringen te verlagen worden ze financieel geprikkeld om het aangeboden werk wél te accepteren”, aldus Kolnaar.

In hun rapport Arbeidsmarkt, informatietechnologie en internationalisering pleiten de economische deskundigen verder voor meer investeringen en scholing. Ook daarin wijken ze af van het Amerikaanse model. Kolnaar: “Menselijk kapitaal wordt een steeds belangrijker produktiefactor. Bedrijven zullen niet alleen in machines, maar ook in mensen moeten investeren.”