Echte eerste kievitsei geraapt door kaarthouder

LEEUWARDEN, 26 MAART. Nog geen dag na de vondst van het officieuze eerste Friese kievitsei is vanmorgen het 'echte' eerste exemplaar aangeboden aan de Friese commissaris van de koningin, Hermans. De vinder is de 36-jarige W. Mulder uit Sexbierum, die het eitje gisteren raapte. Hij nam de in eierzoekerskringen gewaardeerde bokaal de “sulveren ljip” in ontvangst.

Een dag ervoor vond de Hindelooper C. Faber het feitelijk eerste ei, maar omdat hij geen wettelijk verplichte eierzoekkaart kon tonen, was zijn vondst ongeldig. De Bond van Friese Vogelbeschermingswachten (BFVW) beschouwt Faber - hoewel die al jaren lid is - als een “zwartzoeker”. De Hindelooper schafte gisteren in aller ijl alsnog een kaart aan. Hij noemt zichzelf toch de eerste vinder . “Een herinnering in de vorm van een beeldje is mooi, maar in mijn hart weet ik dat ik de eerste was. Ik gun het Mulder, maar als hij later naar die zilveren kievit kijkt, weet hij dat een ander hem voor was.” Fabers huis stond gisteren vol bloemstukken van meelevende Friezen. “Ik heb zelfs van iemand een zilveren pauw gekregen.” Hij voelt zich het slachtoffer van bureaucratie en te strakke regels.

Mulder vindt het “sneu” voor Faber. Maar regels zijn regels, meent hij. Een inwoner van Drachten wil een stichting oprichten die de vinder van het eerste kievitsei - aaisikerskaart of niet - een zilveren ei en 250 gulden wil schenken. Twee jaar geleden deed de vondst van het eerste Friese kievitsei ook veel stof opwaaien. De vinders vonden de eerste eitjes in een natuurreservaat en lieten ze daarom liggen. Ze kregen toen wel de sulveren ljip, maar geen oorkonde. De vinder die het eitje volgens de traditie aanbood aan de commissaris zag het bokaaltje aan zijn neus voorbij gaan. De juridische procedures die hij hierover in gang zette, zijn nog gaande.