De oplossing van een probleem

Als het niet zo'n gruwelijke zaak was, zou je de twee verdachten bijna willen vragen of ze niet te veel misdaadromans hebben gelezen. Hun geschiedenis heeft immers de kenmerken van de klassieke thriller. Een man en een vrouw die tot voor kort een liefdesrelatie hadden, worden samen beschuldigd van betrokkenheid bij een moord. Ze ontkennen en geven elkaar de schuld.

De vrouw, Loekie Dermaten, is 48 jaar, een rijzige gestalte met een stem die bijna voortdurend overslaat van emotie. In het voorjaar van 1994 leerde zij Moessa Sanhoeri kennen, een 29-jarige Egyptenaar die sinds twee jaar illegaal in Nederland verbleef. Een half jaar later trouwden zij op het Egyptische consulaat.

Loekie Dermaten was stapelverliefd op Sanhoeri. Ze was lange tijd een gescheiden, eenzame vrouw geweest, op zoek naar geborgenheid. Sanhoeri gaf haar aandacht, hij zei dat hij haar mooi vond en dat hij van haar hield.

Nu, anderhalf jaar later, begint Loekie te beven zodra Sanhoeri's naam valt. Ze weet dat hij meteen ná haar zal worden berecht door de Arnhemse rechtbank, en ze is bang dat ze hem zal ontmoeten.

De zaak wordt in twee etappes, gescheiden door enkele maanden, behandeld. Na de eerste zitting blijkt nader onderzoek nodig naar de precieze doodsoorzaak van het slachtoffer, maar dat levert weinig op. Het slachtoffer, Agnes Wimmans, is vermoedelijk door wurging om het leven gebracht. De politie vond alleen het hoofd en de handen van het in stukken gehakte lijk.

Agnes Wimmans was een 62-jarige, geestelijk zwakbegaafde vrouw. Tot 1975 had ze in een instelling voor geestelijk gehandicapten gewoond, daarna was ze onder begeleiding op zichzelf gaan wonen. Van die 'begeleiding' kwam na verloop van tijd steeds minder terecht.

In haar Gelderse dorp leerde Agnes Loekie kennen, een vrouw die in grote financiële problemen zat. Loekie had huurschulden en werd uit haar huis gezet. Ze leefde met Sanhoeri in caravans en trok samen met hem ook enkele dagen bij Agnes in.

Sanhoeri opperde het plan om gedrieën met vakantie te gaan. Ze huurden een stacaravan op een camping in de buurt. Daar lieten Loekie en Sanhoeri hun oudere vriendin soms dagenlang aan haar lot over. Ze had nauwelijks te eten, andere campinggasten kregen medelijden met haar. Ondertussen brak Sanhoeri met een vriend in de woning van Agnes in. Ook werd geld van Agnes' bankrekening gehaald - Loekie en Sanhoeri hadden haar bankpasje en pincode bemachtigd.

Op een volgende camping huurden ze twee tenten, een voor Agnes en een voor Loekie en Sanhoeri. Op een dag zou Sanhoeri gezegd hebben: “We hebben een probleem: Agnes.” In Egypte zou het geen probleem zijn geweest, daar hak je zo iemand in stukken en je gooit hem weg. Volgens Loekie zijn dit de woorden van Sanhoeri.

Sanhoeri opperde, in aanwezigheid van Agnes, het idee van een barbecue. Daar waren een hakbijl en een mes voor nodig.

“U wist dat er geen barbecue kwam”, zegt de voorzittende rechter, mevrouw mr. A. Dik.

“Ja”, zegt Loekie.

“Toch bent u een hakbijl en een mes gaan halen. Waarom deed u dat als u wist dat er geen barbecue kwam?”

Loekie's antwoord smoort in gesnik.

“Is het te moeilijk om daarop te antwoorden?”

“Te moeilijk”, huilt Loekie terwijl haar advocaat toesnelt met een glaasje water. “Mevrouw, ik was bang voor hem. Als ik iets niet deed, werd ik geslagen en geschopt.”

“Waar dacht u dat die bijl voor nodig was?”

“Ik heb me dat op dat moment niet afgevraagd.”

Toen Sanhoeri haar later zijn bedoelingen had uitgelegd, had ze gezegd: “Dat kan ik niet, ik kan nog geen kanarie doodmaken.” Hij vond dat ze dan maar een eindje moest gaan fietsen terwijl hij zijn gang ging. En zo geschiedde de volgende dag. Ze moest een uurtje wegblijven, terwijl Sanhoeri met Agnes in de tent achterbleef. Wat ze in dat uurtje had gedacht? “Alleen maar: God, laat er niks gebeuren.”

Toen ze terugkwam, zag ze Sanhoeri met een bezweet gelaat uit de tent komen. “Waar is Agnes?” vroeg ze. “Ze is dood”, zei Sanhoeri. Hij vroeg haar de boel op te ruimen, en toen ze weigerde, bond hij haar op een stoel vast. Hij ging terug de tent in.

“Wat ik toen hoorde”, zegt ze, “dat hoor ik nog iedere minuut van de dag.”

“Hakken was dat, hè”, zegt de rechter. “Daarna heeft u met hem de bebloede bijl en het mes moeten schoonmaken in de wasruimte.”

“Ik moest wel, ik kon geen kant uit.”

Daarna vervoerden Loekie en Sanhoeri het gedeelde lijk in drie koffers naar containers. Nog dezelfde dag namen zij met het gestolen bankpasje geld op van Agnes' rekening. Vervolgens reisden ze af naar België, waar ze later gearresteerd zouden worden.

“Heeft u er nooit aan gedacht om Agnes te waarschuwen?” vraagt de rechter.

“Ik zag hem steeds heel aardig met Agnes omgaan. Ik geloofde niet dat hij het zou doen.”

De psychiater schetst Loekie als een naïeve, afhankelijke vrouw die zich in 'een ziekelijke verliefdheidstoestand' bevond. De officier van justitie, mevrouw mr. M. Roos-Schoenmakers, eist een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht jaar voor het medeplegen van de moord.

“Klootzak, klootzak”, snikt Loekie, maar het is niet duidelijk wie ze bedoelt: de officier of Sanhoeri.

Zo emotioneel als Loekie is, zo koel gedraagt Sanhoeri zich. Hij ontkent alles glashard: de diefstal, de moord. Alleen zijn aandeel in de lijkdeling geeft hij toe.

“Ik kan het nu wel zeggen”, zegt hij parmantig, “Loekie heeft haar gedood, terwijl ik me aan het douchen was. Ik heb alleen het lijk in stukken gehakt, omdat zij dat niet kon.”

“Waarom heeft u dat niet eerder aan de politie verteld?”

“Ik wou Loekie geen kwaad doen. Ik heb van haar gehouden. Ik had gehoopt dat de politie de oplossing zou vinden.” Hij beweert dat Loekie uit jaloezie heeft gehandeld: ze kon er niet tegen dat hij veel met Agnes flirtte.

De officier eist liefst twintig jaar onvoorwaardelijk tegen Sanhoeri. Zij constateert dat de verklaringen van Loekie consistent zijn, zeker vergeleken met de draaierijen van Sanhoeri. “Hoe kan een mens zó diep vallen? Een zeer zwak begaafde vrouw van haar geld beroven en haar vermoorden - dan moet je wel een zeer zieke geest hebben.”

De advocaat van Sanhoeri vraagt vrijspraak van de moord, omdat hij het aandeel van zijn cliënt niet bewezen acht.

(Het vonnis, twee weken later: voor Loekie Dermaten: acht jaar onvoorwaardelijk; voor Moessa Sanhoeri: vijftien jaar onvoorwaardelijk.) De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.