'De moeilijkste gevallen zijn die nette jongens'

Het aantal particuliere beveiligingsdiensten in Nederland neemt toe. Instellingen als musea en postsorteercentra maar ook de rijke zakenman hebben bewakers in dienst. Vandaag de bewaker van een ziekenhuis.

In het poortgebouwtje van het Academisch Ziekenhuis Dijkzigt in Rotterdam kraakt een stem door de mobilofoon. Een wc-deur blijkt al uren op slot. Bewaker J. Dorrestijn (42) bonkt even later op de gesloten wc-deur. “Dit is de bewaking, is daar iemand? Ik doe 'm open hoor.” Hij grijpt zijn zware sleutelbos en opent de deur. Er is niemand. Een tl-buisje belicht de toiletpot met een zwak schijnsel. “In het halfdonker kunnen junks met een spuit moeilijk mikken, vandaar”, legt Dorrestijn uit.

Dagelijks passeren gemiddeld 1.800 auto's de portiersloge van Dijkzigt, brengen 7.000 mensen een bezoek en lopen 6.500 personeelsleden door het 10,7 kilometer lange gangenstelsel van het ziekenhuis. Vijfentwintig bewakers moeten hier de veiligheid waarborgen.

Dorrestijn werkt sinds vierenhalf jaar in het ziekenhuis. Eerder was hij drie jaar werkzaam bij een beveiligingsbedrijf, maar het ziekenhuis intrigeerde hem omdat “de mensen zo verschillend zijn”. Ooit leerde hij voor slager. “En dat zou weleens van pas kunnen komen”, zegt zijn chef Mahadew lachend. Maar bedreigingen met messen of vechten in het algemeen gaat Dorrestijn uit de weg. Hij is klein van stuk en vermijdt 'machofiguren'. “Er vallen hier wel eens klappen als mensen agressief zijn. Meestal patiënten die in de war zijn. Maar als iemand met een spuit staat te zwaaien, stap ik even achteruit en laat hem voorgaan. Ik ben ook kwetsbaar”, zegt Dorrestijn.

Het ziekenhuis staat in hartje Rotterdam en de junks en de prostituees zijn om de hoek. “Junks die medicijnen zoeken herken ik meteen. De moeilijkste gevallen zijn juist de nette jongens die ineens aan de schilderijen gaan rukken”, zegt hij. “Dan laat je gevoel je wel eens in de steek.”

Dorrestijn zit met een collega in een kantoortje dat in het niet valt bij het enorme ziekenhuis. Aan het plafond hangen monitors en in een hoek staan een computer en een faxapparaat. De techniek stelt volgens chef Mahadew steeds hogere eisen aan bewakers. Ze moeten kunnen omgaan met computersystemen, elektronische beveiliging en video-apparatuur. “Vroeger werd je bewaker als je het aan je rug had. Dan kon je de hele dag het knopje van de slagboom indrukken. Ik ben bang dat dat beeld nog bestaat”, zegt Mahadew.

Inmiddels weet Dorrestijn zich onmisbaar. Hij komt van helikopterplatform tot operatiekamer. “Ik vind het leuk dat ook de hoogste professor mij nodig heeft als hij er niet meer uitkomt”, zegt hij. Voor de afdeling waar de verdovende middelen liggen heeft een beperkt aantal medewerkers een toegangspasje. Als een arts zonder dat pasje de afdeling op wil, zal hij de bewaking van het nut van zijn bezoek moeten overtuigen. Dan zal een bewaker hem vergezellen.

Soms storen artsen zich aan de bewakers, als ze voor gesloten deuren staan of hun pasje kwijt zijn. “Maar iedereen, ook de patiënt, realiseert zich dat de beperkingen die de bewaking oplegt een noodzakelijk kwaad zijn”, zegt Dorrestijn. Dat betekent volgens hem niet dat patiënten alle verantwoordelijkheid uit handen geven. “Als ze de kluisjes niet gebruiken en er is gestolen, dan mogen ze ons dat niet verwijten.”