'Britse diplomaten van de kaart'

BRUSSEL, 26 MAART. Bezorgdheid over de volksgezondheid, maar ook groeiende irritatie over de lakse houding van de Britse autoriteiten hebben gisteren in Brussel geleid tot het dramatische besluit alle uitvoer van runderen en rundvlees uit Groot-Brittannië tot nader order te verbieden. Midden vorige week, toen in Engeland de eerste berichten opdoken over een mogelijk verband tussen de 'gekke-koeieziekte' BSE en de dodelijke hersenziekte Creutzfeldt-Jakob, schreef Europees commissaris Franz Fischler al een boze brief aan de Britse minister van landbouw, Douglas Hogg, waarin hij de Britten onzorgvuldige informatieverstrekking verweet en een gebrek aan openheid naar Brussel toe.

De afgelopen dagen is dat ongenoegen over de Britse manier van handelen alleen maar verder toegenomen. Gisteravond werd in Brussel weliswaar niet met openlijk leedvermaak maar wel met een gevoel van 'eigen schuld, dikke bult' gereageerd op de beslissing om het Britse BSE-probleem te “lokaliseren” waar het hoort, namelijk binnen de grenzen van het Verenigd Koninkrijk zelf.

De Nederlandse vertegenwoordiger in het permanent veterinair comité, drs. C.C.J.M. van der Meijs, beschreef gisteravond hoe zijn Britse collega “een beetje van de kaart” en “echt teleurgesteld” was toen hij na afloop van de spoedbijeenkomst de taak had om het thuisfront van “de smadelijke boodschap” op de hoogte te stellen. Maar net als Fischler verwijt ook het Nederlandse ministerie van landbouw de Britse regering dat ze veel te apatisch heeft gereageerd op de ontwikkelingen van de afgelopen dagen, en dat ze door het verspreiden van berichten over mogelijke massale slachtingen zelf de paniek in de hand hebben gewerkt.

Nederland is een van de belangrijke afzetlanden voor Britse kalveren en runderen. Daarom zou het verstandig zijn geweest van de Britten indien zij niet alleen kontakt hadden opgenomen met Brussel, maar ook met Den Haag, zo zei Van der Meijs gisteravond. Maar dat gebeurde niet, en ook tijdens de bijeenkomst van gisteren kwamen op de meest eenvoudige vragen over het hoe en waarom “nietszeggende” antwoorden. De Britse vertegenwoordiger bood zijn excuses aan voor de gebrekkige informateverstrekking, maar volgens Van der Meijs schoot hij daar niets mee op. “Het ging ons niet om verontschuldigingen. We wilden een duidelijk inzicht in de situatie. Omdat dat uitbleef, hebben de Britten zichzelf benadeeld. Waren ze meteen met adequate gegevens gekomen, dan had je een evenwichtige belangenafweging kunnen maken. Nu moesten we besluiten zo snel mogelijk een eind te maken aan de onzekerheid”.

De Britten moeten er maar eens aan wennen dat de 'Commonwealth' voorbij, zo merkte een ambtenaar op nadat de zelfverzekerde Fischler gisteravond was uitgesproken. De Britse BSE-problematiek heeft de afgelopen tien jaar al vaker tot verhitte debatten geleid in Brussel, maar tot dusver zijn de Britten altijd ontsnapt aan draconische maatregelen. Om aan de ongerustheid tegemoet te komen, zijn sinds de jaren tachtig onder andere verboden afgekondigd om runderbeenderen te vermalen tot veevoeder en om slachtafval te verwerken. Op zich geen verkeerde maatregelen, maar eigenlijk wist iedereen in Brussel dat de praktische toepassing ervan te wensen overliet.

In 1994 stuurde de Europese Commissie een missie naar Groot-Brittannië die na onderzoek in slachthuizen met conclusies terugkwam, waarvan “we wel een beetje zijn geschrokken”, herinnert Van der Meijs zich. De bevindingen waren voor hem aanleiding om dierenartsen en slachthuizen in Nederland te waarschuwen alert te zijn op runderen uit Engeland. De verhoogde controle leidde tot een stijging van het aantal verdachte dieren, maar geen van de onderzochte monsters bleek 'positief'. Vorig jaar rapporteerde een nieuwe EU-missie “een enorme verbetering” ten opzichte van de resultaten van 1994. Dat neemt niet weg dat in Nederland en vele andere EU-lidstaten nog steeds een grote scepsis bestaat over de wijze waarop de Britse autoriteiten te werk gaan. In de meeste EU-lidstaten is het gebruikelijk dat bij het aantreffen van een besmet dier de hele veestapel wordt vernietigd. In Engeland is er altijd voor gekozen om slechts het verdachte rund te verwijderen. De Britse regering had er geen geld voor over om boeren financieel te compenseren voor het verlies van de hele veestapel. Volgens deskundigen heeft die benadering er mede toe geleid dat ongeveer eenderde van de Britse bedrijven verdachte dieren herbergen. “Eigenlijk willen we van die bedrijven geen produkten meer hebben. Maar we betwijfelen of het Britse registratiesysteem waterdicht is en of de verschillende stromen goed uit elkaar worden gehouden”, aldus Van der Meijs.

Tijdens het overleg van gisteren kon de Britse vertegenwoordiger in het veterinair comité die twijfel ook niet wegnemen, zodat hard ingrijpen voor de andere lidstaten onvermijdelijk werd. Extra pijnlijk is dat de Britten in feite onder curatele zijn gesteld: elke veertien dagen moeten ze Brussel braaf informeren over de vorderingen die ze maken bij het onderzoek naar en de bestrijding van BSE. Juist door de grote verspreiding in het land, beschikken veterinaire instituten in Engeland over de meeste kennis van de 'gekke-koeienziekte'. Maar kennelijk wordt ook daar niet meer op vertrouwd: niet een Brit maar een Zwitser krijgt de leiding over onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek ter schraging van het EU-beleid.