Als je praat, vliegt de tijd

Janneke van den Brugge (15), derde klas VWO

Woont samen met haar ouders en een zusje van bijna 17 in een provinciestad

Sinds vijf jaar dik bevriend met Laura.

De kamer waar Janneke mij ontvangt en de door haar moeder bovengebrachte thee inschenkt, met een koekje, is een echte meisjeskamer. Compleet met een eigen televisietoestel en aan de wanden vele posters en foto's met de beeltenis van Patrick Kluivert. “Een idool uit de verte”, noemt Janneke hem als ik in de loop van ons gesprek vraag of ze het met Laura wel eens over Patrick heeft. “Daar kun je het niet echt over hebben.” Wel over gewone jongens. Janneke's moeder had het mij al gezegd, en Janneke beaamt het. Op dit moment van haar leven zijn jongens het aller, allerbelangrijkste. Als ze Laura 's middags ziet, gaat het over jongens. Maar hoe belangrijk die ook mogen zijn, bevriend is ze alleen met meisjes (“Ik ken geen jongens waarmee ik bevriend zou kunnen worden”). Vriendschap is een heel belangrijke factor in Janneke's leven. Dat is van jongsafaan zo geweest. Ze heeft nog steeds vriendinnen “die ik altijd had. Eén vriendin is verhuisd, dus ik zie haar nu wat minder”.

Laura (13) leerde ze vijf jaar geleden kennen, op de basisschool. “Het leeftijdsverschil is geen probleem. Laura is ouwelijk, ze gedraagt zich ouder.” Via een vriendinnetje, met wie ze paardje speelde op het schoolplein, ontmoetten ze elkaar en het klikte meteen. Ze liepen samen naar huis, vanaf die dag zagen ze elkaar steeds meer, en ten slotte werden ze hartsvriendinnen.

Wat vinden ze aan elkaar? “Ik ben verlegen”, zegt Janneke. “Zij ook.” Ze hebben eenzelfde soort belangstelling voor mensen en dingen. “We vinden dezelfde jongens leuk.” De meisjes vallen beiden op 'donkere jongens', type Kluivert. Op school ergeren ze zich aan racistische taal. “Verder is het leuk om met haar naar de stad te gaan of naar Amsterdam.” Daar kijken ze of ze zwarte jongens zien, die zijn er niet zoveel in hun woonstad. Qua uiterlijk schamen ze zich niet voor elkaar, “Ik ben wel trots op haar” en - belangrijk - “mijn ouders vinden haar ook aardig, absoluut niet brutaal”.

Laura zit in de brugklas, in een ander schoolgebouw. “Als ik uit ben, dat is eerder dan zij, dan haal ik haar op. Meestal elke middag”, zegt Janneke op de vraag hoe zij de vriendschap onderhouden. Op weg naar het huis van de een of de ander praten zij een beetje over school, over hoe het thuis gaat en natuurlijk over jongens. “'s Avonds zitten we heel lang aan de telefoon, dan bel ik even, of zij. Dan hebben wij het over de dingen waar we het 's middags ook over hadden.” Van haar moeder mag ze eigenlijk niet langer dan een kwartier bellen, maar dat lukt zelden. “Als je praat, gaat de tijd zo om. Dan roept mijn moeder dat ik moet ophangen.”

Zo nu en dan logeren ze ook bij elkaar. In bed, met het licht uit, is het heerlijk om samen het leven door te nemen. Toen Janneke haar eerste zoen kreeg van een jongen op wie ze een jaar verliefd was, was Laura heel blij voor haar. “Ondanks dat ze hem zelf niet leuk vond.” Nu is Laura verliefd op een jongen bij haar op school. “Ik heb via via een pasfoto voor 'r geregeld.” Aan 'het' bestaat bij beiden nog geen behoefte. “Maar als het een jongen is die je al heel lang kent, en je bent erg verliefd, dan zouden we 't wel doen.”

Laura woont in een buitenwijk bij haar moeder (haar ouders zijn gescheiden), haar moeders vriend, een zusje van 16, een klein broertje en een stiefbroertje. “Ze heeft het er best vaak moeilijk mee dat de vriend van haar moeder bij haar thuis woont en niet haar vader. Ze mist haar vader vaak.” Soms geeft Janneke Laura raad. “Dat ze moet proberen zich in te houden, hem moet ontlopen door naar haar kamer te gaan.” Janneke vindt die vriend eigenlijk wel aardig, maar wat ze zelf zou doen in zo'n situatie kan ze zich moeilijk voorstellen.

Zijn de hartsvriendinnen wel eens jaloers? Janneke in ieder geval één keer, toen een vervelend bazig meisje op de basisschool probeerde Laura van haar af te pakken. Daar heeft ze om moeten huilen, maar dat was gelukkig na een dag of twee weer over. Misschien dat Laura wel eens jaloers is dat Janneke naast haar meer goede vriendinnen heeft, en ook omgaat met een groepje jongens dat ze vorig jaar zomer op straat heeft ontmoet. Laura heeft minder kans om mensen te leren kennen, omdat ze om het weekend bij haar vader logeert.

En wat de huiselijke situatie betreft zegt Janneke: “Laura heeft liever een gezin zoals wij en ik vind het daar heel gezellig. Zo'n groot gezin, met z'n allen theedrinken. Op verjaardagen bijvoorbeeld, dan is er veel bezoek, met kleine kindjes.”

En ruzie? “Nee”, zegt Janneke, “eigenlijk nooit. Nooit echt.”

Zou je wat de vriendinnen voor elkaar voelen 'houden van' kunnen noemen? “Ik weet nog niet zo goed wat houden van inhoudt”, zegt Janneke. “Maar ik denk het wel. Als ik met vakantie ben en haar een tijd niet zie, dan mis ik haar en wil ik met haar praten.”

Is het een vriendschap voor altijd? Janneke twijfelt er niet aan. En als hun levens uit elkaar gaan lopen en een van hen in een andere stad gaat wonen? Janneke: “Dat zullen dure telefoonrekeningen worden.”