Zapman

En weer was de afstandsbediening foetsie. Er volgde een zoektocht waaraan ik niet heb meegedaan. Ik posteerde me voor het toestel, op armlengte van de knoppen achter het klepje. Die avond zou de afstandsbediening toch niet meer gevonden worden. Was het misschien een goed plan om zelf zo'n ding te kopen en het op een veilig plekje te leggen waar niemand van wist?

Hoewel ik met mijn neus bovenop het scherm zat, ontging me niet hoe moeder in handtasjes zocht en onder kussens van de bank. “Ik berg hem iedere avond op, zodat ik hem niet kwijt raak”, bekende ze zonder blikken of blozen.

“Maar leg hem dan in ieder geval altijd op dezelfde plek”, stelde ik anderhalf uur later voor. Dat had ik eerder moeten doen. Ze klom op een stoel en begon de bovenkant van de gothische kast op de tast af te zoeken. Daar vond ze hem, achter de foto die van haar huwelijk is gemaakt, 56 jaar geleden. Intussen had ik het merendeel van de avond al bovenop het scherm doorgebracht, in gevecht gewikkeld met de borden die langs de velden stonden. Een bonte verzameling bedrijfsnamen probeerde zich daar zonder ophouden aan mij voor te stellen. Ga daar nooit op in, je mist alle spelmomenten. Doelpunten zie je alleen nog in de herhaling. Veel banken presenteerden zich op die borden, en doe-het-zelf-ketens, uitzendburo's en provinciale dagbladen. Maar keukencentra waren veruit in de meerderheid. Zo vreselijk veel keukencentra stonden op die borden, dat het erop begon te lijken dat er een verband bestond tussen keukens en voetbal. Ze stonden niet alleen op de borden langs de velden, ik zag ze ook op de borstpartijen van voetballers. Iedere speler van sportclub Emmen was getooid met de naam 'Kom Keukens'. Geen hemd van De Graafschap of er stond 'Hans Verkerk Keukens' op. 'Keukencentrum Mandemakers' spande de kroon. Die naam ontdekte ik op de borstpartijen van Sparta én op die van RKC. Keukens hielden van voetbal, het kon niet anders.

Zo zat ik de hele uitzending van Ajax-Feyenoord pal voor het toestel en liet me afleiden door bedrijfsnamen. Pas toen om half negen de afstandsbediening werd gevonden, kon ik afstand van ze nemen. En nu weer lekker genieten van het spel. Op dat moment verscheen Arie Haan in beeld. Hij stond in de catacomben van het Olympisch Stadion, geen borden te zien. Haan zei dat Feyenoord al aardig mee kon met Ajax, in voetballend opzicht. Het was alleen dat zijn spelers dat zelf niet wisten. Ze hadden nog niet voldoende zelfvertrouwen om het goed meekunnen te vertalen in doelpunten. Wat had ik die wedstrijd graag gezien.