Veel bezwaren aan unie Moskou-Minsk

MOSKOU, 25 MAART. Vijf jaar na het einde van de Sovjet-Unie domineert herintegratie van de afzonderlijke republieken de politieke agenda. Maar over de motieven van de grootste pleitbezorgers bestaan twijfels, evenals over de vorm van de integratie. Het gaat om een electoraal aantrekkelijke kwestie, die in de praktijk evenwel op problemen stuit.

Het debat over heroprichting van de Sovjet-Unie, in welke vorm dan ook, flikkerde tien dagen geleden op met een Doema-resolutie waarin de ontbinding van de USSR nietig werd verklaard. Het is twijfelachtig of de parlementaire verklaring rechtskracht heeft, maar initiatiefnemer Gennadi Zjoeganov onderstreepte dat zij vooral als intentieverklaring moest worden gezien.

Zjoeganov is de kandidaat van de communistische partij bij de presidentsverkiezingen van 16 juni en het hameren op de zonnige kanten van het Sovjet-verleden is één van zijn campagnethema's. Bij de parlementsverkiezingen van december zijn de communisten er de grootste partij mee geworden. Zjoeganov schildert Jeltsin af als de man die de Sovjet-verworvenheden heeft verkwanseld, en hemzelf als de man die ze bij de kiezer kan terugbezorgen.Dat het thema een potentiële stemmentrekker is komt mede doordat het meer is dan nostalgie alleen. Talloze Russen kunnen sinds 1991 hun familieleden niet zonder paspoort en visa opzoeken. De zeer ver doorgevoerde arbeidsverdeling binnen de Sovjet-Unie zorgt nu voor reëele economische problemen. De uitwisseling van katoen uit Oezbekistan, wol uit Kirgizië, tractoren uit Wit-Rusland en zware grondstoffen uit Rusland is samen met de Sovjet-Unie verdwenen.

Dat Jeltsin de Doema-resolutie deze maand als “schandalig” kritiseerde, betekent ook niet dat hij tégen herintegratie van de voormalige Sovjet-republieken is. Integendeel: hij werkt er allang aan. Zijn nieuwe minister van buitenlandse zaken, Jevgeni Primakov, moest eerst alle hoofdsteden van het 'nabije buitenland' bezoeken voordat hij naar het 'echte' buitenland kon gaan. Wat deze maand zichtwaar wordt is geen debat tussen voor- en tegenstanders van herintegratie, maar eerder een race tussen presidentskandidaten: wie kan er het snelst de landen van de voormalige Sovjet-Unie bijelkaar brengen?

Wie het na de verkiezingen ook mag proberen, hij zal op praktische problemen stuiten. Dat is de afgelopen twee jaar wel gebleken bij de integratie tussen Rusland en Wit-Rusland, de ex-Sovjet-republiek die het minst hecht aan een eigen identiteit. Aleksandr Loekasjenko werd er twee jaar geleden tot president gekozen na een campagne voor integratie met Rusland. Sindsdien heeft hij in twee referenda nogmaals ruime steun gekregen voor de herinvoering van het Russisch als officiële taal en voor de herinvoering van de vlag uit de Sovjet-tijd ten koste van de wit-rood-witte vlag van de onafhankelijkheid.

Toch is van de nagestreefde unie tussen beide landen nog weinig gekomen. Russische douaniers controleren sinds een half jaar de grenzen tussen Wit-Rusland en Polen, maar een veel verdergaand plan voor een monetiare unie is niet uitgevoerd. De tegenzin komt van Russische kant: het omwisselen van de munteenheid van Wit-Rusland tegen roebels zou Moskou meer dan 3,5 miljard gulden kosten. Ook echte integratie met noodlijdende republieken als Georgië, Armenië en Azerbajdzjan zou de Russische economie meer kosten dan baten opleveren.

Nadat Loekasjenko zaterdagmorgen een nieuwe USSR had aangekondigd - waarbij de afkorting deze keer Unie van Soevereine Republieken zou betekenen - werd het plan door het Kremlin meteen gerelativeerd. De nationalist Zjirinovski juichte: “Dit is onze oude droom.” De communist Zjoeganov wees op de kennelijke invloed van zijn Doema-resolutie. Maar Jeltsins veiligheidsadviseur Joeri Batoerin stelde, veel voorzichtiger, de Europese Unie ten voorbeeld. “Ik herinner u eraan dat ze er in Europa wel veertig jaar over hebben gedaan”, waarschuwde hij.