Op schrikkeldag beet de pitbull in het zand

Hadden we de Stadspartij de dag na het referendum over de stadsprovincie maar opgeheven, treurt raadslid Manuel Kneepkens. “Dan had onze naam met gouden letters in de geschiedenisboeken gestaan.” Nu schaamt de Stadspartij zich om raadslid Marie-Annet van Grunsven. Partijvoorzitter Wim Bekenkamp noemde haar nog niet zo lang geleden liefkozend “onze eigen pitbull”, maar vorige week royeerde hij haar. Want pitbulls bijten soms hun baasje.

Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1994 was afgesproken dat alle raadsleden van de Stadspartij na twee jaar zouden rouleren, behalve lijsttrekker Kneepkens. Anders kweekte je maar politici, zo was de redenering. Kneepkens en Van Grunsven haalden bij de verkiezingen de Coolsingel. In twee jaar leerde de gemeenteraad Van Grunsven kennen als een eenmansleger. “U praat gewoon door”, zei wethouder Simons verbaasd toen hij in een van de eerste vergaderingen van een raadscommissie had laten weten dat een discussie gesloten was. Inderdaad, Van Grunsven praatte gewoon door. Ze had voortdurend plannen, meestal kritiek, altijd gelijk, vaak het laatste woord. Een vreselijk mens, vonden velen in de raad. Daar zat ze niet mee. Uitdagend keek ze de wereld in, de kin fier omhoog.

Toen kwam het referendum en viel de stadsprovincie. Glorieuze dagen voor de Stadpartij. Het moment van rouleren naderde en Van Grunsven begon het maar een rare regeling te vinden. Eigenlijk meer bedoeld om falende raadsleden te dumpen. Had zij gefaald? Nee toch? Het partijbestuur wilde haar vervangen door huisarts Darya Hoogcarspel, maar dat vond ze maar een “zwak dametje”. Van Grunsven stelde zich kandidaat voor nog twee jaar en eiste dat de ledenvergadering zou beslissen.

Op schrikkeldag kwam de ledenvergadering bijeen in de Schotse Kerk. Daar verraste Van Grunsven iedereen met een coup. De partijstatuten staan toe dat nieuwe leden zich voor de vergadering voor een tientje aanmelden en meestemmen. Van Grunsven bracht een groepje leden van de Junkiebond mee. En ook de vier maanden oude baby Ello de Brieder, die zelfs in zijn slaap nog voor haar stemde.

Partijvoorzitter Bekenkamp gooide daarop alle registers open. Van Grunsven was onbetrouwbaar, ging alleen haar eigen gang en stak bovendien de onkostenvergoeding voor raadsleden in eigen zak, hoewel ze had beloofd die aan de partij af te staan. Van Grunsven verloor het pleit met 44 tegen 42 stemmen. Nou, als de Stadspartij er dan zo over dacht, ging ze eens nadenken of ze niet op eigen naam in de raad bleef.

Voor de Stadspartij is het zeer pijnlijk in deze sfeer van royementen en coups verzeild te raken. Het is een partij van babyboomers die, nu de kinderen uit huis zijn, een tweede poging wagen om de verbeelding aan de macht te helpen. Meer een gevoel dan een programma: een toefje socialisme, een scheutje ecologie en drie theelepels New Age, maar vooral afkeer van macht en politiek in de sociaal-bureaucratische variant van de Coolsingel.

Maar in de politiek gaat het om macht. De leden van de Stadspartij konden dat vijfentwintig jaar geleden al leren. Met de Kabouters bijvoorbeeld. Die deden ook aan roulatie van raadsleden, hielden niet van de macht en rolden al snel vechtend over straat om haar te krijgen of te behouden.