Minder Vermeer

Het gaat goed met de Vermeertentoonstelling. Geloof vooral niet wat de kranten schrijven over hinderlijke drukte van honderden Vermeergangers, vastgelopen in kleine kabinetjes. Functionele drukte, zullen ze bedoelen. Want het is juist dankzij de duwende en knorrende massa dat Vermeers werk tot zijn recht komt. Dat zit zo.

Toen het Mauritshuis nog gewoon Mauritshuis was, zonder die malle feesttent er aan vastgeplakt, toen kon je zomaar zonder wachten kaartje kopen, trapje op, zaaltje in en dan kwam het. Daar hangen ze dan temidden van andere schilderijen. Twee Vermeers. Wat een schaarste. Langzaam raakte je jezelf al kijkende kwijt. Eenzaam samen met Vermeer; aan de bron van de schoonheid.

Dan komt het circus in de stad. Lang van tevoren aangekondigd. Tientallen Vermeers eindelijk bijeen! Nooit eerder vertoond! Eenmalige gebeurtenis! Bel NulZes! Je leest: honderdduizenden zullen samenkomen om Hem in vermeerderde glorie te aanschouwen. Dan krijg je de kans van je leven. Je bent genodigd. Je sluipt weg tijdens belangrijke toespraken en wandelt als verdoofd door bijna lege zaaltjes. Eindelijk alleen met al die Vermeers.

En dan gebeurt het. De schaarste is opgeheven. Plotselinge overvloed gevolgd door groeiend onbehagen. Al die Vermeers. De ene stilte nog verpletterender dan de andere, de ene eeuwige schoonheid naast de ander. Alsof het niets is. Zo is de hemel op aarde toch niet bedoeld? Zoveel moois samen wordt niet heel-erg-verschrikkelijk-mooi, maar het gaat onherroepelijk lijden aan devaluatie. Economische wetmatigheid. Vermeertje hier, Vermeertje daar, Straatje zus, Melkmeisje zo. Het is als de etalage van de poelier hier in de straat waar op zaterdag allemaal dezelfde plastic bakjes met dezelfde gebraden kippepootjes liggen uitgestald. Zoiets is niet lekker-lekker, maar heeft een uitermate averechtse uitwerking op de honger. Kwestie van overaanbod.

Verlossing is op komst. De Vermeergangers komen! Samengepakt in zaaltjes stevig dringen om die ene Vermeer te zien. Zweten, duwen, reikhalzen, geduwd worden, vreemde handen betasten vreemde lijven. En als het dan eindelijk lukt één enkele Vermeer te zien, in volle glorie, van onder tot boven, dan treedt het euforische gevoel weer op. Zoveel schoonheid samengepakt in één enkel schilderijtje temidden van de knorrende en zwetende meute. Die stilte! Dat licht! Goddank, denk je dan, de schaarste is terug. Minder Vermeer is goed voor u.