Max Rood mocht bijna over eigen advies adviseren

Het vroegere weekblad De Tijd omschreef hem ooit als “het vleesgeworden understatement”, als iemand die zich in een conversatie beweegt “op zijden pantoffels”. Het lijkt wel of prof. mr. M. Rood door dat imago een streep heeft willen halen. Wat er ook over zijn vorige week verschenen advies over het CTSV kan worden gezegd, niet dat het enig eufemisme bevat. Met dit College van Toezicht Sociale Verzekeringen wordt in ongebruikelijk heldere bewoordingen afgerekend. “De leden van het bestuur zijn in hun functie niet te handhaven”, is de eerste aanbeveling van Rood. “Het zittende bestuur heeft geen draagvlak om als zodanig te kunnen blijven functioneren. Het mist gezag, straalt wantrouwen uit en heeft in korte tijd kans gezien onwerkbare relaties te krijgen.”

De Tweede Kamer praat deze week met staatssecretaris Robin Linschoten over de crisis bij het CTSV en de aanbevelingen die Rood op verzoek van deze bewindsman heeft gedaan. Maar wie zou er na het advies van de Leidse hoogleraar sociaal recht nog durven beweren dat de drie oud-politici die het CTSV-bestuur vormen, Dian van Leeuwen (VVD), Gerrit-Jan van Otterloo (PvdA) en Martin van Rooijen (CDA), toch op hun plaats kunnen blijven?

Linschoten in elk geval niet. Hij wil het trio bij de Kroon voor ontslag voordragen. Maar de Organisatiewet sociale verzekeringen gebiedt hem daarover eerst advies te vragen aan de Sociaal-Economische Raad (SER). Dat is inmiddels gebeurd.

Het zijn nette mensen bij de SER. Dus als ze in hun vuistje lachen, zullen ze dat niet verder vertellen. Maar ze herinneren zich nog wel hoe eind 1994 de SER op het laatste moment door de staatssecretaris advies werd gevraagd over de benoemingen van de CTSV-bestuurders Van Otterloo en Van Rooijen. Deze benoemingen waren al eerder openbaar gemaakt. De SER voelde zich destijds gepasseerd door een bewindsman, die er als VVD'er toch al van wordt verdacht met het maatschappelijk middenveld niet zo veel op te hebben.

SER-voorzitter Theo Quené schreef Linschoten een koel briefje: hij had geen zin pro forma te adviseren. Quené constateerde dat “de ruimte voor een advies materieel nihil is”. De SER bedankte voor de eer. In november van het vorig jaar herhaalde de geschiedenis zich, toen de herbenoeming van Van Rooijen als CTSV-bestuurder aan de orde was. De SER liet Linschoten weten “geen behoefte” te hebben “van de geboden gelegenheid tot advisering over de voorgenomen benoeming gebruik te maken”.

Een SER-advies over het voorgenomen ontslag van het CTSV-trio komt er wel. Nog deze week waarschijnlijk. Het dagelijks bestuur handelt dit af. Dat is nog wel zo makkelijk. Anders moet het Kroonlid Max Rood van de SER een advies geven over zijn eigen advies.