Liberale zege

IN DRIE DEELSTAATVERKIEZINGEN hebben gisteren de Duitse liberalen verrassend gewonnen. Verrassend omdat de opiniepeilingen andermaal een nederlaag hadden voorspeld. De FDP zelf vreesde zelfs dat de vijf-procentdrempel niet zou worden gehaald en dat de liberale exodus uit de deelstaatparlementen zou worden voortgezet. Dat zou de Bonner coalitie vervolgens op scherp hebben gezet. Nu kan de regering-Kohl in beginsel bijna anderhalf jaar ongestoord doorregeren.

Wat de omslag in de liberale fortuin heeft veroorzaakt, is niet eenduidig. De liberale campagne voor vermindering van de lastendruk zal er zeker mee te maken hebben gehad, maar het verlies van de socialisten wijst ook in een andere richting. Het populisme van Oskar Lafontaine, onder meer gericht tegen de Aussiedler uit Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie, heeft vermoedelijk als een boemerang gewerkt. De FDP zou hiervan geprofiteerd kunnen hebben. Overigens ook van de interne leiderstwist die de afgelopen maanden de SPD een slechte naam heeft bezorgd.

Het voornaamste resultaat van de liberale zege is dat de continuïteit van centrum-rechts gewaarborgd lijkt. Daarmee is een belangrijke voorwaarde vervuld om de zo noodzakelijke heroriëntatie van de Duitse bedrijvigheid door te zetten. De regering-Kohl is het verwijt gemaakt dat zij te weinig aandacht heeft gehad voor de positie van Standort Deutschland op de wereldmarkt. Van Bonn zouden op dit punt heldere en vèrgaande initiatieven mogen worden verwacht die volgens de critici tot dusver zijn uitgebleven. Hoe essentieel ook, zuinigheid met de staatskas wordt onvoldoende geacht om bewezen achterstanden in te halen.

VOOR DE Europese gang van zaken is de verkiezingsuitslag in het zuidwesten en het uiterste noorden van de bondsrepubliek een stimulans. De SPD heeft zich wat Europa betreft te vaak van haar wispelturige kant getoond om zelfs maar een grote coalitie in Bonn toe te juichen, laat staan dat daar een geheel nieuw partijenverband onder socialistische leiding zou aantreden. De Europeaan Kohl vertoont misschien hier en daar politieke slijtage, zonder hem zouden de obstakels op de weg naar uitbreiding en verdieping van de Europese integratie nauwelijks meer uit de weg zijn te ruimen.

Dat de uitslagen van gisteren het centrum-rechtse blok in Europa hebben versterkt, zegt overigens nog niet veel over de harmonie waarin de komende Europese beslissingen zullen worden genomen. De nationale rivaliteit staat de bestaande fundamentele overeenstemming nog altijd in de weg. Maar het maakt toch een verschil of Europa wordt bestuurd vanuit een grensoverschrijdende pragmatische benadering van de vraagstukken of dat er voortdurend moet worden gebakkeleid over voorstelbare ideologische tegenstellingen.

De Duitse liberalen hebben met de bezetting van enkele voor Europa belangrijke posten in de federale regering een stevige stem in de Europese politiek. Ook uit dat oogpunt is de zege van de FDP een positieve beoordeling waard. Verdere liberale teruggang zou immers niet alleen de Bonner coalitie als geheel hebben verzwakt, maar ook de positie van deze bewindslieden ernstig hebben ondergraven. De coalitie wordt beheerst door het conservatieve christendemocratische gedachtengoed, als gevolg van nieuwe afkalving van de liberale inbreng zou het zwaartepunt te veel vanuit het midden zijn verschoven.

BLIJFT DE bevestiging van de positie van de Republikaner in Baden-Württemberg een teken aan de wand, het feit dat ultra-rechts de vleugels niet verder heeft kunnen uitslaan, vormt een tegenwicht. Daartegenover staat de winst van de Groenen, een partij die in verschillende Länder mede aan de macht is en zich ontwikkelt van een one issue-beweging naar een politieke partij met een bredere belangstelling. Juist voor Europa zou het milieu-vraagstuk van grotere betekenis moeten zijn, al was het maar omdat nationaal slechts op deelgebieden doeltreffende maatregelen kunnen worden genomen. Zolang dat niet het geval is, zal activisme de groene politiek blijven bepalen.