Horsthuis pakt al wat oratorium uit

Concert: muziek van altviolist Maurice Horsthuis door hemzelf, Petra Vlasman (harp), Aki Takase (piano) e.a. Gehoord: 24/3 IJsbreker Amsterdam.

Op de derde 'zondagmiddag met Maurice Horsthuis' presenteerde de componist gisteren in de IJsbreker nieuwe schetsen van De Kou, 'een oratorium in spe'. Een werk van grote omvang in stukjes uitproberen met publiek erbij, er is niets tegen zolang de musici weten waar ze voor staan. Dat bleek zeker het geval bij klarinettist Hein Wiedijk en tubaïst Anne Jelle Visser die stukjes uitvoerden die geïnspireerd waren op De Ruiter op de Kolenkit, een zeer kort verhaal van Franz Kafka uit 1917. Tijdens de fragmenten, respectievelijk een dialoog, een lied en een dans Voor twee Kolen, viel op hoe goed de klarinet bleef te horen, ook als de tuba luid grommend van zich afblies. Dat was uiteraard ook te danken aan Horsthuis, die had gezorgd voor heldere partijen.

Ook in een trio met de componist zelf op altviool, Wolter Wierbos op trombone en de harpiste Petra Vlasman bleef de muziek doorzichtig. Nodigt de harp bij uitstek uit tot het schrijven van wijd uitwaaierende notenwolken, bij Horsthuis bleek het instrument net zo geschikt voor vraag-en antwoordspel en felle accenten.

De in Berlijn woonachtige Japanse Aki Takase speelde in de piano-versie van Pleinvrees, een al wat ouder stuk van Horsthuis, ook een beetje voor harp. Ze dook namelijk al snel het binnenwerk van de vleugel in en begon daar gedreven aan de snaren te plukken. Vervolgens diepte ze twee metalen schalen op, dempte daarmee een deel van het snarenwerk af en begon een heftig percussionistisch avontuur, waarbij ze slechts af en toe een blik wierp in de partituur. Dat haar interpretatie bijna twee keer zo lang duurde als de orkestversie die Horsthuis destijds op de cd Amsterdam Drama zette was geen verrassing voor wie wist dat Takase al een flinke staat van dienst heeft als improvisator.

Dat ze niet bang is voor het onverwachte bleek ook uit een stuk van haarzelf waarin ze Horsthuis en cellist Tristan Honsinger instrueerde met handsignalen en ook in de vleugel ruimte voor het toeval over liet. Op de hamers en snaren danste van alles, van metalen gebaksvormpjes tot balletjes van kunststof. Het feit dat één daarvan de bak uit sprong en voor de voeten van Honsinger landde zonder enige hilariteit te verwekken, was tekenend voor de indruk die Aki Takase in de IJsbreker maakte: ondanks alle rimram bloedserieus, zeker geen type van 'lach of ik schiet'.

Dat de derde zondagmiddag met Maurice Horsthuis (er volgt er nog een in de zomer) toch nog met een lachje eindigde was te danken aan cellist Tristan Honsinger die met een vertwijfelde Stan Laurel-mombakkes al strijkend een dansje rond de vleugel maakte.