Hoeveel geslachte runderen kunnen paniek wegnemen?

GOSPEL GREEN, 25 MAART. Het kalf weet nog van niks. Speels duwt ze haar snoet in de flank van een vriendin. Ze is een half jaar oud en pas over anderhalf jaar begint haar werkzame leven als melkkoe. Dit zijn haar onbezorgde kalverjaren.

Maar misschien zal dit kalf nooit het genoegen smaken van een elektronische melkmachine die haar uiers leegzuigt. Op diezelfde zondagmorgen dat zij op de Boxalland Farm in West-Sussex naar de voederbak dartelt, beslissen dertien Britse wetenschappers in het landelijke Sunningdale over haar toekomst. Hoeveel Britse runderen moeten er worden afgemaakt om de angstgolf te keren, die is onstaan nadat de regering vorige week bekendmaakte dat een nieuwe vorm van de dodelijk hersenziekte Creutzfeldt-Jakob misschien door het eten van Brits rundvlees wordt veroorzaakt, rundvlees dat met de gekke-koeienziekte is besmet? Hoeveel koeien moeten worden geslacht om het vertrouwen in het Britse rundvlees te herstellen? Moeten alle 11,8 miljoen Britse runderen sterven, dit kalfje van de Boxalland Farm inbegrepen? Of kan worden volstaan met het doden van de vier miljoen koeien die zijn geboren vóór 1989, het jaar waarin de regering een aantal maatregelen tegen de gekke-koeienziekte heeft genomen? Onbewegelijk, alsof ze weet dat haar vonnis al geveld is, kijkt een zwart-bonte koe - van 1987 - over het glooiende parklandschap uit.

Ben Shepherd, de 31-jarige assistent-directeur in het boerenbedrijf van zijn vader, beseft maar al te goed de reikwijdte van de ramp die de Britse landbouw heeft getroffen. De avond tevoren heeft hij nog geprobeerd te vergeten. Hij heeft zich een stuk in de kraag gezopen, bekent hij met kleine ogen die zich telkens weer scherp moeten stellen. Zijn kijk op de wereld is er niet door verlicht.

Shepherds ogen vonken pas als hij vertelt dat hij gisteren in de pub bijna iemand in elkaar had geslagen. Zo'n weekendbezoeker uit Londen had het gewaagd om te beweren dat de boeren de huidige problemen aan zichzelf te wijten hadden. Waarom hadden

PAG.18REGERING BIJEEN/ NEDERLAND WIL VERBOD DOOR EU

ze toegestaan dat in het eiwitrijke koeievoer de resten van ziek vee werden verwerkt? Hoe hadden ze het in hun hoofd kunnen halen om koeien, toch typische planteneters, hun eigen soortgenoten te eten te geven? De natuur sloeg terug.

Dat stadsmens had hem ook nog gevraagd waarom hij niet organisch boerde, waarom hij zich van de natuur had afgekeerd. Shepherd had hem zijn vet gegeven.

Pagina 18: EU vaart wel bij ellende Britse boer'

“Omdat de meeste mensen vlees als volksvoedsel beschouwen waarvoor ze vooral niet teveel willen betalen”, had hij hem ingewreven. “Organisch vlees is een luxe-artikel. Kijk hoe klein de markt nog altijd is.”In een jeep door de uitgestrekte landerijen rijdend - ruim 500 melkkoeien, ruim 200 hectare - bezweert hij dat hij aanvankelijk niet wist dat in het nieuwe eiwitrijke veevoer slachtafval was verwerkt. Maar hij geeft onmiddellijk toe dat hij zich destijds ook niet erg geroepen voelde om kritische vragen te stellen. Voer was duur en de melkprijs was laag. Boeren hadden al moeite genoeg om hun bedrijven draaiend te houden. “Dan grijp je elke mogelijkheid aan om de kosten te drukken”, zegt Shepherd. “Zo gaat het in het leven. Dit is geen ideale wereld.”

Als plaatselijk bestuurder van de grootste Britse boerenbond, de National Farmers Union, zou hij er misschien maar beter over zwijgen. Maar hij is geen hypocriet. Zaken toedekken, of mooier voorstellen dan ze zijn, dat ligt niet in zijn aard. Hij weet ook wel dat aan het eind van de jaren tachtig toen de ernst van gekke-koeienziekte pas onderkend werd, lang niet alle boeren zich aan de veiligheidsvoorschriften hebben gehouden. Sommigen voerden hun koeien nog steeds de resten van hun soortgenoten, ook al was dat streng verboden. Ze vonden het zonde om al dat kostelijke voer zomaar weg te gooien. Anderen meldden hun zieke beesten niet altijd ter vernietiging aan omdat ze dan maar de helft van de marktprijs ontvingen. Ze slachtten het beest liever zelf. Of ze brachten zo'n koe toch naar het slachthuis als de eerste symptomen van de gekke-koeien ziekte nog nauwelijks zichtbaar waren. “Mensen die het niet zo nauw nemen”, zegt Shepherd, “die heb je overal.” Hij zou zoiets nooit doen want voor hem vertegenwoordigen de koeien niet alleen maar “ponden en pennies”. “Ik wens niet te spelen met hun gezondheid.”

Shepherd wil de gekke-koeien ziekte niet bagatellisseren waaraan in Groot-Brittannië al bijna 160.000 beesten zijn gestorven. Zijn drie kuddes zijn niet gespaard gebleven, en een koe die lijdt aan bovine spongiform encephalopathy (##KK##BSE##XX##), de offiële benaming, vindt hij een afschuwelijk gezicht. Maar de paniek over het eten van rundvlees noemt hij “zwaar overtrokken”. “Een verband tussen de gekke-koeien ziekte en de ziekte van Creutzfeld-Jakob is wetenschappelijk nog steeds niet bewezen. Daarom had de regering de mogelijke risico's van het eten van rundvlees nooit zo onbezonnen naar buiten mogen brengen. Omdat ze vervolgens onmogelijk kon zeggen hoe groot dat gevaar is. Dat is één van die onbekende grootheden waarvan er in het leven ontelbare zijn.”

Maar nu de kiem van de angst eenmaal gezaaid is, snapt hij ook wel dat de consumenten zich massaal afkeren van het rundvlees. “Ook al staat de omvang van de paniek in geen enkele verhouding tot het probleem. Dat kun je de klanten niet kwalijk nemen. Van de ene wetenschapper horen ze dat er niks aan de hand. De andere wetenschapper waarschuwt voor een epidemie. Wie moeten ze geloven? Geen wonder dat ze huiverig zijn.”

De Britse consumenten neemt hij niks kwalijk maar de Europese partners verwijt hij “een grenzeloze hypocrisie”. Volgens Shepherd aasden veel Europese concurrenten, met Frankrijk voorop, al tijden op een kans om de grenzen voor Brits vlees te kunnen sluiten. “Uit de ellende van de Britse boeren wordt in heel Europa financiële en politieke munt geslagen.” Intussen komt de gekke-koeien ziekte ook voor in andere Europese landen, zoals Zwitserland, Oostenrijk, Frankrijk en Duitsland, zegt Shepherd. Maar in die landen bestaat geen verplichte registratie voor de ziekte. “De Britse voorsprong bij de controle op de ziekte pakt in ons nadeel uit.”

Als melkveehouder is Shepherd voor zijn inkomen maar voor een deel afhankelijk van de verkoop van de koeien. Dan gaat het om 350 tot 400 kalveren per jaar die in het najaar in één klap zo'n 100.000 pond opbrengen. Die verdienste is belangrijk voor de cash flow omdat de drachtige koeien in de zomer geen melk produceren en er dus ook geen geld in het laatje komt.

De Boxalland Farm kan één keer zo'n strop wel velen. “Ons boerenbedrijf zal niet onmiddellijk naar de knoppen gaan”, zegt Shepherd Hij is zich al aan het oriënteren, voor het geval de regering tot een gehele of gedeeltelijke slachting van de nationale kudde zou besluiten. Waar zou hij zijn nieuwe, 'schone' koeien vandaan willen halen? “Uit Canada, de Verenigde Staten, Argentinië. Uit Europese landen zeker niet.”

Andere boeren staan er aanzienlijk minder gunstig voor, zeker veehouders die volledig van de vleesproduktie afhankelijk zijn. Ze klagen al jaren over de smalle marges en hun financiële buffers zijn vaak beperkt. De 46-jarige Simon Bourne uit Lingfield in Surrey ademt eerst bijna een halve minuut zwaar en somber in de telefoonhoorn. Dan zegt hij dat hij volmaakt wanhopig is. “Kunt u zich voorstellen hoe ik me voel”, zegt Bourne. “Vorige week kwam hier de plaatselijke bankdirecteur nog over mijn jaarplan praten. Geen enkel probleem. Drie dagen later staat elk investeringsbesluit op losse schroeven. Twee maanden zonder inkomsten en ik kan geen rekening meer betalen. Ik heb geen enkele zekerheid dat dit bedrijf volgend jaar nog bestaat.”

Bourne vindt dat de regering duidelijkheid en zekerheid moet geven. Hij zegt dat een gehele of gedeeltelijke slachting van de nationale kudde onvermijdelijk is. “Bewindslieden hebben de afgelopen jaren steeds gezegd dat het eten van rundvlees voor 100 procent veilig is. Wie zal zo'n geruststelling nu nog geloven. We kunnen het vertrouwen van de consumenten alleen maar herwinnen door met een schone lei te beginnen. Met nieuwe koeien. Hoe rampzalig dat voor alle betrokkenen ook is.”