Het geven blijkt weer zaliger dan het ontvangen

De terugkeer van de bedeling: is Haantje al geweest? Een film van Ans l'Espoir. Ned.3, 21.03u.

We worden allemaal steeds ouder, je kunt dat niet allemaal op de staat afschuiven, zegt de oudere vrouw, zich voor haar eigen ouderdom verontschuldigend. Ze is een van de 110 bejaarden die maandelijks honderd gulden ontvangt van het Koningin Emma Fonds in Den Haag. Deze in 1895 opgerichte instelling van liefdadigheid, die de rente van haar kapitaal uitkeert aan de stille armen, bloeit als nooit tevoren.

Voorbij zijn namelijk de naoorlogse decennia, waarin beoogd werd de noden der armen per bijstandswet te lenigen, en inkomen boven de armoedegrens als een recht werd voorgesteld. Zo'n 250.000 ouderen in Nederland ontvangen in Nederland uitsluitend AOW, en dat is geen vetpot.

Geen wonder dus dat de veertig keurige dames van het bezoekcomité van het Emma-fonds, die de bejaarden maandelijks honderd gulden gaan overhandigen, aan hun vrijwilligerswerk bepaald een goed gevoel overhouden. Aan overmaken per giro valt dan ook niet te denken - de stille armen mogen van geluk spreken dat zij de gift niet, zoals vroeger, bij de dames moeten ophalen. Het persoonlijk contact is ook een goede gelegenheid voor de begiftigden, maandelijks enige gepaste woorden van dank uit te spreken.

Het geven blijkt weer eens zaliger dan het ontvangen: de gêne blijft de armlastige bejaarden voorbehouden. Zoals aan de vrouw, die moet antwoorden op de achterdochtige vragen van de bezoekdame, omtrent de grootte van haar eventuele financiële reserve, die toekomstige overhandiging van honderd gulden onmogelijk zou maken. Ook komt een behoeftige in beeld, die op een onbewaakt moment heeft uitgesproken, wel van een bloemetje te houden. Hij krijgt dan ook maandelijks van de bezoekdame een boeketje - de prijs ervan wordt van de honderd gulden afgehouden.

De documentaire-makers maken zich terecht niet nadrukkelijk vrolijk over de mentaliteit van de veertig bezoekdames. Tragi-komisch werkt echter het optreden van de voorzitter van het Fonds, jonkheer Boreel, wanneer hij de bejaarden op de jaarlijkse toogdag aanvuurt tot het krachtig zingen van 'Rats, kuch en bonen'. Daarna deelt hij, in verband met het honderdjarig bestaan van het Fonds, het gedenkboek rond. Dat heet: 'Te smartelijk treft het aanschouwen' - een zinssnede die niet had misstaan als titel voor de film.