EXPLOSIE VAN EEN MODERN KAMPIOEN

De wielerklassieker Milaan-Sanremo ademt de sfeer van alles wat de Italiaanse sportbeleving zo bijzonder maakt. De overwinning van Gabriele Colombo (23) past in de traditie van de Primavera. Een landgenoot die zegeviert, de lente in Italië kan beginnen.

De helden van voorbije jaren worden alleen bij de start aanbeden. De Dom van Milaan is één dag per jaar het decor van gepaste wielertrots. Voor de start van de eerste echte voorjaarsklassieker kijken stad- en streekgenoten aan de voet van de kerk naar de geöliede benen van 198 professionals. Fondriest en Cipollini krijgen de meeste aandacht, ze delen de meeste handtekeningen uit en worden door de meeste Italiaanse fans getipt als kanshebber.

Maar de held van morgen heeft zich eerder aangediend dan de insiders hebben voorzien. Bij de finish in Sanremo, na zeven uur en 294 kilometer, tonen de supporters hun aanpassingsvermogen. Fondriest en Cipollini zijn alweer vergeten, Gabriele Colombo is de naam die op ieders lippen ligt. De oude badplaats viert de overwinning van een nieuwe kampioen. De oude kampioenen rijden bezweet en bemodderd naar de hotelkamer. Ze weten zich verslagen door de jonge garde.

Colombo verdient de overwinning. Hij heeft voortdurend aangevallen en de beslissende demarrage geplaatst. Op de bochtige helling van de Cipressa toont hij zijn klimmerstalent. Hij versnelt in de buurt waar zijn vader toekijkt. Ambrogio Colombo was in de jaren zestig een verdienstelijk beroepsrenner. Afgelopen zaterdag heeft hij met blote ogen gadegeslagen hoe zijn zoon naar boven sprintte. Naast hem staat de plaatselijke fanclub uit Varese, de provinciestad gelegen tussen Milaan en Lago Maggiore, daar waar Gabriele zijn oefenrondjes rijdt.

De ervaring met korte, steile hellingen komt Colombo goed van pas. Hij heeft een explosieve rijstijl, kan zomaar enkele tientallen meters afstand nemen van zijn medevluchters. Bij de bestijging van de Poggio fiest hij naar boven alsof het een afdaling betreft. Hij probeert zijn medevluchters uit het wiel te rijden, maar de Oekraïner Gontsjenkov, de Engelsman Sciandri en de Italiaan Coppolillo weten niet van wijken. Het drietal verheugt zich al op een eindsprint. Zij zijn niet berekend op Colombo's versnelling in de straten van Sanremo. Voor de 46e keer gaat de overwinning naar een thuisrijder en vieren de Italianen feest.

Na afloop toont de winaar geen spoor van vermoeidheid. “Ik heb op souplesse gereden in de vlakke aanloop, op kracht bij de Cipressa en op intuïtie in de straten van Sanremo. Ik voelde dat de anderen moe waren en heb mijn kans gewaagd.” Colombo vertelt dat zijn ploegleider Bombini hem de avond voor de koers al had geadviseerd aanvallend te rijden. De Cipressa was volgens zijn baas de ideale gelegenheid voor een demarrage. Bij de beklimming van de Poggio - de laatste jaren steeds scherprechter - verwachtte Bombini meer tegenstand van betekenis.

Wie de Primavera wint, zal in Italië nooit meer anoniem rondrijden. Colombo bevindt zich in een illuster gezelschap van landgenoten. Coppi, Bartali, Gimondi, Moser, Saronni, Chiappucci en Fondriest waren eerder de sterkste in de klassieker die altijd laat op gang komt. Pas wanneer de coureurs in de buurt van Genua voor het eerst de Middellandse Zee in zicht krijgen, gaat de toerenteller omhoog.

De faam van Milaan-Sanremo schuilt in de laatste dertig kilometer. De beklimming van de Cipressa en de Poggio zijn een lust voor het oog. Duizenden dagjesmensen hebben de campingspullen uitgestald in de berm. De wijn vloeit rijkelijk, zeker als de kopgroep voornamelijk uit landgenoten bestaat. Chauvinisme wordt in Italië nog als een deugd beschouwd.

Daarom plaatsen de meeste zondagbladen Colombo op een voetstuk. De overtuigende wijze waarop hij heeft gezegevierd, is voor diverse Italiaanse kranten aanleiding tot enig historisch vergelijkingsmateriaal. Colombo's demarrage op de Corso Cavalotti, 1200 meter voor de finish, roept herinneringen op aan de zege van Moser in 1984. Waarom kan de jonge kampioen niet in de voetsporen treden van de oude kampioen, vragen de Italiaanse media zich hardop af. Het machtsvertoon waarmee Colombo zijn medevluchters achter zich heeft gelaten, getuigt van zoveel kwaliteit, dat een rijke toekomst in het verschiet ligt.

In de 87-jarige geschiedenis van Milaan-Sanremo waren slechts drie winnaars jonger dan de 23-jarige Colombo. Merckx was pas 21 jaar toen hij in 1966 de eerste van zijn zeven overwinning vierde. De Belg is nog steeds recordhouder en zal dat nog heel lang blijven. Dertig jaar geleden was Merckx een talent dat alleen bij de insiders zijn naam had gevestigd. Waarom zou Colombo geen tweede Merckx kunnen worden, valt te lezen in La Gazzetta dello Sport.

De populaire krant, organisator van de koers, wijdt vijf roze pagina's aan de man wiens naam in de top-tien van Italiaanse achternamen blijkt te staan. Zijn naam als talentvol wielrenner dateert van 1991, toen hij wereldkampioen werd bij de junioren. In 1992 won hij dezelfde titel voor militairen. Twee jaar later werd Colombo beroepsrenner. Hij reed een half jaar in dezelfde ploeg als zijn grote voorbeeld Argentin, de inmiddels gestopte wereldkampioen van 1986. Vorig seizoen won Colombo onder meer een etappe in de Ronde van Burgos.

Van zijn huidige ploeggenoten is Berzin de bekendste coureur. De flamboyante Rus heeft zaterdag veel vuil werd opgeknapt voor Colombo, die in de komende maanden nog vaak zal worden geattendeerd op deze geste. Dienst-wederdienst is in de wielersport een vanzelfsprekendheid. Berzin mag de komende maanden zonder gêne een beroep doen op Colombo, wiens seizoen nu al als geslaagd kan worden betiteld.

Berzin is de buitenstaander die zich een zeer luxueuze levenswijze heeft aangemeten. Colombo lijkt voorlopig op de ideale schoonzoon die niet wil praten over salarisverhoging. Met zijn blonde lokken en zijn bruine ogen kan hij in de toekomst uitgroeien tot een wieleridool van formaat. Hij lacht op een ontwapenende wijze, hij blijkt een olijke verteller. Ook als de Italiaanse bondscoach Martini aan de telefoon hangt en zijn gelukwensen uitspreekt. Wat heeft hij gezegd, willen de vragenstellers weten. “Hij noemde mij een moderne kampioen: drie keer aanvallen in de laatste dertig kilometer. Dat noemt hij modern.”