Ede, groeistad met dorpse eigenschappen

Ede in Gelderland krijgt binnenkort zijn honderdduizendste inwoner. De burgemeester vindt dat men nu eens moet gaan beseffen dat Ede geen dorpje van twintig- of dertigduizend inwoners meer is. “Dat imago kleeft ons nog altijd aan. De aardrijkskundige kennis van wie dat zeggen is na hun lagere school niet verder ontwikkeld.”

In de hoofdstraat staat een harlekijn schuimpjes uit te delen. Het is een meisje in een kleurig pak met een muts vol belletjes, dat op initiatief van de plaatselijke snoepwinkel wat bij staat te verdienen. Een zaterdagochtend in Ede. Het winkelend publiek heeft geen haast, en slentert van etalage naar etalage. De boekwinkel houdt opruiming, Bakker Jan is, zegt hij zelf, ovenvers, de Hema heeft tompoezen in de aanbieding, een ticket Istanbul gaat weg voor nog geen 150 gulden.

Tussen de mensen loopt een aantal jongeren met plastic tasjes waarin het dagblad De Gelderlander van vandaag zit. Gratis en voor niets, meneer. De krant gewaagt van een enquête die gehouden is onder een paar honderd Edenaren en inwoners van de kerkdorpen Bennekom en Lunteren. De uitkomst: de Edenaar geeft zijn gemeente gemiddeld een rapportcijfer 7+. Het best scoort de woonomgeving (rapportcijfer 8), het slechtst het uitgaansleven met 6,4. De enquête is op verzoek van de regionale krant gehouden naar aanleiding van de honderdduizendste inwoner die Ede elk moment verwacht.

Ook het gemeentebestuur heeft een uitgebreid feestprogramma op stapel gezet, met een speciale taart voor de ministerraad, buxusboompjes voor alle ministers, staatssecretarissen en commissarissen van de koningin, een dagje uit in het Nationale Park de Hoge Veluwe voor alle mensen die in april en mei in Ede komen wonen. Er zijn zogeheten debattendagen voor jongeren en het college van burgemeester en wethouders plant in de verschillende wijken bomen.

Dat Ede, groene gemeente tussen de Veluwe en de Gelderse Vallei, groeit, is niet zo'n wonder. De gemeente is door de provincie Gelderland, conform het ruimtelijk beleid van de regering, al lange tijd geleden tot 'concentratiegemeente' bestempeld. En dat betekent dat de gemeente een centrumfunctie vervult in de regio en de meeste nieuwbouwhuizen krijgt toegewezen. Dat is niet de enige reden voor de groei. Ede blijkt - in sterke mate samen met zijn Utrechtse buurgemeente Veenendaal - ook een interessante vestigingsplaats voor bedrijven, zowel uit de Randstad als uit het oosten van het land. “De gemeente vervult een uitstekende functie als centrum tussen de stedelijke knooppunten Utrecht en Arnhem/Nijmegen”, zegt de betrokken regiocoördinator West-Veluwe, J. Raaijman van de Kamer van Koophandel in Arnhem.

Het bedrijfsleven ziet een aantal voordelen in vestiging in Ede: er is nog veel ruimte, het is goed gelegen aan de verkeersader A12 richting Duits achterland en de grond is er goedkoop. “Een ondernemer betaalt in Ede voor een vierkante meter industrieterrein tussen de 100 en de 175 gulden, terwijl hij in Arnhem al het dubbele kwijt is, om over de prijzen in de Randstad verder maar te zwijgen. Voor vierkante meters kantoorruimte gelden dezelfde verschillen.” De gemeente heeft inmiddels vijfduizend bedrijven en de groei is er nog niet uit. Neem verzekeringsmaatschappij RVS, de grootste werkgever van Ede. Het bedrijf heeft vijftienhonderd mensen in Ede aan het werk, en dat worden er binnenkort nog meer. Volgens directievoorzitter H.W. Smid zal de vestiging van RVS in Rotterdam worden overgebracht naar Ede. “Als je een eenvoudige optelsom maakt, zit je als ondernemer hier goed”, zegt Smid. “Hoe die vierhonderd mensen in Rotterdam daar over denken? Ja, hoe zou u daar over denken? Je schrikt natuurlijk enorm als je hoort dat je naar Ede moet. De eerste reacties waren niet bepaald vrolijk. Maar dat had minder te maken met Ede dan met het vertrek uit Rotterdam. Vooral dat laatste vinden ze niet leuk. Voor zichzelf niet, en voor hun partners niet. Die worden ook maar meegesleept.” Volgens Smid, die zelf niet in Ede woont, is het woon- en leefklimaat in de gemeente zeer plezierig voor zijn medewerkers. “Waar vind je nog meer zoveel rust en zoveel ruimte om je heen? Nergens toch! De mensen die al in Ede wonen zijn over het algemeen zeer goed te spreken.”

Rust en ruimte, dat klopt precies. Ede is met zijn 32.000 hectare wat oppervlakte betreft de vijfde gemeente van Nederland, achter de Noordoostpolder, Dronten, Lelystad en Apeldoorn. Wat inwonertal betreft behoort het tot de top-25. “Een grote, groene gemeente”, zo profileert Ede zichzelf. Tweederde van al het grondgebied is natuur. Op de grens van de Veluwe en de Gelderse Vallei zijn bossen, heidevelden, zandverstuivingen. De rest is voornamelijk agrarisch; slechts tien procent van de gemeente omvat bebouwd terrein. Er zijn meer dan 1.500 boerenbedrijven, die meer dan 300.000 varkens houden, bijna 2,3 miljoen leghennen, een kleine 88.000 mestkalveren en 12.000 melk- en kalfkoeien. Dat gaat niet zonder moeilijkheden. Vooral in de Gelderse Vallei zijn de milieuproblemen als gevolg van de intensieve veehouderij groot; reden waarom de provincie Gelderland samen met Ede en met de betrokken standsorganisaties zich grote moeite getroost de agrarische activiteiten aldaar te saneren.

Wie van buiten komt en Ede zegt, bedoelt toch vooral het deel van de gemeente dat ter plaatse bekend staat als Ede-Stad, al zijn er aan het dorp nooit stadsrechten verleend. In Ede-Stad woont tweederde van alle Edenaren, de overigen wonen in de kerkdorpen Bennekom, Lunteren, Ederveen, De Klomp, Harskamp, Wekerom, Otterlo. Ede-Stad, in het jaar 838 voor het eerst vermeld als Heoa, is een wonderlijke mengeling van stedelijke bebouwing en dorpse uitgestrektheid. Wie vanaf de A12 het dorp binnenrijdt, passeert eerst een splinternieuw winkelcentrum, gebouwd over de toegangsweg, met de naam Stadspoort. Daarachter, in een soort ring rond het eigenlijke centrum, liggen flats uit het einde van de jaren zestig, begin jaren zeventig. De flats zijn de afgelopen jaren in frisse kleuren geverfd, maar het zijn nog altijd weinig uitnodigende betonnen dozen.

Het centrum zelf bestaat uit laagbouw, met veel kapitale villa's. De winkelstraat is voorzien van filialen van de bekende winkelketens als zo veel winkelstraten, met weinig karakter en uitstraling. Niet voor niets willen de meeste Edenaren vooral een echt winkelcentrum, met meer warenhuizen, met terrasjes, bankjes en bomen. Een winkelcentrum, kortom, van een niveau dat past bij een gemeente met honderdduizend inwoners. In dat centrum zou ook plaats moeten zijn voor meer horecagelegenheden. Het uitgaansleven in Ede is bepaald mager te noemen; wie op een doordeweekse avond een café binnenstapt, wordt niet direct overvallen door het bruisende karakter. RVS-topman Smid weet wat hij wat dat betreft zijn medewerkers aandoet. “Ik moet toegeven dat Ede een beetje saai is.” Maar, zegt Smid, “wie vertier zoekt, kan heel gemakkelijk terecht in steden als Arnhem en Utrecht, zo ver is dat toch niet. Onze mensen mogen, als ze dat willen, in Arnhem gaan wonen.”

Ook in andere opzichten vertoont Ede nog dorpse eigenschappen. De openbare orde wordt in aanzienlijk mindere mate verstoord dan in andere gemeenten met 100.000 inwoners. Er zijn geen echte probleemwijken, de jeugd zorgt niet voor overmatig veel overlast en ook de drugs zijn Ede nog niet boven het hoofd gegroeid. “De gemeente krijgt zo langzamerhand wat stedelijke kenmerken, maar echte problemen kennen we hier nog niet”, zegt de Edese politiechef J.V. Vriend. Hij kwam vier jaar geleden uit Den Haag naar Ede. In het algemeen is het een rustige bevolking, zegt Vriend. “Ze laten niet snel het achterste van hun tong zien. Aan de andere kant: er is heel veel import van buiten, zoveel echte Edenaren zijn er eigenlijk helemaal niet.” Vriend heeft vooral te maken met verkeersproblemen op de 80-kilometerwegen in het buitengebied en met woninginbraken. “In grote steden zoals Den Haag is er vaak sprake van een cumulatie van problemen: een probleemwijk met veel allochtonen en veel werklozen. Dergelijke spanning kennen we hier niet; het is allemaal wat minder intensief, wat meer gespreid over de gehele gemeente.”

De problemen zijn ook beheersbaar, omdat de groei in Ede niet explosief snel gaat: in 1969 werd de 70.000ste inwoner welkom geheten, de 80.000ste kwam in 1976 en de 90.000ste in 1986. De laatste tien jaar kreeg de gemeente er 10.000 mensen bij, een aantal dat goed op te vangen was door de vijfhonderd woningen die Ede elk jaar mag bouwen. Er verscheen een nieuwe, modieuze woonwijk, Rietkampen geheten. Een wijk waar vooral de nieuwe import een plaatsje vond en vindt en waar ook het nieuwe regionale ziekenhuis wordt gebouwd.

Maar Rietkampen is slechts de opmaat tot een grote herbouw van Ede stad: het centrum gaat op de schop, het idyllische stationnetje Ede-Wageningen wordt verbouwd tot een locatie met kantoren, winkels en overige voorzieningen. De eerste concepten voor invulling van het gebied zijn intussen klaar. En dan is er nog Doesburg, een nieuwe woonwijk aan de rand van Ede-Stad. Tot het jaar 2015 worden daar, aan de noordzijde van de gemeente, ongeveer zesduizend nieuwe woningen gebouwd. Ook Doesburg past helemaal in deze tijd: de trefwoorden zijn duurzaamheid, kwaliteit en ecologie, vermeldt een brochure. Er wordt veel aandacht besteed aan het handhaven en uitbreiden van het te bebouwen gebied. De negatieve gevolgen van de uitvoering van de plannen voor het gebied zelf en de omgeving worden zoveel mogelijk beperkt.''

Hoe groot Ede ook zal worden (de ramingen spreken over een inwoneraantal van 130.000 in het jaar 2025), de gemeente zal nooit een stad worden zoals Arnhem of Utrecht, zegt burgemeester W. Blanken beslist. “Ik ben blij met het ruimtelijk beleid van de rijksoverheid. Wij willen helemaal niet concurreren met Arnhem of Utrecht. Wij willen juist ons landelijke karakter handhaven. Met de plannen van het rijk kunnen we al te grote druk op het gebied hier voorkomen.”

Blanken, inmiddels zeven jaar burgemeester van de gemeente, noemt Ede “bestuurlijk gezien zeer interessant”. “We moeten oplossingen vinden voor de problemen die door de groei worden veroorzaakt. Ik beschouw het als een transformatieproces; de bevolking groeit gestaag en je moet als bestuurder zorgen voor een groot draagvlak onder die groei. Je moet zorgen voor nieuwe functies, bijvoorbeeld in het onderwijs en in de gezondheidszorg. Ik heb het idee dat we daar allerwegen goed in slagen.”

De burgemeester ziet het als zijn belangrijkste taak een goed evenwicht te vinden tussen groei en groen. “We moeten voorkomen dat er te veel druk op het gebied ontstaat. De mensen die hier zijn komen wonen, hebben tenslotte gekozen voor de landelijke omgeving. Het gaat de komende jaren om de ontwikkeling van een kwalitatief goed stadshart en een betere infrastructuur.” Maar er is hem ook veel aan gelegen dat “de mensen in het land” nu eens beseffen dat Ede niet meer het dorpje is van twintig- of dertigduizend inwoners. “Dat imago kleeft ons nog altijd aan. Ik heb het idee dat de aardrijkskundige kennis van de mensen die dat zeggen na hun lagere school niet verder is ontwikkeld.”