De lichtvoetigste onder de Duitse expressionisten

Tentoonstelling: August Macke in Kandern. T/m 13 april. August Macke Haus, Bornheimer Strasse 96, Bonn. Di t/m vr 14u30-18u, za 11-13u, zo 11-17u.

In de nauwelijks tien jaar van zijn kunstenaarsschap produceerde August Macke meer dan 500 olieverfschilderijen, vele aquarellen en duizenden tekeningen en schetsen. Macke overleed, 27 jaar oud, op het slagveld van Frankrijk, een maand na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.

Het huis in Bonn dat Macke van 1910 tot 1914 bewoonde met zijn vrouw Elisabeth en hun zoontje, een laat-classicistisch pand uit 1878, werd enkele jaren terug gerestaureerd en ingericht als klein museum. Daar is nu een tentoonstelling gewijd aan de schilderijen en tekeningen die Macke maakte in Kandern, een dorp in het Zwarte Woud vlak bij Freiburg. De jonge schilder bracht hier veel tijd door, soms perioden van maanden, bij zijn oudste zuster en haar man die er een hotel bezaten.

Het woonhuis in Bonn staat wat verloren in een grauwe woonwijk met appartementengebouwen. Het is een bescheiden huis van drie verdiepingen, met een wenteltrap en kamers met krakende houten vloeren. In dit huis ontving Macke zijn kunstenaarsvrienden, Franz Marc, Gabriële Münter, Robert Delaunay, Guillaume Apollinaire.

Op de bovenste verdieping bevindt zich het atelier, dat geheel in de oude situatie is hersteld. De kozijnen zijn blauwgrijs geverfd, en de vloer ossebloedrood, precies als op Mackes schilderijen. Vele ramen en door Macke aangebrachte daklichten geven vrij uitzicht naar alle kanten. Langs de muur staat de blauwe chaise longue waarop hij zijn vrouw Elisabeth portretteerde.

Macke hield van de natuur en van het leven op het platteland. Naast tedere portretten van Elisabeth schilderde hij vooral landschappen, en harmonieuze taferelen van mensen flanerend in parken. Hij omschreef zijn werk eens als 'een celebreren en een Durchfreuen van de natuur'. Van de Duitse expressionisten is hij wel de meest lichtvoetige; zijn werk is eigenlijk meer Frans dan Duits van karakter.

Zoals Franz Marc zei over hem: “Hij heeft van ons allen aan de kleur de lichtste en zuiverste toon gegeven.” Ook al deed Macke enkele malen mee aan exposities van de Blaue Reiter in Berlijn, van kunsttheorie en van de metafysische ideeën van Kandinsky moest hij niets hebben. Zijn bewondering gold vooral de Franse schilders, Manet bijvoorbeeld, en post-impressionisten als Degas en Seurat en vooral Delaunay.

De expositie laat zien dat Macke tussen 1907 en 1914 een razendsnelle ontwikkeling doormaakte van een symbolistische figuratie naar een abstraherende, lyrisch-kubistische manier van schilderen. Maar ook in zijn meest abstracte werken bleef de band met de zichtbare werkelijkheid aanwezig.

Een prachtig portret van Elisabeth in olieverf op karton toont haar en profil, een gebloemde doek om de naakte schouders geslagen. Zij is met weinig diepte geschilderd, de bloemen vormen een vlak en decoratief patroon, in tegenstelling tot het meer impressionistische, atmosferische maanverlichte landschap erachter.

Duidelijk door Van Gogh beïnvloed is een 'Boom in korenveld', ook uit 1907. Het landschap is hier geheel uit kleurvlakken opgebouwd: het felwarme geel van het koren en schaduwen, net als bij Van Gogh, in een complementaire violette tint.

De 'Straat met kerk in Kandern' uit 1911 vertegenwoordigt een expressionistische fase. De kleurvlakken van de huizen - zachtgeel, lavendelblauw, rozerood - zijn afgebakend door zware donkere contouren. Deze contouren bepalen de ritmiek en de opbouw van het werk, in tegenstelling tot het werk vanaf circa 1912. De contouren zijn dan verdwenen. Opnieuw bouwde Macke nu zijn schilderijen op uit louter kleur, maar de kleur is opgedeeld in ritmische, geometrische vormen.

Dieptewerking, een suggestie van velden achter bomen bijvoorbeeld, ontstaat door een afwisseling van licht en donker tussen de ijle, transparante vlakken. Deze afgewogen composities hebben een geheimzinnige, verleidelijke luminositeit. Een van de laatste werken is weer een heel mooi portret van Elisabeth, verdiept in het lezen van een brief, met op haar hoofd een met kersen versierde hoed. Zij bestaat, net als groene ruimte achter haar, uit wigvormige vlakken, met een minimum aan kleur geschilderd. De vrouw treedt naar voren uit de natuur en maakt er tegelijkertijd deel van uit. Zo moet Macke de wereld ervaren hebben: als een bijna tastbare, sensuele harmonie.