Chirac toont aandacht voor 'politieke projecten' in EU

PARIJS, 25 MAART. Jacques Chirac kiest voor Europa. Duidelijker dan in het verleden verklaart het Franse staatshoofd zich bereid richting te geven aan een breed gesteunde verdere uitbouw van de Europese unie, met name op economisch-monetair, buitenlands- en defensie- en sociaal gebied. Hij treedt daarmee in de voetsporen van zijn directe voorgangers, Giscard d'Estaing en Mitterrand.

Chirac heeft vandaag in het centrum-linkse dagblad Libération een artikel gepubliceerd over de toekomst van Europa, dat klinkt als een klaroenstoot voor voltooïing van 'een unieke constructie', die “noch federaal noch een simpele vrijhandelszone” mag zijn. De president blijft grotendeels binnen de grote lijnen van de Franse buitenlandse politiek maar verfijnt een aantal eerder geformuleerde standpunten.

Het Franse staatshoofd spreekt de hoop uit dat de Intergouvernementele Conferentie, die vrijdag in Turijn begint met de herziening van het Verdrag van Maastricht, “een nieuwe sokkel zal bouwen om de Europese defensie op te bouwen”. Tegelijkertijd erkent hij dat “de organisatie van een Europese defensie onlosmakelijk is verbonden aan initiatieven die wij hebben ondernomen om het Atlantisch bondgenootschap te hervormen, met in zijn boezem de rol en de verantwoordelijkheid van de Europeanen.”

Daarmee lijkt Chirac de hoop op een waarlijk onafhankelijke Europese defensie op te geven. De West-Europese Unie, het kader waarbinnen die Europese defensie gestalte zou moeten krijgen, wordt in het artikel niet genoemd. Daarmee komt Chirac tegemoet aan de sterke Duitse opvattingen over de blijvende hoofdrol van de NAVO.

Als gebaren in de richting van de bondsrepubliek kunnen ook Chiracs opmerkingen worden gezien over de rol van de nationale parlementen, de Europese Commissie en het Europees Parlement. Recente Franse positie-notities en uitspraken van premier Juppé met het oog op de naderende IGC in Turijn waren betrekkelijk bits geformuleerd ten aanzien van Commissie en Europees Parlement. De Raad van ministers moet nog beter het richting-bepalende orgaan worden en haar besluitvorming makkelijker, lees: vaker bij meerderheid, tenzij een vitaal belang van een lidstaat zich daar tegen verzet.

Chirac schrijft dat de Europese Commissie “volledig zijn bevoegdheden tot initiatief, vertegenwoordiging en uitvoering moet vervullen, binnen haar rol blijvend.” De Commissie moet de 'nauwkeurig omschreven en bindende' instructies van de Raad van ministers in acht nemen, maar hoeft niet een stap terug te doen. Het aantal commissarissen moet kleiner worden om beter overeen te komen met de te vervullen taken.

Over het Europees Parlement zegt de president: “Frankrijk is niet tegen een nauwere betrokkenheid bij communautaire beslissingen”. Hij stelt één voorwaarde: om dichter bij de burgers te staan moet de werkwijze van het Europees Parlement worden vereenvoudigd en de wijze van verkiezen veranderd. Het staat er niet, maar met dat laatste doelt Chirac waarschijnlijk op de evenredige vertegenwoordiging via een lijstensysteem. Frankrijk kiest zijn Europarlementariërs via evenredige vertegenwoordiging en men mist de directe aanspreekbaarheid die een districten-stelsel heeft. De Fransen kennen dat wel voor hun nationale parlement; de Britten hanteren het systeem ook voor de verkiezing van hun Europese parlementsleden.

Chirac laat zo te zien een idee varen dat mikte op een soort Europese Senaat, bestaande uit nationale parlementsleden. Die zouden vooral erop moeten toezien op de juiste toepassing van het 'subsidiariteitsbeginsel', de gedachte dat nationaal kan worden behandeld wat niet dringend op Europees niveau hoeft te worden geregeld. De Franse president oppert nu slechts de mogelijkheid de voorzitters van de nationale parlementen zo nu en dan bijeen te laten komen om over dergelijke vragen van gedachte te wisselen.

Chirac wijdt de meeste aandacht aan de noodzaak Europa een politiek project te laten worden. Hij stelt voor een 'Europees sociaal model' vast te stellen en te verdedigen. Dat is wat Europa uniek maakte en ook in de toekomst het verschil moet zijn, terwijl dit werelddeel zich - als zijn Europese dromen uitkomen - kan meten met de Verenigde Staten. Chirac noemt het 'onaanvaardbaar' dat de veertien grote infrastructurele werken, waar de Europese Raad in 1994 toe heeft besloten, nog steeds niet ter hand zijn genomen. Werkloosheid en marginalisatie van tientallen miljoenen Europese burgers moet worden aangepakt, onder andere door dat soort projecten en arbeidstijdverkorting.

Chirac, die zich opnieuw verzet tegen de “lakse” drugspolitiek van Nederland (niet bij name genoemd, maar onmiskenbaar bedoeld), kondigt een memorandum aan waarin deze politieke lijnen en sociale initiatieven verder worden uitgewerkt. Hij wil de Europese jeugd de uitdaging van dit vergrote thuisgebied laten aangaan, bijvoorbeeld door meer uitwisseling van studenten en de mogelijkheid van het vrijwillig vervullen van nuttige taken in andere landen van de Europese Unie.

Om dit alles te kunnen betalen moet opnieuw worden gekeken naar de besteding van de Europese begroting van 500 miljard francs, 'een formidabel instrument ter bevordering van de werkgelegenheid'. Herbezinning op initiatieven vraagt Chirac, ook van regionale en sociale fondsen, ook voor onderzoek en ontwikkeling, ook van de landbouwpolitiek.