Chinees machtsvertoon rond Taiwan voerde naar debacle

TAIPEI, 25 MAART. Het is een schrijnende coïncidentie dat op de dag dat Taiwan de overwinning van de democratie vierde, China de nagel in de doodskist van Hongkongs semi-democratie heeft geslagen. En dat tegelijkertijd het enige lid van het 'Voorbereidend Comité voor de Speciale Administratieve Regio' dat de moed had tegen de resolutie voor het liquideren van Hongkongs grotendeels gekozen Wetgevende Raad te stemmen, meteen werd gediskwalificeerd voor benoeming in China's marionet-Legislatuur.

China is zijn machtsmiddelen om de democratie in Hongkong weg te vagen maximaal aan het toepassen. In Taiwan is dat niet, of nog niet, gelukt, dankzij de moed en de politieke rijpheid van de 21 miljoen inwoners van Taiwan en hun leiders en, op afstand, twee Amerikaanse vlooteskaders. Taiwan heeft voorts het geluk dat het geen fatale datum heeft waarop het in de ongastvrije schoot van het historische moederland moet terug zijn. Daardoor heeft het onder moeilijke, maar niet onmogelijke omstandigheden de tijd gehad om de economische en sociale modernisering van de jaren zeventig en tachtig te bekronen met een moderne, democratische superstructuur, die op middellange termijn wellicht de beste verdediging zal blijken tegen 'Anschluss' door de autoritaire, semi-communistische kolos op het Chinese vasteland.

Het is moeilijk te zeggen of Taiwan niet veel grotere schade had geleden als de Amerikaanse vliegdekschepen 'Independence' en 'Nimitz' niet langs de zijlijnen van China's oorlogstoneel geparkeerd hadden gelegen. Het is illustratief voor de logica van het regime in Peking dat het de Amerikanen heeft beschuldigd van het opdrijven van de spanningen. Het roept levendige herinneringen op aan de beschuldiging van Deng Xiaoping zelf tegenover zijn vriend, wijlen president Richard Nixon dat de Amerikanen de drijvende kracht achter de studenten-protesten waren. “Jullie waren de dader, wij het slachtoffer!” zei Deng destijds.

Sinds de relatieve openheid en tolerantie van de jaren tachtig onder de toenmalige premier Zhao Ziyang is het Chinese regime steeds wereldvreemder geworden. Het ziet de buitenwereld louter in termen van binnenlandse prioriteiten. Taiwan is een binnenlandse aangelegenheid, ook al is het de laatste honderd jaar slechts vier jaar vanuit het Chinese vasteland bestuurd, namelijk van 1945 tot 1949 door Chiang Kai-shek voordat hij er zijn verslagen regering heen verplaatste. Taiwan is de zestiende belangrijkste en zeer internationale economie in de wereld, de zevende handelspartner van de VS, een belangrijke handelspartner van alle OESO-landen en een van de drie grootste investeerders in Oost-Azië. Toch is China geobsedeerd door de fictie dat Taiwan een puur binnenlandse aangelegenheid is. Een van de bijkomende redenen waarom China het wapengekletter tegen Taiwan de normaalste zaak van de wereld vindt, is dat het populair is bij de meerderheid van een gedesinformeerde bevolking, die vooral het laatste jaar door de media weer voorgeschoteld krijgt dat Taiwan geregeerd wordt door de 'landverrader' Lee Teng-hui en dat de bevolking uit prostituées en gangsters bestaat.

Het zou iets lachwekkends hebben als het niet zo ernstig en potentieel onheilspellend was. China is immers een zeer historisch bewust, trots land dat de ambitie heeft om op korte termijn een economische grootmacht en uiteindelijk een politiek-militaire supermacht te worden.

Wat zich de afgelopen maanden in Zhongnanhai, het Chinese Kremlin, heeft afgespeeld is niet te overzien, maar een ding is zeker. Er zetelt daar een instabiel regime vol roekeloze, wereldvreemde elementen, dat geen rationele besluitvormingsprocedures bezit en zijn eigen belangen niet kent. Het Chinese prestige is gezakt tot het diepste dieptepunt sinds 1989, ditmaal meer in de buurlanden dan in het Westen. Al het militaire machtsvertoon is politiek en diplomatiek op een debacle uitgelopen, maar China's dialectische propaganda-ideologen hebben op een absurde manier de overwinning geproclameerd.

De twee pro-herenigingskandidaten in Taiwan kregen immers samen meer stemmen dan de pro-onafhankelijkheidskandidaat - 25 tegen 21 procent - hetgeen volgens het persbureau Nieuw China een 'gedemonstreerd heeft dat het Chinese volk vastbesloten is de soevereiniteit en territoriale integriteit van de staat te handhaven. Wij hebben de krachten voor onafhankelijkheid en de separatisten een zware klap toegebracht”, aldus Nieuw China. Een jaar lang hebben de Chinese media Lee Teng-hui ook voor “samenzweerder voor onafhankelijkheid, splijtist van de nationale eenheid en separatist” uitgemaakt.

De Chinese media hebben vanaf gisteren hun aanvallen op Lee Teng-hui stopgezet. De woordvoerder van het Chinese ministerie van buitenlandse zaken, Shen Guofang, heeft inmiddels verklaard dat de verkiezingen geen keerpunt in de relaties tussen het vasteland en Taiwan zijn en dat “de deur voor onderhandelingen nog open is (..) De sleutel is dat de Taiwan-autoriteiten het streven naar twee China's of 'een China - een Taiwan' opgeven.” Dit is in Taiwan nooit gebeurd, maar voortdurend thema van een democratisch debat met vele meningen en standpunten geweest. Dat debat is niet afgesloten, maar Lee Teng-hui heeft nu als gekozen president meer vrijheid van handelen.

De komende maanden zal er in Taiwan een nieuwe consensus ten aanzien van China moeten komen, waarin de stem voor openlijke en totale onafhankelijkheid afgezwakt zal worden, maar vergaande concessies moeilijk denkbaar zijn.

Het wachten is op beleidswijzigingen in Peking, maar die zullen tijd nodig hebben, want de politieke evolutie in China is erg langzaam. Maar een terugkeer naar de status quo voor de raketproeven en militaire manoeuvres van de laatste maanden is onwaarschijnlijk. Want als de Chinezen iets niet voorzien hadden, is het dat hun wapengekletter de kwestie-Taiwan meer dan ooit tevoren van een binnenlandse, tot een internationale aangelegenheid getransformeerd heeft.