XXL: Laaglanders schieten de hoogte in; De meeste mensen leggen automatisch een verband tussen lengte en macht of kracht

Wie klein van stuk is, wordt altijd voor jonger en dommer aangezien Nederlanders zijn de snelst groeiende en inmiddels langste mensensoort in Europa. Waarom dat zo is en hoe groot we precies zullen worden, weet nog niemand. Vast staat dat een flinke lengte vaak de beste banen oplevert en nog steeds met macht, rijkdom en een lang leven wordt geassocieerd. Over het voorrecht je hoofd te stoten, je rug te forceren en dubbelgevouwen in bad te moeten.

Meer dan dertig jaar geleden, in de tijd dat damesbladen het alleenrecht claimden op suikerzoete verhalen over Europa's overdaad aan ongehuwde prinsessen, rapporteerde meer dan één royalty-reporter over de zorgwekkende fysiek van - toen nog - kroonprinses Margarethe van Denemarken.

Zij was intelligent, zeker, zij was artistiek, absoluut. Maar net als Alice in Wonderland: zij blééf maar groeien. Eén meter zeventig, één meter vijfenzeventig, één meter tachtig - en nóg was zij niet uitgegroeid. De zorg van de Denen, zo meldden de rapportages, was dat hun toekomstige koningin met zo'n lengte nooit aan de man zou komen. En er waren suggesties dat de bezorgdheid over het verticale doorschieten van de prinses ook aan het Deense Hof zo groot was, dat gedacht werd aan operatief ingrijpen.

“Voor zover ik weet is dat nooit gebeurd,” zegt een jolige woordvoerster van de Deense ambassade in Londen. “De koningin is zeker één meter drieëntachtig, maar daar kijkt niemand meer van op. De enige manier waarop er nog aan haar lengte wordt gerefereerd is impliciet: iedereen vindt haar kersverse schoondochter, met haar 1,64 meter, steeds maar 'zo klein'. En aan de man is onze koningin ook gekomen: ze heeft onlangs het 25-jarig bestaan van een heel gelukkig huwelijk gevierd.”

Percepties over wat precies 'lang' en 'kort' is, wanneer het over lichaamslengte gaat, verschuiven. Dat komt doordat die lichaamslengtes zelf verschuiven. Wanneer in mijn ouderlijk gezin de gezinsleden naast elkaar gaan staan - te beginnen met mijn lange (1,74 m) moeder, via het oudste kind, een meisje, naar haar laatstgeborene, dan loopt die lijn geleidelijk langs de vier kinderen omhoog, omgekeerd evenredig naar hun leeftijd. Het oudste kind is het kortste (1,76 m), terwijl de acht jaar jongere broer boven de 2 meter eindigt.

Dat verschijnsel is verre van uniek. Nederlanders zijn de snelst groeiende en inmiddels langste mensensoort in Europa. Uit het periodiek nationaal groei-onderzoek sinds 1955, blijkt ons volk al geruime tijd gemiddeld per vijftien jaar drie à vier centimeter in lengte te groeien. Anders dan in Scandinavië, waar jarenlang een soortgelijk patroon te zien was, is bij ons nog geen einde aan die groei gekomen. Waarom dat zo is, en waar die groei uiteindelijk moet ophouden, zijn vragen, waarop vooralsnog geen duidelijk antwoord valt te formuleren.

“Ons bewegingsapparaat zal uiteindelijk wel de grenzen bepalen van wat onze natuurlijke lengte moet worden,” speculeert professor J. M. Wit, kinderarts-endocrinoloog aan het Academisch Ziekenhuis in Leiden. Al te lange mensen klagen nu al veelvuldig over rug- en nekklachten, hoewel die ook vaak het gevolg zijn van de tientallen keren dat ze per dag concessies aan de standaardmaten moeten doen en repetitief dezelfde ontwijkbewegingen moeten maken. En wat de oorzaken betreft: “De hoofdfactor, die bepaalt of de uiteindelijke lengte toeneemt, is de voeding als kind. En dan waarschijnlijk vooral het eiwitgehalte in die voeding. Sinds men in Japan is overgegaan van een vrijwel uitsluitend uit rijst bestaand diëet, op voedsel dat meer eiwitten bevat, vertoont de Japanse bevolking als geheel een nog veel snellere groei dan wij Nederlanders.”

Zijn collega-endocrinoloog Dr Peter Hindmarsh, van het Middlesex Hospital in Londen, zegt dat het theoretisch best mogelijk is een individueel kind “de hoogte in te jagen”. “Je zou het moeten vetmesten in de eerste paar jaar van zijn leven, zoals je kalveren vetmest. Maar geen baby die alleen maar vlees kan innemen.”

Over het waarom van het abrupt naar boven doorschieten van hele bevolkingsgroepen is al jarenlang heel wat afgespeculeerd. Onderzoekers suggereerden oorzaken die variëerden van het dragen van lossere kleding en het bedrijven van meer sport tot het optreden van toegenomen psychoseksuele stimulatie tengevolge van de eigentijdse manier van leven in stedelijke agglomeraties. Alle lijken een beetje waar, maar geen van alle geeft een afdoende verklaring voor het fenomeen.

Gentle giant

Iedereen die een aantal jaren uit Nederland is weggeweest en dan terugkeert, maakt de obligate opmerking: wat zijn die kinderen hier láng geworden. Dat wordt ook gestaafd door de cijfers. Na het laatste nationale groei-onderzoek van 1980, werd de gemiddelde lengte van uitgegroeide jongens proefondervindelijk vastgesteld op 1,82 meter. Dat was acht centimeter langer dan bij het eerste onderzoek van 1955 en prof. Wit gelooft dat het nationaal groei-onderzoek dat nu gaande is, zal aantonen dat daar weer “enkele centimeters” - maar mogelijk minder dan vier - aan moeten worden toegevoegd.

Het gemiddelde van 1,82 meter vertoont een spreiding van twaalf à dertien centimeter naar boven en naar beneden. De als 'normaal' beschouwde lengte van een jongen kan daarom tot nu toe variëren tussen de 1,70 m en de 1,94 m. 97 procent van de Nederlandse jongens heeft een lengte binnen die afmetingen.

Slechts drie procent is langer dan 1,94 m.

Voor meisjes wordt sinds 1980 een gemiddelde lengte van 1,68 m aangenomen. Zij groeien, als collectief, met gemiddeld twee centimeter per generatie.

Wat is 'lang' en wat is 'klein' en hoe vervelend is het om als zodanig beschouwd te worden? Voor Rob Bruintjes, voorzitter van de Nederlandse Klub Lange Mensen/Stichting Languit is het knap lastig om echt lang te zijn. Hij is 2,21 m lang en het kost geen enkele moeite hem te lokaliseren bij een blind date onder het ontmoetingspunt op Schiphol. Op de tocht naar boven moet hij bukken waar de roltrap onder de volgende verdieping doorgaat. In de lift, later terug naar beneden, past hij nét. In het restaurant is geen enkele stoel goed voor hem en steken zijn knieën ver boven de - vaste - tafeltjes uit. En overal zijn mensen die of onverholen staren, of elkaar zogenaamd ongemerkt aanstoten.

Rob Bruintjes weet alles van in de Nederlandse bouw voorgeschreven standaard-deurhoogten van 2,11 m, van toiletpotten die hem tot de knieën komen, van auto's waar hij niet in past, van stofzuigers die een te korte steel hebben en van ondergoed voor dikke mensen, dat de ondergoed-behoefte voor lánge mensen bij geen stukken na dekt. “De firma Ten Kate zegt dat zijn weefgetouwen op ons soort mensen niet is in te stellen. Dus is ondergoed voor onze lengte in Nederland niet te krijgen. Het is altijd sjorren.”

En toch: lang is minder 'erg' dan klein. Een brede reeks van onderzoekers, die zich hebben bezig gehouden met de psychosociale aspecten van én lang én klein zijn, bevestigen het cliché van de gentle giant tegenover dat van de 'kleine driftkikker'. Bruintjes mag klagen dat hij als kleine - maar in lengte grote - jongen werd uitgelachen wanneer hij bij zijn moeder op schoot zat (“Wat, zo'n grote lummel? Nog bij zijn moeder op schoot?”), kinderen die klein van stuk zijn zouden in dat opzicht graag met hem hebben willen ruilen. Wie klein van stuk is, wordt altijd voor jonger en dommer uitgemaakt, dan waarop hij of zij, gezien zijn leeftijd, recht heeft. Waar 'grote' kinderen proberen zich aan te sluiten bij oudere kinderen, die hen dwingen karakterologisch op hun tenen te lopen, laten kinderen van geringe lengte zich noodgedwongen indelen bij 'de kleintjes'.

Professor Wit krijgt op zijn afdeling in Leiden dan ook veel meer verzoeken van kleine mensen die willen groeien, dan van hele grote jongens en meisjes, die vrezen dat ze als 'reus' zullen eindigen. In Londen schat dr Peter Hindmarsh dat bij hem het aantal verzoeken om de groei te remmen is teruggelopen van gemiddeld één per maand in de jaren tachtig tot vier per jaar nu. “Voor meisjes is hier van belang, dat een aantal internationaal bekende Britse mannequins héél lang is”, zegt Hindmarsh. “Voor jongens zijn lange sporters de rolmodellen, die hun perceptie veranderen.”

Lengte is macht

De aardigste onderzoeken over het effect van meer dan gemiddelde groei op de perceptie van het grote publiek komen uit het land van de buitenmodellen, de Verenigde Staten van Amerika. Daaruit blijkt dat, net als in de Europese cultuur, de meeste mensen een automatisch verband leggen tussen lengte en macht of kracht. Dat fenomeen uit zich in taalgebruik - “tegen iemand opkijken” - maar ook in de registers, die in bijvoorbeeld Groot-Brittannië sinds 1750 zijn bijgehouden over de vrijwilligers-recruten in het leger en de marine. De ronselaars delen de langste aspirant-soldaten in bij de elite-regimenten en de kortste bij de infanterie. Professor Roderick Floud, provoost van de City of London Polytechnic, vermeldt in een zojuist verschenen historische beschrijving over het verband tussen voeding en lengte (*), hoe tussen 1802 en 1806 bijvoorbeeld voor de zware cavalerie een minimumlengte gold van - toen al - 1,73 m, terwijl de infanterie genoegen nam met 1,65 m en het Oost Indisch Leger “met zelfs nog minder”. Hoe langer een recruut, hoe meer keus. Alleen voor de lichte cavalerie werd een uitzondering gemaakt: een lengte van tussen 1,70 en 1,75 werd vereist, teneinde de paarden niet overmatig te belasten.

Soortgelijke vooringenomenheid blijkt uit het gedrag van de plantagebezitters in koloniaal Amerika: voor de langste slaven werd het meeste geld neergeteld en zij kregen vervolgens de elite-baantjes. De mannen als koetsier/chauffeur, de vrouwen als dienstmeid. In de moderne maatschappij, zegt Floud, geldt nog steeds dat lange mensen verhoudingsgewijs meer geneigd zijn uit hun sociale klasse te breken en een stapje hoger op de maatschappelijke ladder te doen, dan mensen van een gemiddelde of kleine gestalte. Zo'n constatering moet echter vooral gezien worden tegen de achtergrond van de wel heel verticaal gestructureerde samenleving waar Floud over schrijft, de befaamde Britse klassen-maatschappij.

Eigentijds onderzoek in de VS wijst uit dat werkgevers nog steeds aan lange sollicitanten de voorkeur geven. Personeelsfunctionarissen kozen uit schriftelijke sollicitaties van overigens gelijk gekwalificeerde kandidaten, in negentig procent van de gevallen de kandidaat met een lengte van 1,80 m, terwijl slechts vijftig procent een kandidaat van 1,65 m zelfs maar in aanmerking wilde nemen. Sommige onderzoekers zeggen dat die voorkeur voor 'lang' te maken heeft met het feit dat de personeelsafdelingen automatisch selecteren naar het beeld van 'de baas' - en de baas blijkt toevallig over het algemeen langer dan zijn ondergeschikten. Eén gedragswetenschapper, Wayne Hensley van het Virginia Polytechnic Institute, rekende uit, dat dat ook op de universiteit geldt. De universitaire docenten die hij aan inspectie onderwierp, bleken langer naarmate hun academische status hoger was. Hoogleraren met een volledige leer- en onderwijsopdracht waren liefst vijf centimeter langer dan de gemiddelde assistent-docent. Geen wonder dat in de VS inmiddels de politieke incorrectheid van discriminatie naar lengte is benoemd: 'heightism'.

Maar het sterkste voorbeeld van lengte-is-macht lijkt dat van de voorkeur, die Amerikanen blijken te hebben voor de langste presidentskandidaat. In 17 van de laatste 21 presidentsverkiezingen won de langste van de twee kandidaten de zetel. George Bush (1,85 m) klaagde niet voor niets dat iedereen hem altijd als kleiner schatte dan Ronald Reagan, die in werkelijkheid 'maar' 1,80 m lang is.

In Londen veegt Dr. Peter Hindmarsh met dat soort bevindingen de vloer aan. “De meest succesvolle premiers die wij hier in deze eeuw gehad hebben, zijn Lloyd George en Clement Attlee, allebei kleine mannetjes. En voor een voorbeeld van lang en geen knip voor de neus waard, hoef je maar naar onze huidige premier, John Major, te kijken. Een volslagen minkukel.”

Groei-spurt

Mensen als Rob Bruintjes en zijn collega-voorzitter van de Britse Tall Persons Club, Phil Heinricy, worden weer erg ongeduldig van het gegeven uit alweer een Amerikaans onderzoek, dat elke inch méér een gemiddelde van zeshonderd dollar per jaar extra aan salaris oplevert. Bruintjes, van oorsprong bedrijfsadviseur, is al een aantal jaren medisch afgekeurd vanwege een versleten rug, gevolg van jarenlang honderd keer per dag gedachteloos bukken om z'n hoofd niet te stoten. Heinricy wijst erop dat lange mensen per inch bovengemiddelde lengte vooral hogere uitgaven hebben: van aangepaste autostoelen en bedden tot aangepaste kleding en op maat aangepaste vakantiebestemmingen.

In Engeland zijn het volgens professor Floud nog steeds de rijken die voornamelijk afstammelingen van bovengemiddelde lengte afleveren. “Sinds het allereerste begin van het bijhouden van lengtematen zijn de upper classes en de beter opgeleiden langer geweest dan de midden- en arbeidersklassen. Het was letterlijk waar dat de rijke klassen konden 'neerkijken' op de arbeiders. Al die overdrachtelijke vergelijkingen hadden een duidelijke, fysiologische basis in het verleden. Een lange gestalte is een teken van een lang leven en van andere dingen waar mensen naar streven, zoals rijkdom. Groot-Brittannië is aan het eind van de twintigste eeuw nog steeds een land waarin rijk en arm, noord en zuid, zich onderscheiden door lichaamslengte én door andere kenmerken van klasse en status. Misschien minder opvallend dan twee eeuwen geleden, maar ze zijn nog steeds zo markant dat ze diegenen die arm, ziek of gedepriveerd zijn, voor het leven een stempel opdrukken.”

Het is een conclusie, zegt prof. Wit, die in veel mindere mate voor de - egalitairder - Nederlandse maatschappij opgaat. Maar het is waar: historisch onderzoek laat verband zien tussen bijvoorbeeld mislukte graan- of aardappeloogsten in de negentiende eeuw en vervolgens een stilstand van de gemiddelde groei. Andere factoren dan gebrek aan (het juiste) voedsel kunnen de groei net zo beïnvloeden. Naast ziekten kunnen ernstige emotionele deprivatie of aanhoudende depressie bij kinderen leiden tot het 'uitschakelen' van de produktie van groeihormonen. Wit: “Straatkinderen in Rio hebben het moeilijker dan onze kinderen, zowel wat betreft het verzamelen van voedsel als wat betreft de bescherming van hun omgeving. Natuurlijk is groei een welzijnsverschijnsel.”

Eén befaamd onderzoek uit Duitsland, daterend van het eind van de jaren veertig, liet zien dat kinderen in een weeshuis opeens een enorme groei-spurt vertoonden na het vertrek van een wel heel kille, Teutoonse verzorgster.

Daarentegen stopte de groei van kinderen in het tehuis waarnaar ze werd overgeplaatst, abrupt. Het verband was duidelijk van psychologische aard. Maar hoe groot de invloed van psychologische factoren op de groei is, en hoe die invloed zich verhoudt tot de mate van afscheiding van groeihormoon, is voorlopig nog voorwerp van studie.

Hormoonbehandeling

De uiteindelijke lengte die een gemiddeld kind als jong-volwassene zal krijgen, is met vrij grote nauwkeurigheid vast te stellen. Een lange baby ontwikkelt zich gewoonlijk tot een lange volwassene. Lange ouders kunnen een lang kind, korte ouders een relatief klein kind verwachten. Lengte en groeisnelheid, zegt prof. Wit, lijkt vooral genetisch bepaald, maar waarom precies de genetische samenstelling van de ene familie tot een klein- dan wel een groot mensentype leidt, is niet afdoende verklaard. Desondanks: per kind laat zich, alle gegevens over de mate van skeletrijping, over zijn eigen groei-ontwikkeling en die van zijn ouders in aanmerking genomen, een groeicurve vaststellen, die inzicht geeft in de vermoedelijke eindlengte.

Bij een normale, gemiddelde ontwikkeling groeien kinderen aanvankelijk zeer snel (25 cm in het eerste jaar), daarna steeds langzamer en bij het vijfde jaar is de groeisnelheid vrijwel constant: ongeveer 5,4 cm per jaar. Omstreeks het twaalfde jaar volgt nog eens een puberteitsgroeispurt en dan, ongeveer bij het vijftiende jaar, vlakt de groeisnelheid definitief af tot nul.

De groeisnelheid van jonge kinderen vertoont echter grote variaties. Snel groeiende kinderen komen eerder in de puberteit dan langzaam groeiende kinderen. Als het verschil in leeftijd niet al te groot is, kunnen langzame groeiers de snelle nog inhalen. Indien de groeisnelheid van een kind, door welke oorzaak dan ook, tijdelijk afneemt, komt de lengte van dit kind geleidelijk onder het te verwachten patroon (van gemiddelden voor zijn leeftijd) te liggen. Wanneer de oorzaak van de groeivertraging verdwijnt, treedt inhaalgroei op. Maar als de vertragende factor te lang heeft ingewerkt, dan volgt er wel inhaalgroei, maar niet voldoende. De uiteindelijke volwassen lengte is minder dan op grond van het oorspronkelijke groeipatroon kon worden verwacht.

Wit: “Het remmen van lengte is relatief eenvoudig. Met de methode is al na de Tweede Wereldoorlog in Australië begonnen. Je geeft jongens en meisjes een hoge dosis geslachtshormoon op een moment dat ze nog veel groei voor de boeg hebben. Daarmee bereik je versnelde rijping en met enig geluk haal je daarmee vijf à tien cm van de voorspelde eindlengte af. Meisjes willen nu vaak niet langer worden dan 1,85 m, dus we nemen ze alleen in behandeling als ze groter zijn dan 1,80 m, want voor de behandeling effect vertoont, groeien ze in het algemeen nog vijf cm door. Als wij een eindlengte van minder dan 1,85 m uitrekenen, maken wij in het algemeen meer relativerende opmerkingen. Het hoeft van ons nóóit. Maar als ze het zelf graag willen, dan is er ook geen strikte reden om het niet te doen.”

De bijwerkingen van een dergelijke hormoonbehandeling, na vijftien jaar praktijk, zijn “enorm laag”, aldus Wit. “Toch wordt er in Amerika nauwelijks 'geremd'. Er is én minder vraag naar én artsen zijn benauwder voor de lange-termijn-effecten, die ooit hun positie wettelijk zouden kunnen ondermijnen. Die cultuur van angst voor aansprakelijkheid heerst hier in de medische wereld veel minder.”

Groei beïnvloeden in opwaartse richting is veel moeilijker, zegt Wit. Dat komt doordat voor 95 procent van de gevallen waarin een kind door de schoolarts als 'te klein' wordt doorverwezen, geen oorzaak - en dus geen toegespitste behandeling - is te vinden. Na tien jaar het resultaat overziend van experimentele behandeling met extra groeihormoon komt Wit tot de conclusie dat “de eindlengte na behandeling kleiner is geweest dan we hoopten. De winst was gemiddeld hooguit drie à vier centimeter.” Maar: “Er was een grote variatie in de mate waarin patiënten gevoelig bleken voor het effect van een dubbele dosis groeihormoon. We vragen ons dus nu af: moeten we ze beter selecteren? Willen we beter weten hoe de gevoeligheid voor dat groeihormoon precies is, afgezien van de hoeveelheid groeihormoon die iemand zelf produceert? Moeten we een veel hogere dosis groeihormoon toedienen dan tot nu toe? Al die vragen zijn nu nog open.”

Midgetgolf

Rob Bruintjes, op advies van een biometricus met zijn onderarmen voorover leunend op zijn bovenbenen om zo in de te kleine stoel zijn rug te ontlasten, is blij dat zijn eigen zoon waarschijnlijk onder de twee meter zal eindigen.

Zelf heeft hij ooit de operatie ondergaan, die Koningin Margarethe kennelijk bespaard is gebleven. Zijn ouders vonden de hormoonbehandeling, die toen nog minder geavanceerd was, te bezwaarlijk. Tegenwoordig worden dergelijke operatieve ingrepen, waarbij nog tijdens de groeiperiode óf de groeischijf (de kraakbeenschijf aan het uiteinde van de lange botten ) wordt vernietigd óf zo'n vijf centimeter uit bijvoorbeeld het dijbeen wordt verwijderd, zelden meer toegepast.

Bruintjes, pratend over zijn belangenorganisatie Klub Lange Mensen: “Het is ongelofelijk wat je allemaal moet kunnen incasseren. Misschien word je daar wel heel flegmatiek van. Ik word zelden boos, behalve die ene keer dat iemand glashard vroeg: 'Is dat daar allemaal echt? Mag ik even voelen?' Nee. 'Is het koud boven?' hoor ik al lang niet meer. Hooguit: 'Speelt u basketball?' Als me dat verveelt, antwoord ik: Speelt u midgetgolf?”

Kleine mensen hebben het misschien wel moeilijker. Wij hoeven maar ergens te gaan zitten en de mensen komen vanzelf op ons af. Binnen ons bestuur zijn we allemaal leidinggevers, dus daar hebben we goede afspraken over moeten maken.

En nee, in het buitenland zijn dit soort clubs voor de gezelligheid, maar dat is niet onze primaire bedoeling. Wij zijn een consumenten-organisatie voor 1500 gezinnen. Wij begrijpen niet waarom een toilet voor een rolstoelgebruiker 2,40 m stahoogte moet hebben en een vluchtroute uit een theater een voorgeschreven hoogte heeft van twee meter. Dat proberen we te veranderen, ten behoeve van een bevolking die als geheel groter wordt. Nee, het is niet discriminerend tegenover kleine mensen om in hotels op lange bedden en baden aan te dringen. Natuurlijk verdrink je als je klein bent, niet in een groot bad. Daar kun je toch altijd met zuignapjes een schotje in zetten?”En héél voorzichtig, om met zijn voeten niet van de veel te smalle treden van de brede trap naar de aankomsthal af te glippen, gaat hij vóór naar beneden. Als we afscheid hebben genomen, wendt een onbekende zich tot me en zegt: “Wat was dát een lange meneer. Basketballer soms?”

* Geraadpleegde literatuur: Roderick Floud, Kenneth Wachter and Annabel Gregory: 'Height, health and history. Nutritional status in the UK 1750-1980', uitg. Cambridge University Press.

'Size really does matter', The Independent on Sunday, 5 november 1995

Wouter de Waal: 'Beïnvloeding van extreme lengtegroei, te groot, te klein.'

Nog te verdedigen proefschrift (28 febr. 1996, Rotterdam), Kon. Bibliotheek, Den Haag

Adressen: Klub Lange Mensen, Schans 27, 1261 MJ Blaricum, tel. 035-52.58.715 of 035-52.66.800

Belangenvereniging van Kleine Mensen, Rosveld 14, 3085 PR Rotterdam, tel. 010-48.01.932