Wacht, ik leg je even neer

Wij, mobiele bellers, bewegen vrij en ongebonden door het leven. Wij doen onze zaken terwijl we wandelen in de zon, slaan een grote financiële slag tijdens een wintersportvakantie en hebben geen enkel bezwaar tegen files, omdat fysiek oponthoud onze business nu eenmaal niet hindert.

Wij worden in de file naar huis zelfs opgebeld door onze echtgenotes, die vanuit de supermarkt willen weten wat voor diner en welk aperitief we blieven. Met ons openbare belgedrag veroorzaken wij enige ergernis bij de draderige rest van Nederland maar daar genieten wij juist van. Die ergernis vindt immers zijn oorzaak in afgunst en domheid. Afgunst hoef ik niet uit te leggen; de domheid zit 'm hierin dat men zich niet realiseert dat iederéén straks draadloos belt. Wat voor verhaal moeten al die zeurpieten straks bedenken als ze zelf met 'zo'n ding' lopen?

Intussen ontbreekt er wel een kleinigheid aan ons geluk. De hand. De hand die de mobiele telefoon moet vasthouden en niet beschikbaar is voor andere belangrijke taken: het bedienen van de versnellingspook, het zoeken in een stapel papier ('ik leg je even neer'), het opdiepen van de creditcard uit de portefeuille of het omhelzen van de kinderen. De hand die gaat tintelen en lam wordt, samen met de bijbehorende arm.

Het is interessant vast te stellen dat gewone mensen dit probleem op hun niveau ook hebben. Bijna iedere armoedzaaier heeft tenslotte al zo'n draadloze telefoon voor binnenshuis en in de tuin. Wie daarmee belt is vrij om te gaan en te staan waar hij wil, maar kan niets doen. Moeder kan niet afwassen als ze met iemand staat te kleppen, Vader kan geen IKEA-kinderbedje liefhebbend in elkaar schroeven. Het kan anders, en wel op een bijzonder simpele manier. In de postordersfeer zijn plastic beugeltjes te koop die over een hoofd heen passen. Ter hoogte van een van de oren vindt men dan een paar vierkante centimeter klitband. Vervolgens plakt men een meegeleverde klitbandsticker op de draagbare telefoon en hupla, men kan de telefoon met de beugel op zijn hoofd bevestigen.

Wij met ons zakeninstinct vragen ons af waarom PTT Telecom een dergelijke voorziening niet met haar volle gewicht propageert. Het motief voor de aanschaf van zo'n beugeltje zal misschien zijn de ver-belde tijd nuttig te kunnen gebruiken. Maar de ontdekking die iedereen snel zal doen is, dat het nooit meer nodig is om op te hangen en dat alle momenten die vroeger in eenzaam en stil handwerk voorbijgingen (huishoudelijk werk, doehetzelverij...), nu met ouwehoeren kunnen worden opgefleurd. Een explosie van het aantal geconsumeerde telefoontikken ligt dan in het verschiet.

Niettemin is een plastic beugeltje voor ons, de werkelijk mobiele bellers, te grofstoffelijk, te onbeholpen, te lelijk en samen met de telefoon waarschijnlijk op den duur te zwaar. Wij hebben behoefte aan een mooie vederlichte headset: een koptelefoontje met een bescheiden uitstulping die een microfoon zo dicht mogelijk bij de mond brengt. Druktoetsen en antenne kunnen worden opgeborgen in een doosje dat in de binnenzak past, terwijl het verbindende draadje alleen op het korte traject tussen kraag en oor zichtbaar hoeft te zijn. Maar wij maken ons sterk dat ook de verbinding tussen dit doosje en de headset radiografisch of eventueel infrarood kan worden. Een dergelijk apparaat moet ten spoedigste worden ontwikkeld en op de markt gebracht. Het beantwoordt niet alleen aan een werkelijke behoefte, maar voorziet, mits juist geprijsd, de zakenman die dat wenst van een prettig onderscheidingsteken in de steeds grotere menigte mobiele telefoneurs.

Dan kunnen versnellingspoken worden bediend, papierstapels doorzocht, creditcards opgevist en kinderen omhelsd zonder dat daarvoor iemand moet worden 'neergelegd'. En mocht onze eigentijdse verschijning in de buitenlucht deze of gene niet aanstaan, dan kunnen wij de misprijzende blikken beantwoorden met een ongegeneerd handenwrijven.