Vox populi

In het, onder de titel 'Zonder goede burgers blijft de democratie nergens', gepubliceerde deel van zijn rede, neemt Bolkestein afstand van de directe democratie (en dus ook van het referendum). Zijn belangrijkste argument ontleent hij aan de mogelijke tegenstelling tussen het algemeen belang en de stem van het volk (vox populi).

Bolkestein maakt nauwelijks onderscheid tussen de verschillende taken van politici en volksvertegenwoordiger, zoals regeren, controleren en wetgeven. Natuurlijk heeft Bolkestein gelijk als het gaat over de regeringstaak van politici en over de controlerende taak van de volksvertegenwoordiging. Vakbekwame, het algemeen belang dienende en financieel onafhankelijke politici kunnen daar nog wonderen verrichten. Maar geldt dat ook voor de wetgevende taak? De politicus die vandaag nog durft te beweren “dat Rotterdam in het algemeen belang toch maar opgedeeld moet worden” zal het verwijt krijgen de volksstem te minachten.

In een open democratie met persvrijheid kan het volk per definitie niet tegen het algemeen belang stemmen, de bestuurlijke bovenlaag kennelijk wel! En met de verdere professionalisering van het politieke bedrijf zal de afstand burger/politiek alleen maar groter worden, en daarmee de kans op bestuurlijke dwalingen. Waren de huidige technische hulpmiddelen er een paar honderd jaar geleden al geweest, dan was de representatieve vorm van democratie misschien nooit uitgevonden.

En waarom zouden goedopgeleide, vakbekwame, het algemeen belang dienende en financieel onafhankelijke politici, die prima in de media kunnen uitleggen waar het allemaal wel of niet goed voor is, eigenlijk bang zijn voor de vox populi?