Pruilend kind heerst over zijn vrouw en zijn koninkrijk

Voorstelling: Het grote hoofd door Theatergroep Carver. Regie: Mirjam Koen; decor: Gerrit Timmers; muziek: Truus Melissen en Louis Ter Burg; spel: Leny Breederveld, René van 't Hof, Beppie Melissen, Hans Dagelet, e.a. Gezien: 21/3 Toneelschuur Haarlem. Aldaar t/m 23/3. Tournee t/m 15/6.

Het grote hoofd, de nieuwe voorstelling van theatergroep Carver waarvoor actrice Beppie Melissen net als bij vorige gelegenheden het idee leverde, speelt zich af in een landhuis waar de illusie van grandeur zorgvuldig in stand wordt gehouden door een overdaad aan vergulde meubels, standbeelden en perzische tapijten. Pas als het begint te regenen en een emmer de lekkende druppels moet opvangen blijkt hoezeer het verval in opmars is.

De heer des huizes is er niet veel beter aan toe: een geestelijk en lichamelijk afgetakelde man die dol is op vieze woorden en zich door zijn vrouw als een kleine jongen laat toespreken. Tegelijkertijd is hij heer en meester in zijn eigen koninkrijk met niet alleen een vrouw maar ook zijn vierkoppig personeel dat hem in de watten legt en zich gedwee voegt naar zijn grillen. Met elkaar creëren ze een schijnwereld waarin iedereen als volgens afspraak gelukkig en tevreden is - of, ter wille van de lieve vrede, zegt dat te zijn.

Hoewel het stuk aanleiding geeft tot amusante situaties is het grote hoofd minder uitbundig dan vorige produkties van Carver. Deze voorstelling is kalmer van toon, heeft een rustig tempo en wekt de indruk dat men een middenweg heeft willen zoeken tussen ernst en luim. Dat is jammer want nu is de voorstelling op geen van beide punten werkelijk geslaagd: de tragiek van de onttakeling en het verval komt niet goed uit de verf en de humor is niet leuk genoeg. Het gevolg is een aarzelende voorstelling die niet op gang komt en dus ook nergens naar toe leidt. Hoe langer het stuk duurt hoe inwisselbaarder de scènes worden.

Er zijn veel zwijgende scènes met mimeacts van onder anderen René van 't Hof, de hofnar van de groep. Hij is zeer bedreven in het neerzetten van rare typen - in dit geval de wachtcommandant van de landeigenaar die wachtloopt in huis en met zijn lange koperen hoorn het overige personeel tot de orde trompettert - en zijn absurde mimiek is als vanouds vermakelijk, maar de scènes waarin hij in de schijnwerpers staat lijken te veel op elkaar en zijn te weinig pregnant om te verrassen. Hetzelfde geldt voor de momenten waarop het overige personeel aan de beurt komt om een nummer op te voeren.

Het meest de moeite waard zijn de scènes tussen de heer en de vrouw des huizes, gespeeld door gastacteur Hans Dagelet en Beppie Melissen. Je voelt een broeierige gespannen sfeer waardoor de kleinste aanleiding (post die niet op z'n vaste plaats ligt) enorme proporties dreigt aan te nemen maar tot een echte explosie komt het nooit. Dat is eerder te danken aan haar dan aan hem: hij is het pruilende kind dat gewend is in alles zijn zin te krijgen en ongelimiteerd gek mag doen. Haar reacties variëren van een pijnlijk getroffen blik, een hand die met een vermoeid gebaar een sliert haar van haar voorhoofd veegt tot een vergoelijkende glimlach en sussende woorden.

Vooral op deze ogenblikken, waarin krampachtig geprobeerd wordt ten overstaan van het personeel de stand op te houden, zijn de acteurs op dreef en krijgt de voorstelling de glans die het meestal moet ontberen.