NS willen subsidie voor 30 onrendabele lijnen

ROTTERDAM, 23 MAART. De Nederlandse Spoorwegen willen voor dertig zogenoemde onrendabele treindiensten subsidie van de overheid. De NS hebben dertig van deze verbindingen aangemeld bij minister Jorritsma (Verkeer en Waterstaat).

Volgens het verzelfstandigingscontract dat de spoorwegen met de overheid hebben gesloten, kunnen de NS onrendabele lijnen aanbieden aan het ministerie. Het departement kan de diensten dan subsidiëren of aanbesteden, waarbij ook andere vervoerders, zoals busmaatschappijen, kunnen dingen naar een contract. Jorritsma is ervoor dat lagere overheden bij die aanbesteding een belangrijke rol spelen.

Alle treindiensten op wat de NS het 'nationale net' noemen, blijven de spoorwegen voor eigen rekening exploiteren. Op dit net rijden de intercity's, waarmee het spoorwegbedrijf winst maakt. Met die winst wordt op dit moment het verlies op de stoptreinen op dit net nog niet gecompenseerd, maar NS Reizigers verwacht dat dit binnen afzienbare tijd wel het geval is. Voorwaarde is wel dat er geen nieuwe spoorvervoerders komen die uitsluitend intercity's gaan exploiteren, aldus de directeur van NS Reizigers, J.W. Huisinga deze week in zijn brief aan Jorritsma.

Buiten het nationale net onderscheidt NS Reizigers regionale lijnen en stadsgewestelijke lijnen. De meeste treindiensten op regionale lijnen zijn aangeboden voor de contractsector; het gedeelte van het NS-net dat de spoorwegen alleen in stand willen houden als de overheid het exploitatietekort overneemt. In de contractsector verwachten de spoorwegen geen grote toename van het aantal reizigers. Een beter rendement zal dan vooral bereikt moeten worden door kostenbesparingen en afstemming van het vervoer met ander vervoer in de regio, zoals bussen. Inzet van lichter, tram-achtig materieel in plaats van treinen is daarbij een mogelijkheid, aldus Huisinga. Uitzonderingen hierop zijn Groningen-Leeuwarden, Leiden-Woerden, Haarlem-Zandvoort en enkele grensoverschrijdende lijnen. NS Reizigers verwacht deze binnenkort wel rendabel te kunnen exploiteren.

Bij de stadsgewestelijke verbindingen is niet gebrek aan reizigers het probleem, maar de 'scheve' verdeling ervan over de dag: extreem veel reizigers in de spits, zeer weinig daarbuiten. Daardoor staat veel materieel dat in de spits nodig is, daarbuiten werkloos.

Eventuele subsidiëring van de dertig onrendabele lijnen zou medio 1998 beginnen. Tot die tijd rijdt NS Reizigers alle huidige treindiensten.